5 Мойсея 7
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Як приведе тебе Господь, Бог твій, у землю, що йдеш заняти її, так перед тебою виганяти ме Господь многі народи: Гетіїв і Гиргазіїв і Аморіїв і Канааніїв і Перезіїв і Геветіїв і Євузіїв, сїм народів лїчбою більших і потужніщих за тебе,
1Wanneer Jahweh, uw God, u het land heeft binnengeleid, dat gij thans in bezit gaat nemen, zal Hij talrijke volken voor u verjagen, de Chittieten, Girgasjieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jeboesieten, zeven volken talrijker en machtiger dan gij.
2І як віддасть їх тобі Господь, Бог твій, на поталу, так мусиш їх обречи; не чинити меш з ними умови і не мати меш милосердя над ними.
2Maar wanneer Jahweh, uw God, ze aan u heeft overgeleverd en gij ze verslaat, dan moet ge ze met de banvloek treffen; ge moogt geen verbond met hen sluiten en hun geen genade verlenen,
3І не будеш своячитись з ними: не даси дочку твою за сина його, а дочки його не брати меш за сина свого;
3en u niet vermaagschappen met hen, uw dochters niet aan hun zonen geven en hun dochters niet voor uw zonen nemen.
4Бо вони відхилять синів твоїх від мене, щоб вони иншим богам служили; і запалав би гнїв Господень на вас, і швидко вигубив би він тебе.
4Want zij zouden uw zonen van Mij vervreemden, zodat zij vreemde goden gaan dienen; dan zou de toorn van Jahweh tegen u ontbranden, en zou Hij u spoedig verdelgen!
5Та ось що маєте чинити з ними: жертівники їх зруйнуєте, стовпи їх поломите, сьвяті гаї їх зрубаєте а тесані постатї їх огнем спалите.
5Neen, maar zó moet gij met hen handelen: hun altaren moet ge omverwerpen, hun wijstenen verbrijzelen, hun heilige bomen omhouwen, hun afgodsbeelden verbranden.
6Бо ти нарід сьвятий у Господа, Бога твого; тебе вибрав Господь, Бог твій, щоб ти був народом наслїддя зміж усїх народів, що на землї.
6Want gij zijt een volk, dat aan Jahweh, uw God, is gewijd. Jahweh, uw God, heeft u uitverkoren onder alle volken op aarde, om Hem een eigen volk te zijn.
7Не за те прихилився до вас Господь і вибрав вас, що була велика лїчба вас, бо ви були найменьшим із усїх народів,
7Niet omdat gij talrijker zijt dan andere volken, heeft Jahweh Zich aan u gehecht en u uitverkoren, want gij zijt het kleinste van alle volken;
8А через те вивів вас Господь рукою потужною й визволив вас із дому неволї, із рук Фараона, царя Египецького, що вас любив і справдив клятьбу, якою клявся батькам вашим.
8maar omdat Jahweh u lief had en zijn eed wilde houden, die Hij uw vaderen gezworen had, daarom heeft Jahweh u weggeleid met sterke hand en u bevrijd uit het slavenhuis, uit de macht van Farao, den koning van Egypte.
9Знай же, що Господь, Бог твій, єсть Бог, вірний Бог, що додержує по тисячні роди завіт і ласку для тих, що люблять його і додержують заповідї його,
9Erken dus, dat Jahweh, uw God, waarachtig God is; de getrouwe God, die het Verbond houdt en genade bewijst aan die Hem beminnen en zijn geboden onderhouden, tot in het duizendste geslacht,
10А тим, що ненавидять його, відплатить перед лицем їх на погибіль їм: не надумується він про ненавидника свого; перед лицем його відплатить йому.
10maar die aan den lijve straft en verdelgt die Hem haten; die geen uitstel verleent aan die Hem haten, maar hen in eigen persoon laat boeten.
11Оце ж пильнуй заповідей і встанов і присудів, що заповідаю сьогоднї тобі, щоб сповняв їх.
11Onderhoud dus de geboden, de bepalingen en voorschriften, waarvan ik u heden de naleving beveel.
12І станеться: коли будете слухати присуди сї і додержувати їх, додержить тобі Господь завіт і ласку, якою клявся батькам твоїм;
12Want zo ge aan deze voorschriften gehoorzaamt, ze onderhoudt en volbrengt, dan zal Jahweh, uw God, het Verbond houden, en u genade bewijzen, zoals Hij het uw vaders gezworen heeft.
13І любити і благословити ме тебе, і намножить тебе: він благословити ме плід лона твого і плід землї твоєї, зерно твоє і вино твоє і олїю твою і те, що вродить корова твоя, і приріст овець твоїх, у землї, що дати її тобі клявся батькам твоїм.
13Hij zal u beminnen, u zegenen en vermenigvuldigen; Hij zal in het land, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, u te zullen geven, zegenen de vrucht van uw schoot en de vrucht van uw akker, uw koren, uw most en uw olie, de dracht uwer runderen en de worp uwer schapen.
14Будеш благословен перед усїма народами; не буде неплідного чи неплідної нї в тебе, нї в скотини твоєї.
14Boven alle volken zult gij worden gezegend; geen onvruchtbare zal er onder u zijn, onder uw mannen of vrouwen, zelfs niet onder uw vee.
15І відхилить Господь усяку недугу від тебе; і не допустить він жадної лихої зарази Египецької, що знаєш їх, а нашле її на всїх ненавидників твоїх.
15Jahweh zal iedere ziekte ver van u houden, en u met geen der afschuwelijke egyptische kwalen bezoeken, die ge hebt leren kennen, maar ze doen neerkomen op al die u haten.
16І звоюєш усїх народів, що Господь, Бог твій, оддасть тобі. Очи твої нехай не милують їх, і не служити меш богам їх; бо се було б сїткою для тебе.
16Gij zult zonder erbarmen alle volken verslinden, die Jahweh, uw God, u gaat overleveren; ge moogt hun goden niet dienen, want dat zou een valstrik voor u zijn.
17Коли ти скажеш в серцю своїм: Сї народи лїчбою більші за мене; як же менї вигубити їх?
17Misschien denkt ge bij uzelf: Die volken zijn talrijker dan ik; hoe zal ik ze kunnen verjagen?
18Не бійся їх! Спогадай тільки, що зробив Господь, Бог твій, з Фараоном і з усїма Египтянами.
18Neen, vrees ze niet! Herinner u steeds, wat Jahweh, uw God, aan Farao en heel Egypte gedaan heeft:
19Великі спокушування, що бачили очі твої, ознаки і чудеса й потужну руку й простягнуту правицю, що ними Господь, Бог твій, тебе вивів. Те ж саме зробить Господь, Бог твій, з усїма народами, що їх боїшся;
19de grote rampen, de tekenen en wonderen, die gij met eigen oog hebt aanschouwd; de sterke hand en gespierde arm, waarmee Jahweh, uw God, u heeft weggeleid! Zo zal Jahweh, uw God, alle volken treffen, voor wie gij bevreesd zijt.
20Надто ж іще пішле Господь, Бог твій, і шершенів між них, поки не погинуть ті, що позоставались поховавшись перед тобою.
20Zelfs horzels zendt Jahweh, uw God, op hen af, tot ook de rest, die zich voor u heeft verborgen, is verdelgd.
21Не лякайся перед ними! Бо Господь, Бог ваш, між вами, великий і страшний Бог.
21Neen, gij moet hen niet vrezen; want Jahweh, uw God, verblijft in uw midden, een machtige en ontzagwekkende God!
22І прожене Господь, Бог твій, народи сї, одного за другим перед тобою; не можна тобі знищити їх разом, а то намножилось би проти тебе польового звіра.
22Zeker, Jahweh, uw God, zal die volken slechts langzaam aan voor u verjagen, en gij zult ze niet ineens kunnen verdelgen; anders krijgen de wilde dieren de overhand op u.
23І віддасть їх тобі Господь, Бог твій, і пустить на них великий пострах і замішаннє, аж поки не погинуть.
23Maar Jahweh, uw God, levert ze aan u over, en houdt ze in grote verwarring, tot ze vernietigd zijn.
24І віддасть він в руки тобі царів їх, і знівечиш їх імена спід небес. Ніхто не устоїть проти тебе, поки не знищиш їх.
24Hij levert hun koningen aan u uit, en zelfs hun naam zult ge wegvagen onder de hemel; niemand zal voor u stand kunnen houden, totdat gij ze hebt verdelgd.
25Тисячі постатї богів їх попалиш огнем; не поривати меш очей на срібло і золото в них і не брати меш собі, щоб не попасти тобі в сїтку; бо се гидота перед Господом, Богом твоїм;
25Hun afgodsbeelden moet ge verbranden, het zilver en goud, dat hen bedekt, niet begeren en niet in bezit nemen, opdat het geen valstrik voor u wordt; want het is een afschuw voor Jahweh, uw God.
26І не вносити меш гидоти в дім твій, щоб не статись як і воно проклятим; мерзитись мусиш ним і ненавидїти його, бо прокляте воно.
26Een dergelijke gruwel moogt ge niet in uw huis brengen; anders wordt ge eveneens met de banvloek getroffen: gij moet er van gruwen en walgen; want het is met de banvloek geslagen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.