5 Мойсея 19
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Як вигубить Господь, Бог твій, народи, що землю їх дає тобі, і ти проженеш їх, та й осядешся по містах їх і по домівках їх:
1Wanneer Jahweh, uw God, de volken, wier land Hij u zal geven, heeft uitgeroeid en verdreven, en gij hun steden en huizen bewoont,
2Три міста віддїлиш собі у землї, що Господь, Бог твій, дає тобі в наслїддє.
2dan moet ge in uw land, dat Jahweh, uw God, u in bezit gaat geven, drie steden aanwijzen.
3Проведи туди дорогу, і роздїли країну землї твоєї на три частї; і буде се, щоб можна було туди кожному убийцеві втїкати.
3Ge moet de afstand bepalen, en daarnaar het land, dat Jahweh, uw God, u zal schenken, in drie districten verdelen, zodat iedereen, die een ander gedood heeft, daarheen kan vluchten.
4Та й ось який убийця може втїчи туди і зістанеться живий: Той, хто вбив ближнього свого ненароком, без ненавистї до його перше,
4Maar dit is de voorwaarde, waarop iemand, die een ander gedood heeft en daarheen is gevlucht, in leven mag blijven: dat hij den ander zonder opzet heeft verslagen en zonder dat hij hem vroeger haat had toegedragen.
5От так, прикладом, як хто прийде з ближнїм своїм у гай рубати дерево, та й замахне сокирою в руцї, щоб зрубати дерево, а зелїзо ізскочить з топорища та й влучить ближнього, так що той вмре: то такий нехай втїкає до одного із сих міст, щоб остатись живим;
5Bijvoorbeeld: als iemand met een ander in het bos hout gaat hakken, en met de bijl zwaait om de boom om te houwen, doch het ijzer schiet van de steel en treft den ander dodelijk, dan kan hij naar een van die steden vluchten, om in leven te blijven.
6Щоб кровоместник, запалавши серцем і пустившись на здогін за убийцею, не здогнав його, коли далека дорога, та й не вбив його, хоч він не повинен вмерти, тому бо не мав до його ненавистї перше.
6Anders zou de bloedwreker hem, die de dood heeft veroorzaakt, in zijn woede vervolgen, hem inhalen, omdat de afstand te groot is, en hem om het leven brengen, ofschoon hij de dood niet verdiende, daar hij hem tevoren niet heeft gehaat.
7Тим заповідаю тобі і наказую: Три міста оддїлиш собі.
7Daarom beveel ik u: wijs drie steden aan.
8А коли Господь, Бог твій, розширить гряницї твої, як він клявся батькам твоїм, і дасть тобі всю землю, що батькам твоїм обіцяв дати,
8En wanneer Jahweh, uw God, uw gebied heeft vergroot, zoals Hij aan uw vaderen heeft gezworen, en wanneer Hij u heel het land heeft gegeven, dat Hij aan uw vaderen beloofd heeft,
9Коли старати мешся сповняти всї заповідї, що заповідаю тобі сьогоднї, як будеш любити Господа, Бога твого, й ходити дорогами його повсячасно, так мусиш до сїх трьох ще три міста добавити собі,
9als gij alle geboden nauwgezet onderhoudt, die ik u heden beveel, en gij Jahweh, uw God, bemint en altijd zijn wegen bewandelt: dan moet ge bij deze drie steden nog drie andere voegen,
10Щоб не проливалась безвинна кров у землї твоїй, що Господь, Бог твій, дає тобі в наслїддє, і щоб не було на тобі вини за кров.
10opdat er geen onschuldig bloed in uw land wordt vergoten, dat Jahweh, uw God, u tot erfdeel geeft, en er geen bloedschuld op u rust.
11Коли ж чоловік ненавидить ближнього свого, і засяде на його і напавши вбє його, так що той вмре, і коли він утече до котрого із сїх міст:
11Maar wanneer iemand zijn naaste haat, hem lagen legt, overvalt en doodslaat, en hij vlucht dan naar een van die steden,
12Так пішлють туди старші із міста його і приведуть його звідтам, та й оддадуть його в руки кровоместникові на смерть.
12dan moeten de oudsten van zijn stad hem vandaar laten weghalen en hem aan den bloedwreker uitleveren, opdat hij sterve.
13Очі твої нехай не щадять його; змий безвинну кров з Ізраїля, і буде тобі добре на сьвітї.
13Ge moet geen medelijden met hem hebben, en geen onschuldig bloed op Israël laten rusten. Dan zal het u goed gaan.
14Не нарушай межі ближнього твого, що зробили її предки в твому наслїддї, що мати меш в землї, котру дає тобі в державу Господь, Бог твій.
14Gij moogt in het erfdeel, dat gij in het land zult verkrijgen, dat Jahweh, uw God, u in bezit gaat geven, de grens van uw naaste, die de voorvaderen hebben vastgesteld, niet verleggen.
15Одному сьвідкові не можна ставати проти кого небудь задля якої кривди і задля якої провини і задля якого гріха, котрим той согрішить. По слову двох сьвідків або по слову трьох сьвідків буде доказана справа.
15Welke misdaad of welke zonde iemand ook heeft misdreven, één getuige zal tegen hem niet gelden, maar de uitspraak moet op de verklaring van twee of drie getuigen berusten.
16Коли виступить сьвідок льживий проти кого небудь, щоб сьвідчити в якому переступі,
16Wanneer een verdachte getuige tegen iemand optreedt, om hem van een vergrijp te beschuldigen,
17Так нехай стануть оба, що сваряться, перед Господом, перед сьвященниками й суддями, що у той час судити муть.
17dan moeten de beide mannen, tussen wie het geding gaat, in tegenwoordigheid van de priesters en rechters, die er in die dagen zullen zijn, voor het aanschijn van Jahweh treden.
18А суддї нехай розберуть добре; як же сьвідок сей криво сьвідчив, і льживо говорив проти брата свого:
18en de rechters moeten dan een zorgvuldig onderzoek instellen. Blijkt nu de getuige een valse getuige te zijn, en heeft hij een valse getuigenis tegen zijn broeder afgelegd,
19Тодї зробите з ним те, що він задумував зробити з братом своїм; сим робом викорінювати меш зло зміж людей твоїх.
19dan zal men hem aandoen, wat hij zijn broeder dacht te berokkenen. Zo zult gij dit kwaad uw uit midden uitroeien;
20А другі почують і побачять та й не робити муть вже такого ледачого вчинку серед вас.
20de anderen zullen het horen en vrezen, en nooit meer een dergelijk kwaad in uw midden bedrijven.
21Око ж твоє нехай не щадить такого: Життє за життя, око за око, зуб за зуб, рука за руку, нога за ногу!
21Ge moet geen medelijden hebben: leven voor leven, oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.