5 Мойсея 10
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Того самого часу промовив до мене Господь: Витеши собі дві камяні таблицї, такі як перші, і вийди на гору до мене, та зроби собі скриню із дерева.
1In die tijd sprak Jahweh tot mij: Houw u twee stenen tafelen, zoals de vorige, en kom tot Mij op de berg, na u een ark van hout te hebben vervaardigd.
2І я напишу на таблицях слова, що були на перших таблицях, що розбив єси, і положи їх у скриню.
2Dan zal Ik op die tafelen de geboden schrijven, die op de vorige stonden, welke gij hebt verbrijzeld; leg die dan in de ark.
3І зробив я скриню із дерева акацієвого, та й витесав дві камяні таблицї, такі як перші, і вийшов на гору з двома таблицями в руках.
3Ik maakte een ark van sjittimhout, hieuw twee stenen tafelen, gelijk aan de vorige, en besteeg de berg met de beide tafelen in mijn hand.
4І написав він на таблицях слова такі як перші, десять слів, що промовив Господь на горі до вас із поломя в день соборний; і дав їх менї Господь.
4En Jahweh schreef op de tafelen de tien geboden, die Hij er vroeger op had geschreven, en die Hij op de berg uit het vuur aan u had gegeven, toen Hij u bijeen had geroepen. Toen Jahweh ze mij had overgereikt,
5І повернувсь я та й спустивсь із гори. І поклав таблицї в скриню, що зробив; і лежать вони там, як заповідав менї Господь.
5keerde ik om, daalde van de berg af, en legde de tafelen in de ark, die ik gemaakt had; daar bleven zij liggen, zoals Jahweh het mij had bevolen.
6І рушили сини Ізрайлеві від Беерот-Бне-Яакану до Мозери. Там умер Арон і там поховано його, і намість його став сьвященником Єлеазар, син його.
6De Israëlieten trokken van Beërot-Bene-Jaäkan verder naar Mosera. Daar stierf Aäron en werd hij begraven; zijn zoon Elazar werd priester in zijn plaats.
7Звідтіля пійшли вони до Гудгода, а від Гудгода у Йотбату країну, де багацько водяних бурчаків.
7Vandaar trokken zij verder naar Goedgóda, en van Goedgóda naar Jotbáta, een land met waterbeken.
8Того самого часу оддїлив Господь поколїннє Левієве, щоб носили скриню Господнього завіту, щоб стояли перед Господом, йому служили і благословляли імям його, по сей день.
8In die tijd zonderde Jahweh de stam van Levi af, om de verbondsark van Jahweh te dragen, om voor het aanschijn van Jahweh te staan, zijn dienst te verrichten en in zijn Naam te zegenen, zoals tot op heden gebeurt.
9Через те в Левія нема нї паю, нї наслїддя між його браттєю; сам Господь його наслїддє, як сказав йому Господь, Бог твій.
9Daarom heeft Levi geen deel en geen erfenis met zijn broeders; want Jahweh is zijn erfdeel, zoals Jahweh, uw God, het hem heeft beloofd.
10А я пробував на горі, як у перші днї, сорок день і сорок ночей, і послухав мене Господь і сим разом; Господь не схотїв тебе знївечити.
10Toen ik dan evenals vroeger veertig dagen en veertig nachten op de berg was gebleven, verhoorde mij Jahweh ook deze keer; Jahweh heeft u niet willen verdelgen.
11І промовив до мене Господь: Устань, та йди, веди перед сього народу, щоб увійшли та заняли землю, що я клявся батькам їх дати їм.
11Maar Jahweh sprak tot mij: Sta op, trek op aan de spits van het volk; dan kunnen ze het land in bezit gaan nemen, dat Ik hun vaderen onder ede beloofd heb, hun te geven.
12Тепер же, Ізраїлю, чого вимагає в тебе Господь, Бог твій, як не того, щоб ти боявся Господа, Бога твого, ходив усїма дорогами його, і любив його і служив Господеві, Богу твому, всїм серцем твоїм і всією душею твоєю,
12Nu dan Israël, wat vraagt Jahweh, uw God, anders van u, dan dat gij Jahweh, uw God vreest, dat gij al zijn wegen bewandelt en Hem bemint, dat gij Jahweh, uw God, met heel uw hart en heel uw ziel dient,
13Додержуючи заповідї Господнї й установи його, що їх сьогоднї заповідаю вам, вам самим на добро?
13en de geboden en bepalingen van Jahweh onderhoudt, die ik u heden geef, opdat het u goed moge gaan?
14Поглянь, небо й небеса небес, земля і все, що на нїй, все від Господа, Бога твого, і все його.
14Waarachtig, aan Jahweh, uw God, behoren de hemel met de hemel der hemelen, en de aarde met al wat daarop is;
15Та до батьків твоїх прихилився Господь, і полюбив їх, і вибрав вас, їх насїннє з усїх народів, як се й бачимо.
15maar toch heeft Jahweh slechts in uw vaderen zijn welbehagen gesteld, en hen zo liefgehad, dat Hij u, hun nageslacht, uit alle volken heeft uitverkoren, zoals heden geschied is.
16Обрізуйте ж крайне тїло ваших сердець та й нехай не буде більше задубенїла шия ваша!
16Besnijdt daarom de voorhuid uws harten, en weest niet langer hardnekkig!
17Бо Господь, Бог ваш, се Бог над богами і пан над панами великий, потужний і страшний Бог, що не вважає на лице чоловіка і не бере дарунків;
17Want Jahweh, uw God, is de God der goden en de Heer der heren: de grote, sterke en ontzagwekkende God, die geen aanzien des persoons kent, en geen geschenken aanvaardt.
18Він дає сиротинї і вдовицї, і милує приходня даючи йому хлїб і одїж.
18Hij verschaft recht aan wees en weduwe, Hij bemint den vreemdeling, zodat Hij hem voedsel en kleding verschaft.
19Любіть же й ви приходня; бо самі ви були приходнями в Египецькій землї.
19Bemint dus den vreemdeling; want zelf waart gij vreemdeling in het land van Egypte.
20Господа, Бога твого, мусиш боятись, йому служити меш і його держати мешся і його імям клясти мешся.
20Vrees Jahweh, uw God; dien Hem, hecht u aan Hem, en zweer alleen bij zijn Naam.
21Він слава твоя, і Бог твій, що сотворив про тебе сї великі і страшні речі, що бачили їх очи твої.
21Hij is uw glorie, Hij is uw God, die voor u die machtige en ontzagwekkende dingen gewrocht heeft, welke gij met eigen ogen aanschouwd hebt.
22Двайцятеро душ спустились батьки твої в Египет; а тепер Господь, Бог твій, намножив тебе, як зорі небесні.
22Met zeventig personen zakten uw vaderen af naar Egypte, en nu heeft Jahweh, uw God, u talrijk gemaakt als de sterren aan de hemel.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.