Romeinen 13
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Iedereen moet onderworpen zijn aan het hogere gezag; want alle gezag komt van God, en ook het thans bestaande gezag is verordend door God.
1Свака душа да се покорава властима које владају; јер нема власти да није од Бога, а што су власти, од Бога су постављене.
2Wie zich dus verzet tegen het gezag, verzet zich tegen de verordening van God; en de weerspannigen zullen hun veroordeling krijgen.
2Тако који се супроти власти супроти се наредби Божијој; а који се супроте примиће грех на себе.
3Want de overheid is niet te duchten bij een goed, maar wel bij een slecht gedrag. Wilt ge dus niets te vrezen hebben van het gezag? Gedraag u dan behoorlijk, en ge zult zijn goedkeuring verwerven:
3Јер кнезови нису страх добрим делима него злим. Хоћеш ли, пак, да се не бојиш власти, чини добро, и имаћеш хвалу од ње;
4want het is een dienaar van God tot uw eigen welzijn. Maar ge moet vrezen, wanneer ge u onbehoorlijk gedraagt; want het voert het zwaard niet voor niets; want als dienaar van God is het met de bestraffing van den misdadiger belast.
4јер је слуга Божји теби за добро. Ако ли зло чиниш, бој се; јер узалуд не носи мача, јер је Божји слуга, осветник на гнев ономе који зло чини.
5Het is dus noodzakelijk, dat men zich onderwerpt; niet alleen om de straf, maar ook uit plichtsbesef.
5Тако се ваља покоравати не само од страха него и по савести.
6Om dezelfde reden ook moet gij de belasting betalen; want de overheid is beambte van God, en is voortdurend in beslag genomen door haar taak.
6Јер за то и порезе дајете; јер су слуге Божије које су за то исто постављене.
7Geeft dus aan allen wat hun toekomt; belasting aan wien gij belasting, tol aan wien gij tol, ontzag aan wien gij ontzag, eer aan wien gij eer zijt verschuldigd.
7Подајте, дакле, свакоме шта сте дужни: коме дакле порезу, порезу; а коме царину, царину; а коме страх, страх; а коме част, част.
8Blijft niemand iets schuldig dan wederkerige liefde. Want hij die zijn naaste bemint, heeft de Wet vervuld.
8И не будите никоме ништа дужни осим да љубите један другог; јер који љуби другог закон испуни.
9Immers het gebod: “Ge zult geen overspel bedrijven, ge zult niet doodslaan, ge zult niet stelen, ge zult niet begeren,” en alle andere geboden zijn samengevat in dit éne: “Ge zult den naaste liefhebben als uzelf.”
9Јер ово: Не чини прељубе, не убиј, не укради, не сведочи лажно, не зажели, и ако има још каква друга заповест, у овој се речи извршује, то јест: Љуби ближњег свог као самог себе.
10De liefde berokkent den naaste geen kwaad; de liefde volbrengt dus de ganse Wet.
10Љубав не чини зла ближњему; дакле је љубав извршење закона.
11Bovendien, gij weet, dat het tijd is, en dat het uur is geslagen, om op te staan uit de slaap; want thans is het heil ons meer nabij, dan toen we het geloof hebben omhelsd.
11И знајући ово време да је већ час дошао да устанемо од сна; јар нам је сад ближе спасење него ли кад веровасмо.
12De nacht is ver gevorderd, de dag breekt aan. Laat ons dus afleggen de werken der duisternis, en ons omgorden met de wapenen van het licht.
12Ноћ прође, а дан се приближи: да одбацимо, дакле, сва дела тамна, и да се обучемо у оружје видела.
13Laat ons dus onberispelijk leven, zoals we dit doen op klaarlichte dag; niet in brasserij en dronkenschap, niet in ontucht en losbandigheid, niet in twist en ijverzucht.
13Да ходимо поштено као по дану: не у ждерању и пијанству, не у курварству и нечистоти, не у свађању и зависти;
14Maar omkleedt u met den Heer Jesus Christus, en vertroetelt het vlees niet tot begeerlijkheid.
14него се обуците у Господа Исуса Христа; и телу не угађајте по жељама.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.