5 Мойсея
Chapter 30
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

5 Мойсея 30

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Як сповняться над тобою всї ті слова, благословеннє і прокляттє, що я поставив перед тобою, і як до серця приймеш їх між всїма народами, куди загнав тебе Господь, Бог твій,
1Maar wanneer al deze woorden met zegen en vloek, die ik u heb voorgehouden, over u zijn gekomen, en gij ze te midden der volken, waarheen Jahweh, uw God, u zal hebben verdreven, ter harte zult nemen,
2Та й навернешся до Господа, Бога твого, і слухати меш голосу його, стеменно так, як заповідаю тобі сьогоднї, ти й сини твої, всїм серцем твоїм і всією душею твоєю:
2wanneer gij u dan bekeert tot Jahweh, uw God, en gij met uw kinderen van ganser harte en met heel uw ziel Hem gehoorzaamt in alles, wat ik u heden gebood,
3То Господь, Бог твій, поверне тебе з неволї, і змилосердиться над тобою; він знов позбирає тебе зміж усїх народів, між котрими розсїяв тебе Господь, Бог твій.
3dan zal Jahweh, uw God, uw lot ten beste keren, zich uwer ontfermen, en u weer bijeen brengen uit alle volken, waarheen Jahweh, uw God, u verstrooide.
4Коли б твої вигнанцї були і на самому кінцї неба, то і там позбирає тебе Господь, Бог твій, і звідтам покличе тебе;
4En al waart ge verbannen naar het eind van de hemel, Jahweh, uw God, brengt u vandaar bijeen en haalt u vandaar terug.
5І Господь, Бог твій, приведе тебе в землю, що нею орудували батьки твої, і ти мати меш її; і стане він чинити добро тобі, і намножить тебе більш як батьків твоїх.
5Jahweh, uw God, zal u terugbrengen naar het land, dat uw vaderen hebben bezeten; gij zult het bezitten en Hij zal u nog meer weldaden bewijzen en nog talrijker maken dan uw vaderen.
6І Господь, Бог твій, обріже серце твоє і серце дїтей твоїх, щоб ти любив Господа, Бога твого, всїм серцем твоїм і всією душею твоєю, щоб остався при життю.
6Dan zal Jahweh, uw God, uw hart en dat van uw kroost besnijden, om Jahweh, uw God, met heel uw hart en heel uw ziel te beminnen, opdat gij weer opleeft.
7І оберне Господь, Бог твій, всї ті закляття проти ворогів твоїх і проти ненавидників твоїх, що гонили тебе,
7Dan zal Jahweh, uw God, al deze vervloekingen over uw vijanden brengen, over hen, die u haten en u hebben vervolgd;
8А ти навернешся й слухати меш голосу Господнього і сповняти меш заповідї його, що заповідаю тобі сьогоднї.
8dan zult gij weer naar Jahweh luisteren, en al zijn geboden, die ik u heden geef, onderhouden.
9І Господь, Бог твій, дасть тобі достаток в усякому дїлї руки твоєї, в плодї нїдра твого і в плодї скотини твоєї і в плодї поля твого, щоб тобі добре було; бо Господь буде знов радуватись тобою, даючи тобі добро, як радувався батьками твоїми,
9Dan zal Jahweh, uw God, u overvloed schenken in al het werk uwer handen, in de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw runderen, en de vrucht van uw grond. Want Jahweh zal er weer vreugde in vinden, u goed te doen, zoals Hij er vreugde in vond, goed te doen aan uw vaderen,
10Коли слухати меш голосу Господа, Бога твого, додержуючи заповідї його, і коли вернешся до Господа, Бога твого, всїм серцем твоїм і всією душею твоєю.
10omdat gij luistert naar Jahweh, uw God, zijn geboden en bepalingen onderhoudt, die in dit wetboek staan opgetekend, en met heel uw hart en met heel uw ziel u bekeert tot Jahweh, uw God.
11Бо ся заповідь, що заповідаю її тобі сьогоднї, вона не тяжка для тебе і не далека від тебе.
11Waarachtig, de geboden, die ik u heden geef, zijn voor u niet te hoog of buiten uw bereik.
12Не на небесах вона, щоб ти міг сказати: Хто про нас знїметься на небеса та звідтам достане нам її, щоб ми почули її та сповняли?
12Zij liggen niet in de hemel, zodat gij kunt zeggen: “Wie stijgt voor ons op naar de hemel, om ze voor ons te gaan halen en ons te verkonden, opdat wij ze kunnen volbrengen?”
13Та й не за морем вона, щоб сказати: Хто задля нас перепливе через море, та здобуде нам її, щоб нам почути її і сповняти?
13Ze liggen niet aan de overkant van de zee, zodat gij kunt zeggen: “Wie steekt voor ons over naar de andere kant van de zee, om ze voor ons te gaan halen en ze ons te verkonden, opdat wij ze kunnen volbrengen?”
14Нї! Слова сї дуже близько в тебе, вони в устах твоїх і в серцї твому, щоб спевняти їх.
14Neen, het woord is voor u heel dichtbij; het ligt in uw mond en uw hart, zodat gij het ook kunt volbrengen.
15Дивись, я сьогоднї поставив перед тобою життє й добро, смерть і лихо,
15Zie, ik heb u heden leven en geluk, dood en ongeluk voorgehouden.
16Заповідаючи тобі сьогоднї любити Господа, Бога твого, ходити дорогами його і додержувати заповідї його і встанови його й присуди його, щоб ти жив і намножувався, і щоб Господь, Бог твій, благословив тебе на землї, що йдеш заняти її.
16Zo gij luistert naar de geboden van Jahweh, uw God, die ik u heden geef, zo gij Jahweh, uw God, bemint, zijn wegen bewandelt en zijn geboden, bepalingen en voorschriften onderhoudt, dan zult gij leven, en talrijk worden, en zal Jahweh, uw God, u zegenen in het land, dat gij thans in bezit gaat nemen.
17Коли ж серце твоє одвернеться і не слухати меш, і даси звести себе, щоб слухав богів инших, і служив їм,
17Zo gij echter uw hart afwendt en niet wilt luisteren, zo gij u laat verleiden, om vreemde goden te aanbidden en te dienen,
18То обявляю вам сьогоднї, що не втечете від погибелї; недовго жити мете на землї, куди, перейшовши через Йордань, прийдеш, щоб заняти її.
18dan kondig ik u heden aan, dat gij geheel te gronde zult gaan, en gij niet lang zult blijven in het land, dat gij aan de overkant van de Jordaan in bezit gaat nemen.
19Кличу сьогоднї проти вас за сьвідки небеса і землю: Поставив я перед тобою життє і смерть, благословеннє і прокляттє! Вибирай же життє, щоб жити на сьвітї тобі і твому насїнню,
19Ik roep heden plechtig hemel en aarde tegen u tot getuigen, dat ik u leven en dood, zegen en vloek heb voorgehouden! Kies dus het leven, opdat gij en uw kroost het leven moogt hebben,
20Люблючи Господа, Бога твого, слухаючи голосу його і прихиляючись до його: він бо життє твоє і довголїттє твоє; щоб тобі жити на землї, що надїлити її клявся Господь батькам твоїм Авраамові, Ізаакові і Яковові.
20door Jahweh, uw God, te beminnen, Hem te gehoorzamen, aan Hem u te hechten. Want daarvan hangt uw leven af en uw lang verblijf in het land, dat Jahweh onder ede beloofd heeft, aan uw vaderen, aan Abraham, Isaäk en Jakob te geven.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.