Romeinen
Chapter 13
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Iedereen moet onderworpen zijn aan het hogere gezag; want alle gezag komt van God, en ook het thans bestaande gezag is verordend door God.
1Усяка душа властям висшим нехай корить ся; нема бо властї, коли не від Бога. Які ж є властї, від Бога вони настановлені.
2Wie zich dus verzet tegen het gezag, verzet zich tegen de verordening van God; en de weerspannigen zullen hun veroordeling krijgen.
2Тим же, хто противить ся властї, Божому повелїнню противить ся; хто ж противить ся, ті собі осуд набувають.
3Want de overheid is niet te duchten bij een goed, maar wel bij een slecht gedrag. Wilt ge dus niets te vrezen hebben van het gezag? Gedraag u dan behoorlijk, en ge zult zijn goedkeuring verwerven:
3Князї бо не добрим дїлам страх, а лихим. Хочеш же не боятись властї? Добре роби, то й мати меш похвалу від неї.
4want het is een dienaar van God tot uw eigen welzijn. Maar ge moet vrezen, wanneer ge u onbehoorlijk gedraagt; want het voert het zwaard niet voor niets; want als dienaar van God is het met de bestraffing van den misdadiger belast.
4Божий бо слуга він, тобі на добро. Коли ж лихе робиш, бій ся, бо не дармо меч носить; Божий бо слуга він, відомститель гнїва тому, хто робить лихе.
5Het is dus noodzakelijk, dat men zich onderwerpt; niet alleen om de straf, maar ook uit plichtsbesef.
5Тим же треба коритись не тільки ради гнїва (кари), та й ради совісти.
6Om dezelfde reden ook moet gij de belasting betalen; want de overheid is beambte van God, en is voortdurend in beslag genomen door haar taak.
6Того ж то й данину даєте; слуги бо Божі вони, що раз-у-раз того пильнують.
7Geeft dus aan allen wat hun toekomt; belasting aan wien gij belasting, tol aan wien gij tol, ontzag aan wien gij ontzag, eer aan wien gij eer zijt verschuldigd.
7Оддавайте ж усїм, що треба: кому данину, данину; кому мито, мито; кому страх, страх; кому честь, честь.
8Blijft niemand iets schuldig dan wederkerige liefde. Want hij die zijn naaste bemint, heeft de Wet vervuld.
8Нїкому ж нїчим не задовжуйтесь, тільки любовю один одному; хто бо любить другого, закон сповнив.
9Immers het gebod: “Ge zult geen overspel bedrijven, ge zult niet doodslaan, ge zult niet stelen, ge zult niet begeren,” en alle andere geboden zijn samengevat in dit éne: “Ge zult den naaste liefhebben als uzelf.”
9Бо се: Не роби перелюбу, Не вбий, Не вкрадь, Не сьвідкуй криво, Не похотствуй, і коли (є) яка инша заповідь, у сему слові містить ся: Люби ближнього твого, як сам себе.
10De liefde berokkent den naaste geen kwaad; de liefde volbrengt dus de ganse Wet.
10Любов ближньому зла не робить; тим любов — сповненнє закону.
11Bovendien, gij weet, dat het tijd is, en dat het uur is geslagen, om op te staan uit de slaap; want thans is het heil ons meer nabij, dan toen we het geloof hebben omhelsd.
11Так (чинїть), знаючи пору, що вже час нам від сна встати; тепер бо ближче нас спасеннє, нїж як ми увірували.
12De nacht is ver gevorderd, de dag breekt aan. Laat ons dus afleggen de werken der duisternis, en ons omgorden met de wapenen van het licht.
12Ніч минула, а день наближив ся; відложімо ж дїла темряви, а одягнїмось у зброю сьвітла.
13Laat ons dus onberispelijk leven, zoals we dit doen op klaarlichte dag; niet in brasserij en dronkenschap, niet in ontucht en losbandigheid, niet in twist en ijverzucht.
13Яко в день нумо чесно ходити, не в прожорстві та піянстві, не в любодїяннї та розпустї, не в сварнї та завистї.
14Maar omkleedt u met den Heer Jesus Christus, en vertroetelt het vlees niet tot begeerlijkheid.
14Нї, одягнїть ся Господом нашим Ісусом Христом, і не догоджуйте тїлу в похотї.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.