Spreuken 8
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
1Waarachtig, de wijsheid roept, De schranderheid verheft haar stem!
1Doth not wisdom call, and understanding put forth her voice?
2Zij staat langs de weg op de toppen der hoogten, Op het kruispunt der wegen,
2In the top of high places by the way, where the paths meet, she standeth;
3Opzij van de poorten, aan de ingang der stad, Waar men de poorten betreedt, predikt zij luid:
3Beside the gates, at the entry of the city, at the coming in at the doors, she crieth aloud:
4Ik roep tot u, mannen, Ik spreek tot de kinderen der mensen:
4'Unto you, O men, I call, and my voice is to the sons of men.
5Leert toch, onnozelen, wat schranderheid is, Verstaat toch, dwazen, wat wijsheid betekent!
5O ye thoughtless, understand prudence, and, ye fools, be ye of an understanding heart.
6Luistert, want wat ik zeg is zeker, Wat over mijn lippen komt is juist;
6Hear, for I will speak excellent things, and the opening of my lips shall be right things.
7Mijn mond spreekt de waarheid, Van leugentaal hebben mijn lippen een afschuw.
7For my mouth shall utter truth, and wickedness is an abomination to my lips.
8Al mijn woorden zijn oprecht, Niet één ervan is misleidend of vals;
8All the words of my mouth are in righteousness, there is nothing perverse or crooked in them.
9Voor wie ze verstaat, zijn ze allen treffend, Voor wie ze wil begrijpen, allen juist.
9They are all plain to him that understandeth, and right to them that find knowledge.
10Neemt liever mijn tucht aan dan zilver, Geeft aan kennis de voorkeur boven het fijnste goud;
10Receive my instruction, and not silver, and knowledge rather than choice gold.
11Want de wijsheid is meer waard dan juwelen, Geen kostbaarheid komt haar nabij!
11For wisdom is better than rubies, and all things desirable are not to be compared unto her.
12Ik, wijsheid, ben met overleg vertrouwd, En beschik over weloverwogen kennis;
12I wisdom dwell with prudence, and find out knowledge of devices.
13Maar hoogmoed en trots, een slechte levenswandel, En een wispelturige tong zijn een afschuw voor mij.
13The fear of the LORD is to hate evil; pride, and arrogancy, and the evil way, and the froward mouth, do I hate.
14Ik beschik over raad en beleid, Ik bezit doorzicht en kracht;
14Counsel is mine, and sound wisdom; I am understanding, power is mine.
15Door mij zijn de koningen koning, En bepalen de leiders wat recht is;
15By me kings reign, and princes decree justice.
16Door mij zijn de vorsten vorst, En zijn alle rechtvaardige rechters in aanzien.
16By me princes rule, and nobles, even all the judges of the earth.
17Die mij beminnen heb ik lief, En die mij zoeken, zullen mij vinden.
17I love them that love me, and those that seek me earnestly shall find me.
18Ik beschik over rijkdom en aanzien, Over duurzame welvaart en voorspoed;
18Riches and honour are with me; yea, enduring riches and righteousness.
19Mijn vrucht is meer waard dan het edelste goud, Meer dan het fijnste zilver mijn oogst.
19My fruit is better than gold, yea, than fine gold; and my produce than choice silver.
20Ik wandel op de weg der gerechtigheid, Midden op de paden van het recht:
20I walk in the way of righteousness, in the midst of the paths of justice;
21Om die mij beminnen, met bezit te verrijken, En hun schatkamers te vullen.
21That I may cause those that love me to inherit substance, and that I may fill their treasuries.
22Jahweh schiep mij als zijn eerste gewrocht, Als het eerste werk, dat Hij ooit heeft gemaakt;
22The LORD made me as the beginning of His way, the first of His works of old.
23Van oudsher ben ik gevormd, Van den beginne, vóór de eerste tijden der aarde.
23I was set up from everlasting, from the beginning, or ever the earth was.
24Toen er nog geen oceanen waren. was ik geboren, Toen er nog geen bronnen, rijk aan water, bestonden;
24When there were no depths, I was brought forth; when there were no fountains abounding with water.
25Eer de bergen waren neergelaten, Eer de heuvels ontstonden, werd ik geboren,
25Before the mountains were settled, before the hills was I brought forth;
26Eer Hij de aarde had gemaakt en de velden, En alle grondstoffen der wereld.
26While as yet He had not made the earth, nor the fields, nor the beginning of the dust of the world.
27Toen Hij de hemel welfde, was ik aanwezig, Toen Hij een kring trok rond het vlak van de oceaan;
27When He established the heavens, I was there; when He set a circle upon the face of the deep,
28Toen Hij daarboven de wolken bevestigde, En de bronnen van de oceaan begonnen te stromen;
28When He made firm the skies above, when the fountains of the deep showed their might,
29Toen Hij de zee haar grenzen stelde, Dat de wateren haar oevers niet zouden overschrijden; Toen Hij de fundamenten der aarde legde:
29When He gave to the sea His decree, that the waters should not transgress His commandment, when He appointed the foundations of the earth;
30Was ik bij Hem als een troetelkind, Was ik elke dag zijn vermaak, Dartelde ik heel de tijd onder zijn ogen,
30Then I was by Him, as a nursling; and I was daily all delight, playing always before Him,
31Spelend op zijn wereldrond, En mij vermakend met de kinderen der mensen.
31Playing in His habitable earth, and my delights are with the sons of men.
32Welnu dan kinderen luistert naar mij; Gelukkig zij, die mijn wegen bewaren;
32Now therefore, ye children, hearken unto me; for happy are they that keep my ways.
33Hoort naar de lessen, weest wijs, en verwerpt ze niet. En de wacht houden aan de posten van mijn poorten.
33Hear instruction, and be wise, and refuse it not.
34Gelukkig de mens, die naar mij luistert, Die elke dag aan mijn deuren waken,
34Happy is the man that hearkeneth to me, watching daily at my gates, waiting at the posts of my doors.
35Wie mij vindt, heeft het leven gevonden, En welbehagen verkregen van Jahweh;
35For whoso findeth me findeth life, and obtaineth favour of the LORD.
36Maar wie mij mist, benadeelt zichzelf, En al wie mij haten, beminnen de dood!
36But he that misseth me wrongeth his own soul; all they that hate me love death.'
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.