Deuteronômio
Chapter 10
Bíblia Portuguesa Mundia…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Naquele tempo, o SENHOR me disse: “Corte duas tábuas de pedra como as primeiras, suba até mim no monte e faça uma arca de madeira.
1In die tijd sprak Jahweh tot mij: Houw u twee stenen tafelen, zoals de vorige, en kom tot Mij op de berg, na u een ark van hout te hebben vervaardigd.
2Escreverei nas tábuas as palavras que estavam nas primeiras tábuas que você quebrou, e você as colocará na arca.”
2Dan zal Ik op die tafelen de geboden schrijven, die op de vorige stonden, welke gij hebt verbrijzeld; leg die dan in de ark.
3Então fiz uma arca de madeira de acácia, cortei duas tábuas de pedra como as primeiras e subi ao monte, tendo as duas tábuas em minha mão.
3Ik maakte een ark van sjittimhout, hieuw twee stenen tafelen, gelijk aan de vorige, en besteeg de berg met de beide tafelen in mijn hand.
4Ele escreveu nas tábuas, de acordo com a primeira escrita, os dez mandamentos que o SENHOR falou a vocês no monte, do meio do fogo, no dia da assembleia; e o SENHOR as deu a mim.
4En Jahweh schreef op de tafelen de tien geboden, die Hij er vroeger op had geschreven, en die Hij op de berg uit het vuur aan u had gegeven, toen Hij u bijeen had geroepen. Toen Jahweh ze mij had overgereikt,
5Eu me virei e desci do monte, e coloquei as tábuas na arca que eu havia feito; e lá elas estão, como o SENHOR me ordenou.
5keerde ik om, daalde van de berg af, en legde de tafelen in de ark, die ik gemaakt had; daar bleven zij liggen, zoals Jahweh het mij had bevolen.
6(Os filhos de Israel viajaram de Beerote-Bene-Jaacã para Moserá. Lá Arão morreu, e lá foi sepultado; e Eleazar, seu filho, ministrou no ofício sacerdotal em seu lugar.
6De Israëlieten trokken van Beërot-Bene-Jaäkan verder naar Mosera. Daar stierf Aäron en werd hij begraven; zijn zoon Elazar werd priester in zijn plaats.
7De lá viajaram para Gudgoda; e de Gudgoda para Jotbatá, uma terra de ribeiros de água.
7Vandaar trokken zij verder naar Goedgóda, en van Goedgóda naar Jotbáta, een land met waterbeken.
8Naquele tempo, o SENHOR separou a tribo de Levi para carregar a arca da aliança do SENHOR, para estar diante do SENHOR para ministrar a ele, e para abençoar em seu nome, até o dia de hoje.
8In die tijd zonderde Jahweh de stam van Levi af, om de verbondsark van Jahweh te dragen, om voor het aanschijn van Jahweh te staan, zijn dienst te verrichten en in zijn Naam te zegenen, zoals tot op heden gebeurt.
9Por isso, Levi não tem porção nem herança com seus irmãos; o SENHOR é a sua herança, conforme o SENHOR, o seu Deus, lhe falou.)
9Daarom heeft Levi geen deel en geen erfenis met zijn broeders; want Jahweh is zijn erfdeel, zoals Jahweh, uw God, het hem heeft beloofd.
10Eu fiquei no monte, como da primeira vez, quarenta dias e quarenta noites; e o SENHOR me ouviu também daquela vez. O SENHOR não quis destruir vocês.
10Toen ik dan evenals vroeger veertig dagen en veertig nachten op de berg was gebleven, verhoorde mij Jahweh ook deze keer; Jahweh heeft u niet willen verdelgen.
11O SENHOR me disse: “Levante-se, siga a sua jornada adiante do povo; e eles entrarão e tomarão posse da terra que jurei aos seus pais que lhes daria.”
11Maar Jahweh sprak tot mij: Sta op, trek op aan de spits van het volk; dan kunnen ze het land in bezit gaan nemen, dat Ik hun vaderen onder ede beloofd heb, hun te geven.
12Agora, Israel, o que o SENHOR, o seu Deus, requer de você, senão que tema ao SENHOR, o seu Deus, que ande em todos os seus caminhos, que o ame, e que sirva ao SENHOR, o seu Deus, de todo o seu coração e de toda a sua alma,
12Nu dan Israël, wat vraagt Jahweh, uw God, anders van u, dan dat gij Jahweh, uw God vreest, dat gij al zijn wegen bewandelt en Hem bemint, dat gij Jahweh, uw God, met heel uw hart en heel uw ziel dient,
13para guardar os mandamentos e os estatutos do SENHOR, que hoje lhe ordeno para o seu próprio bem?
13en de geboden en bepalingen van Jahweh onderhoudt, die ik u heden geef, opdat het u goed moge gaan?
14Eis que ao SENHOR, o seu Deus, pertencem os céus, os céus dos céus, a terra e tudo o que nela há.
14Waarachtig, aan Jahweh, uw God, behoren de hemel met de hemel der hemelen, en de aarde met al wat daarop is;
15Contudo, o SENHOR teve prazer em seus pais para amá-los, e escolheu a descendência deles depois deles, ou seja, vocês, acima de todos os povos, como se vê hoje.
15maar toch heeft Jahweh slechts in uw vaderen zijn welbehagen gesteld, en hen zo liefgehad, dat Hij u, hun nageslacht, uit alle volken heeft uitverkoren, zoals heden geschied is.
16Circuncidem, portanto, o prepúcio do seu coração, e não sejam mais duros de cerviz.
16Besnijdt daarom de voorhuid uws harten, en weest niet langer hardnekkig!
17Pois o SENHOR, o seu Deus, é o Deus dos deuses e o Senhor dos senhores, o Deus grande, poderoso e temível, que não faz acepção de pessoas nem aceita suborno.
17Want Jahweh, uw God, is de God der goden en de Heer der heren: de grote, sterke en ontzagwekkende God, die geen aanzien des persoons kent, en geen geschenken aanvaardt.
18Ele faz justiça ao órfão e à viúva, e ama o estrangeiro, dando-lhe alimento e roupas.
18Hij verschaft recht aan wees en weduwe, Hij bemint den vreemdeling, zodat Hij hem voedsel en kleding verschaft.
19Portanto, amem o estrangeiro, pois vocês foram estrangeiros na terra do Egito.
19Bemint dus den vreemdeling; want zelf waart gij vreemdeling in het land van Egypte.
20Você temerá ao SENHOR, o seu Deus. Você o servirá. A ele você se apegará, e pelo seu nome jurará.
20Vrees Jahweh, uw God; dien Hem, hecht u aan Hem, en zweer alleen bij zijn Naam.
21Ele é o seu louvor, e ele é o seu Deus, que fez por você estas coisas grandes e temíveis que os seus olhos viram.
21Hij is uw glorie, Hij is uw God, die voor u die machtige en ontzagwekkende dingen gewrocht heeft, welke gij met eigen ogen aanschouwd hebt.
22Seus pais desceram ao Egito com setenta pessoas; e agora o SENHOR, o seu Deus, fez de você uma multidão como as estrelas do céu.
22Met zeventig personen zakten uw vaderen af naar Egypte, en nu heeft Jahweh, uw God, u talrijk gemaakt als de sterren aan de hemel.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.