Johannes 15
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijngaardenier.
1Я правдива виноградина, а Отець мій виноградар.
2Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, snijdt Hij af; en elke rank die wèl vrucht draagt, zuivert Hij, opdat ze nog meer vrucht mag dragen.
2Кожну вітку в мене, що не родить овощу, відтинає її, а кожну, що родить овощ, обчищує її, щоб більш овощу родила.
3Reeds zijt gij rein door het woord, dat Ik tot u gesproken heb.
3Вже ви чисті через слово, що я глаголав вам.
4Blijft in Mij, en Ik blijf in u. Zoals de rank uit zichzelf geen vrucht kan dragen, maar alleen wanneer ze aan de wijnstok blijft, zo kunt ook gij het niet, wanneer gij niet blijft in Mij.
4Пробувайте в менї, і я в вас. Яко ж вітка не може овощу родити від себе, коли не пробувати ме на виноградинї, так анї ви, коли в менї не будете пробувати.
5Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, en Ik in hem, hij draagt rijke vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.
5Я виноградина, ви віттє. Хто пробуває в менї, а я в йому, той приносить багато овощу; бо без мене не можете робити нїчого.
6Zo iemand in Mij niet blijft, dan wordt hij weggeworpen als de rank, en verdort; men raapt ze bijeen, werpt ze in het vuur, en verbrandt ze.
6Коли хто не пробуває в менї, буде викинутий геть, як вітка, і всохне, й зберуть їх, та й кинуть в огонь, і згорять.
7Maar zo gij in Mij blijft, en mijn woorden in u blijven, vraagt dan al wat gij wilt, en gij zult het verkrijgen.
7Коли пробувати мете в менї, а слова мої пробувати муть в вас, то, чого схочете, просити мете, і станеть ся.
8Dit is het, wat mijn Vader verheerlijkt: dat gij veel vruchten draagt, en mijn leerlingen wordt.
8У сьому прославив ся Отець мій, щоб овощу багато давали ви, й були моїми учениками.
9Zoals de Vader Mij heeft bemind, zo ook heb Ik u bemind; blijft in mijn liefde.
9Яко ж полюбив мене Отець, і я полюбив вас; пробувайте в любові моїй.
10Wanneer gij mijn geboden onderhoudt, zult gij in mijn liefde blijven; zoals ook Ik de geboden van mijn Vader heb onderhouden, en in zijn liefde blijf.
10Коли заповідї мої хоронити мете, пробувати мете в любові моїй; я хоронив заповідї Отця мого, й пробуваю в любові Його.
11Dit alles heb Ik tot u gezegd, opdat mijn vreugde uw deel mag worden, en uw vreugde volkomen mag zijn. —
11Се глаголю вам, щоб радощі мої пробували в вас, і щоб радощі ваші сповнились.
12Dit is mijn gebod: Hebt elkander lief, zoals Ik u heb bemind.
12Се заповідь моя: Щоб любили один одного, як я полюбив вас.
13Niemand heeft groter liefde dan hij, die zijn leven geeft voor zijn vrienden.
13Більшої сієї любови нїхто не має, як щоб хто душу свою положив за другів своїх.
14Gij zijt mijn vrienden, zo gij doet, wat Ik u gebied.
14Ви други мої, коли робити все, що я заповідаю вам.
15Ik noem u geen dienstknechten meer, want de knecht weet niet wat zijn heer doet; maar u heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik u alles bekend heb gemaakt, wat Ik van mijn Vader gehoord heb.
15Вже більш вас не зву слугами, бо слуга не знає, що робить пан його; вас же назвав я другами, бо все, що чув я від Отця мого, обявив вам.
16Niet gij hebt Mij uitverkoren, maar Ik heb ú uitverkoren; en Ik heb u aangesteld, om vrucht te gaan dragen, en wèl blijvende vrucht; en de Vader geve u alles, wat gij Hem in mijn naam zult vragen.
16Не ви мене вибрали, а я вибрав вас, та й настановив вас, щоб ви йшли і овощ приносили, і овощ ваш пробував; щоб чого просити мете в Отця імям моїм, дав вам.
17Dit leg Ik u op: Hebt elkander lief.
17Се заповідую вам, щоб любили один одного.
18Wanneer de wereld u haat, weet, dat ze Mij het eerst heeft gehaat.
18Коли сьвіт вас ненавидить, знайте, що мене перш вас зненавидїв.
19Zo gij van de wereld waart, zou de wereld beminnen wat haar toebehoort; maar omdat gij niet van de wereld zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld.
19Коли б із сьвіта були, сьвіт своє любив би; як же ви не з сьвіта, а я вибрав вас із сьвіта, тим ненавидить вас сьвіт.
20Denkt aan het woord, dat Ik u heb gezegd: Een dienaar is niet meer dan zijn heer. Heeft men Mij vervolgd, dan zal men ook u vervolgen; heeft men mijn woord geacht, dan zal men ook het uwe achten.
20Згадайте слово, що я сказав вам: Не більший слуга пана свого. Коли мене гонили, і вас гонити муть. Коли моє слово хоронили, і ваше хоронити муть.
21Maar dit alles zal men u aandoen om mijn naam, omdat men Hèm niet kent, die Mij heeft gezonden.
21Та се все робити муть вам задля імя мого, бо не знають Пославшого мене.
22Wanneer Ik niet gekomen was en niet tot hen had gesproken, dan zouden ze geen zonde hebben; maar nu hebben ze geen verontschuldiging voor hun zonde;
22Коли б я не прийшов і не глаголав їм, гріха не мали б вони; тепер же вимовки не мають вони за гріх свій.
23wie Mij haat, haat ook mijn Vader.
23Хто мене ненавидить, і Отця мого ненавидить.
24Had Ik onder hen niet de werken gedaan, die niemand anders gedaan heeft, dan zouden ze geen zonde hebben; maar nu hebben zij ze gezien, en toch èn Mij èn mijn Vader gehaat.
24Коли б дїл не зробив я в них, яких нїхто инший не робив, гріха не мали б; тепер же видїли й зненавидїли мене і Отця мого.
25Maar het woord moest worden vervuld, dat in hun Wet staat geschreven: “Zij hebben Mij gehaat zonder reden”.
25Та щоб справдилось слово, написане в законї їх: Що зненавидїли мене дармо.
26Maar wanneer de Helper komt, dien Ik u van den Vader zal zenden, de Geest der waarheid, die uitgaat van den Vader, dan zal Hij van Mij getuigen.
26Як же прийде Утїшитель, що я пішлю вам од Отця, Дух правди, що від Отця виходить, Той сьвідкувати ме про мене.
27Maar ook gij moet getuigen, omdat gij van de aanvang af bij Mij zijt geweest.
27І ви ж сьвідкувати мете: бо від почину ви зо мною.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.