5 Мойсея 23
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Нїхто не ввійде в громаду Господню, в кого роздавлені ядра, чи то відрізане природне тїло;
1Geen eunuch of ontmande mag tot de gemeente van Jahweh worden toegelaten.
2Не ввійде в громаду Господню байструк, навіть і десятому родові його не можна бути в громадї Господнїй.
2Ook mag geen bastaard tot de gemeente van Jahweh worden toegelaten, zelfs niet in het tiende geslacht.
3Не ввійде Амонїй і Моабій у громаду Господню; навіть і десятому родові його не можна увійти в громаду Господню, по віки нї;
3Geen Ammoniet en Moabiet mag ooit tot de gemeente van Jahweh worden toegelaten, zelfs niet in hun tiende geslacht.
4Тому що вони не привитали і не зустріли вас з хлїбом і водою в дорозї, як ви йшли з Египту, і тому що наймали проти тебе Білеама Беоренка, із Пегора в Мезопотамії, щоб він прокляв тебе.
4Want bij uw uittocht uit Egypte hebben zij u onderweg geen brood en water willen verschaffen, terwijl Moab bovendien Balaäm, den zoon van Beor, uit Petor van Aram-Naharáim voor geld heeft ontboden, om u te vervloeken.
5Та Господь, Бог твій, не схотїв послухати Білеама, та й обернув тобі Господь, Бог твій, прокляттє в благословеннє; любив бо тебе Господь, Бог твій.
5Wel heeft Jahweh, uw God, niet naar Balaäm willen luisteren, en de vloek voor u in zegen veranderd, omdat Jahweh, uw God, u beminde,
6Не подоба тобі шукати миру з ними і добра для них по всї часи, вічно.
6maar toch moogt gij in der eeuwigheid niet hun geluk en welvaart bevorderen.
7Не будеш гидувати Едомієм; він бо тобі брат. Не будеш гидувати Египтїєм: бо ти був приходнем в землї його.
7Voor den Edomiet behoeft ge geen afschuw te hebben, want hij is uw broeder; evenmin voor den Egyptenaar, omdat gij als vreemdeling in zijn land hebt vertoefd.
8Дїти, що в третьому родї їх народяться, можуть ввійти в громаду Господню.
8De zonen, die hun worden geboren, mogen in het derde geslacht tot de gemeente van Jahweh worden toegelaten.
9Коли стояти меш табором проти ворогів твоїх, так бережи себе від усього поганого.
9Wanneer gij u in een legerplaats bevindt, om tegen uw vijanden op te trekken, moet gij er voor zorgen, niets onwelvoegelijks te doen.
10Коли між вами буде хто нечистий з нічного випадку якого, так мусить вийти із табору; йому не можна ввійти до табору.
10Wanneer er dus iemand onder u is, die door wat hem des nachts overkwam, onrein is geworden, dan moet hij zich uit de legerplaats verwijderen. Hij mag niet in de legerplaats terugkomen,
11І коли настане вечір, викупається він у водї, а як зайде сонце, він увійде до табору.
11eer hij zich bij het vallen van de avond met water heeft gewassen; eerst als de zon is ondergegaan, mag hij in de legerplaats terugkeren.
12Окрім того нехай буде в тебе за табором місце, куди виходити меш.
12Ook moet gij buiten het legerkamp een gelegenheid hebben, waar gij uw behoefte kunt doen.
13І лопатка буде в тебе окрім зброї, і як сїдати меш, так викопаєш нею ямку, і обернувшись, загорнеш свою нечистоту.
13Gij moet ook een pin aan uw gordel hebben, om een gat te graven, wanneer gij buiten gaat zitten, en om er uw behoefte weer mee te bedekken.
14Бо Господь, Бог твій, іде посеред табору твого, щоб визволяти тебе і віддати тобі в руки ворогів твоїх. Тим мусить табір бути сьвятим, щоб він та не бачив негожого між вами та й не одвернувся від вас.
14Want Jahweh, uw God, vertoeft in uw kamp, om u te redden en uw vijanden aan u over te leveren. Uw legerplaats moet dus heilig zijn, opdat Hij niets onwelvoegelijks daarin ziet, en zich van u afkeert.
15Не віддаси раба, що втїк від пана до тебе, панові його.
15Gij moogt een slaaf, die van zijn heer naar u is gevlucht, niet aan zijn meester uitleveren.
16Жити ме в тебе, в такому місцї, яке вибере в якій небудь оселї твоїй, де йому лучче; не тисни його.
16Hij zal te midden van u blijven wonen op een plaats, die hij verkiest, in een van uw steden, naar zijn goeddunken; ge moogt hem niet verdrukken.
17Не буде жадної блудницї із дочок Ізрайлевих і не буде жадного блудника із синів Ізрайлевих.
17Er mag geen tempeldeerne onder de dochters van Israël zijn, en geen schandjongen onder de zonen van Israël.
18Не подавати меш як обітницю плату від блудницї чи гроші за собаку в дом Господа, Бога твого; бо і се гидота перед Господом, Богом твоїм.
18Gij moogt geen deernen- en hondenloon in de tempel van Jahweh, uw God, brengen tot voldoening van geloften; want beide zijn een afschuw voor Jahweh, uw God.
19Не будеш давати на чинш братові твойму — нї гроша на чинш, нї харчі на чинш, і нїчого на чинш, на що тільки можна наложити чинш.
19Gij moogt van uw broeder geen rente nemen, geen rente van geld, van levensmiddelen, of van iets, waarvoor men rente kan vragen.
20Чужоземцеві можна давати на чинш, братові ж свому не давати меш на чинш, щоб тебе благословив Господь, Бог твій, у всякому дїлї рук твоїх на землї, що йдеш заняти її.
20Van een buitenlander moogt ge rente nemen, maar niet van uw broeder, opdat Jahweh, uw God, u moge zegenen bij al wat gij doet in het land, dat gij nu in bezit gaat nemen.
21Коли зробиш яку обітницю Господеві, Богу твому, не гайся сповнити її; бо Господь, Бог твій, певно впімнеться в тебе, і буде тобі гріх.
21Wanneer ge aan Jahweh, uw God, een gelofte doet, talm dan niet, ze ook te volbrengen; want Jahweh, uw God, zal ze van u blijven eisen, en er zal schuld op u rusten.
22А коли занехаєш зробити обітницю, не буде гріха тобі.
22Wanneer ge geen gelofte doet, rust er ook geen schuld op u;
23Що вимовили уста твої, те мусиш додержати й сповнити, так як по добрій волї обицяв єси Господеві, Богу твому, що мовляли уста твої.
23maar uw woord moet ge nauwgezet houden, juist zoals gij het Jahweh, uw God, vrijwillig beloofd hebt, en het met uw eigen mond hebt gesproken.
24Як увійдеш у виноградник ближнього твого, можна тобі їсти ягод, скільки душа твоя забагне, до наситу, а в посудину твою не класти меш їх.
24Wanneer gij in de wijngaard van uw naaste komt, moogt ge druiven eten, zoveel ge wilt, tot gij genoeg hebt, maar niets in uw mand leggen.
25Як прийдеш на поле ближнього твого, можна тобі рвати колоссє рукою, але серпом не замахнешся на пашню ближнього твого.
25En wanneer ge door het korenveld van een ander gaat, moogt ge met uw hand aren plukken, maar niet de sikkel slaan in het koren van uw naaste.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.