Rechters
Chapter 21
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Nu hadden de Israëlieten te Mispa gezworen: Niemand van ons zal zijn dochter aan een Benjamiet tot vrouw geven.
1І заприсягли Ізрайлитяне в Массифі: Нїхто з нас не оддасть дочки за Бенямія.
2Maar toen het volk te Betel kwam en er tot de avond voor Gods aanschijn bleef, begon het luid te jammeren en te schreien:
2І скупивсь люд до дому Божого в Сило, і сидїли там до вечора перед Богом, і голосили промовляючи:
3Jahweh, God van Israël; waarom heeft dit Israël moeten treffen, dat er thans aan Israël één stam gaat ontbreken?
3Про що воно, Господи, Боже Ізрайлїв, так ув Ізраїлї сталось, що вже нема цїлого одного поколїння?
4En de volgende morgen stond het volk op, bouwde daar een altaar en bracht brand- en vredeoffers.
4Назавтра ж рано вранцї построїв там люд жертівника і принїс усепаленнє і мирну жертву.
5Daarna zeiden de Israëlieten: Wie uit al de stammen van Israël is niet ter vergadering tot Jahweh opgekomen? Want ze hadden een dure eed gezworen: Wie niet opgaat tot Jahweh te Mispa, zal sterven!
5І питали сини Ізрайлеві: Хто з усїх поколїнь Ізрайлевих не був в походї з військом Господнїм? Бо присягнено було великою присягою, того, хто не прийде в Массифу перед Господа, скарати смертю.
6Daar de Israëlieten medelijden met hun broeder Benjamin hadden gekregen, zeiden ze: Nu is er een stam van Israël afgesneden.
6І жаль стало Ізрайлитянам братів своїх Беняминїїв і говорили: Тепер вирвано цїле одно поколїннє з Ізраїля!
7Hoe kunnen we de overgeblevenen onder hen toch nog aan vrouwen helpen, nu we bij Jahweh hebben gezworen, dat we hun onze dochters niet tot vrouw zullen geven?
7Як нам обмислити про жінки для тих, що зостались, коли ми заклялись Господом, що нїхто з нас не оддавати ме за них дочки?
8En ze vroegen: Is er misschien iemand uit de stammen van Israël niet tot Jahweh te Mispa opgegaan? Nu was er uit Jabesj-Gilad niemand naar het kamp ter vergadering gekomen.
8І питали: Чи нема кого з поколїнь Ізрайлевих, що не прийшов був сюди перед Господа в Массифу? Тодї виявилось, що з Явиса Галаадського нїхто не прибув був до громади військової в табір.
9Het volk werd dus gemonsterd, en er was inderdaad niemand uit Jabesj-Gilad.
9І зроблено перегляд між людом, і дознались, що з осадників Явиських у Галаадї не прибув нїхто.
10Nu zond het vergaderde volk twaalf duizend van de dapperste mannen daarheen met het bevel: Gaat heen en jaagt de bewoners van Jabesj-Gilad over de kling, met vrouwen en kinderen;
10І послала туди громада дванайцять тисяч найхоробріщих мужів, і дано їм наказ: Ійдить і повбивайте осадників Явиських у Галаадї мечем, жіноцтво й дїтвору;
11maar doet het zo, dat ge iederen man ombrengt en iedere vrouw, die gemeenschap heeft gehad met een man, maar dat ge de maagden spaart. Dit deden ze.
11А при тому ось як зʼорудуйте: на кожного мужчину і на всїх жінок, що взнали чоловіче ложе, роспростріте проклін, дївок же зоставте живими. Вони так і вчинили.
12Men trof onder de inwoners van Jabesj-Gilad vier honderd jonge maagden aan, die geen gemeenschap met een man hadden gehad, en men bracht ze naar de legerplaats te Sjilo in het land Kanaän.
12І знайшли між осадниками Явиса в Галаадї чотириста дївуючих женщин, що ще мужого ложа не взнали; їх привели вони в табір у Силомі, що в Канаан-землї стоїть.
13Vervolgens zond heel het vergaderde volk boden naar de Benjamieten, die bij de rots Rimmon waren, om vrede met hen te sluiten.
13Тодї послала вся громада, щоб перемовитись із Беняминїями, що були під Риммон скелею, та й обіцяно їм безпеку.
14En toen de Benjamieten waren teruggekeerd, gaf men hun vrouwen uit die van Jabesj-Gilad, die men in het leven gelaten had. Maar er waren er niet genoeg.
14От і прийшли Беняминїї, і передано їм жінок, скілько їх зісталось живими з жіноцтва в Явисї в Галаадї. Однакже сих не стало на всїх.
15En daar het volk van medelijden met Benjamin was vervuld, omdat Jahweh een bres in de stammen van Israël had geslagen,
15І жалкував люд Ізраїльський вельми, що загине одно поколїннє в Ізраїлї.
16zeiden de oudsten van het vergaderde volk: Hoe kunnen we de overgeblevenen aan vrouwen helpen, nu er in Benjamin geen vrouwen meer zijn?
16І казали громадські мужі: Як нам обмислити жінками тих, що позостались? Бо й жіноцтво в Беняминї викоренено.
17Ze vervolgden: Hoe de rest van Benjamin te behouden, zodat er geen stam uit Israël wordt uitgeroeid?
17І говорено: Наслїдня держава нехай остане уцїлівшим синам Бенямина, щоб не перевелось одно поколїннє в Ізраїлї;
18Wij immers kunnen hun geen vrouwen geven uit onze dochters! Want de Israëlieten hadden gezworen: Vervloekt hij, die een vrouw aan een Benjamiet geeft.
18Але ж і нам не можна дочок наших за них оддавати; бо сини Ізрайлеві поклялись ось як: Проклят, хто оддасть за Беняминїя дочку!
19Toen zei men: Wel, men viert thans het jaarfeest ter ere van Jahweh te Sjilo. Dit ligt ten noorden van Betel, oostelijk van de weg, die van Betel oploopt naar Sikem, en ten zuiden van Lebona.
19Тодї промовили: Що року буває сьвято Господнє в Силомі — а він стоїть на півночі від Бетеля, на востоцї від шляху, що йде з Бетеля в Сихему, а на полуднї від Лебони —
20En men gaf aan de Benjamieten de raad: Gaat op de loer liggen in de wijngaarden.
20Та й навчили Бенямінїїв, кажучи: Йдїть та засядьтесь у виноградниках,
21en let goed op, Wanneer de meisjes van Sjilo naar buiten komen voor de reidansen, sluipt dan uit de wijngaarden te voorschijn, rooft u ieder een vrouw uit de meisjes van Sjilo, en keert naar het land van Benjamin terug.
21І як побачите, що дївчата виходять із Силому на танець і хороводи, то ви повискакуйте з виноградників та й хапайте кожен Силомську дївчину собі за жінку, та й ідїть додому в землю Беняминову.
22En als haar vaders of broers u erover komen lastig vallen, dan moet ge hun zeggen: Ge moet het ons maar vergeven; want niemand van ons heeft zich een vrouw in de strijd kunnen nemen; en wanneer gij ze zelf hadt gegeven, zoudt ge u bezondigd hebben.
22Якже прийдуть їх батьки чи брати перед нами жалуватись, ми відкажемо їм: Вибачайте, бо ми не взяли про кожного з них жінки на війнї, а ви б їм не дали: ваша й вина.
23De Benjamieten deden zo, en namen zich uit de dansende meisjes, die ze geschaakt hadden, zoveel vrouwen als ze nodig hadden. Daarna gingen ze heen, keerden terug naar hun erfdeel, bouwden de steden weer op, en woonden er in.
23Беняминїї так і зробили, та й здобули собі скільки було треба жінок між таньцючими, що їх похапали. Тодї вернулись у свою державу, будували міста та й осїдались там.
24Ook de Israëlieten gingen nu vandaar heen, ieder naar zijn eigen stam en geslacht, en iedereen vertrok naar zijn erfdeel.
24Ізрайлитяне ж розійшлись тодї кожен у своє поколїннє та й вернувсь кожен у свою державу.
25In die tijd was er geen koning in Israël, zodat iedereen deed, wat hem goeddacht.
25Того часу не було царя в Ізраїлї; кожен чинив, що йому здавалось добрим.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.