Rechters
Chapter 21
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Bíblia Portuguesa …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Nu hadden de Israëlieten te Mispa gezworen: Niemand van ons zal zijn dochter aan een Benjamiet tot vrouw geven.
1Ora, os homens de Israel haviam jurado em Mispá, dizendo: “Nenhum de nós dará a sua filha por mulher a Benjamim.”
2Maar toen het volk te Betel kwam en er tot de avond voor Gods aanschijn bleef, begon het luid te jammeren en te schreien:
2O povo foi a Betel e sentou-se ali até a tarde perante Deus; levantaram as suas vozes e choraram amargamente.
3Jahweh, God van Israël; waarom heeft dit Israël moeten treffen, dat er thans aan Israël één stam gaat ontbreken?
3Eles disseram: “Ó SENHOR, o Deus de Israel, por que aconteceu isso em Israel, de modo que hoje falte uma tribo em Israel?”
4En de volgende morgen stond het volk op, bouwde daar een altaar en bracht brand- en vredeoffers.
4No dia seguinte, o povo se levantou cedo, construiu ali um altar e ofereceu holocaustos e ofertas pacíficas.
5Daarna zeiden de Israëlieten: Wie uit al de stammen van Israël is niet ter vergadering tot Jahweh opgekomen? Want ze hadden een dure eed gezworen: Wie niet opgaat tot Jahweh te Mispa, zal sterven!
5Os filhos de Israel perguntaram: “Quem há entre todas as tribos de Israel que não subiu na assembleia ao SENHOR?” Pois haviam feito um grande juramento a respeito daquele que não subisse ao SENHOR em Mispá, dizendo: “Ele certamente será morto.”
6Daar de Israëlieten medelijden met hun broeder Benjamin hadden gekregen, zeiden ze: Nu is er een stam van Israël afgesneden.
6Os filhos de Israel se entristeceram por Benjamim, seu irmão, e disseram: “Hoje uma tribo foi cortada de Israel.
7Hoe kunnen we de overgeblevenen onder hen toch nog aan vrouwen helpen, nu we bij Jahweh hebben gezworen, dat we hun onze dochters niet tot vrouw zullen geven?
7Como providenciaremos mulheres para os que restam, visto que juramos pelo SENHOR que não lhes daremos das nossas filhas por mulheres?”
8En ze vroegen: Is er misschien iemand uit de stammen van Israël niet tot Jahweh te Mispa opgegaan? Nu was er uit Jabesj-Gilad niemand naar het kamp ter vergadering gekomen.
8Eles perguntaram: “Qual é a tribo de Israel que não subiu ao SENHOR em Mispá?” E eis que ninguém de Jabes-Gileade havia vindo ao acampamento para a assembleia.
9Het volk werd dus gemonsterd, en er was inderdaad niemand uit Jabesj-Gilad.
9Pois quando o povo foi contado, eis que não havia ali nenhum dos habitantes de Jabes-Gileade.
10Nu zond het vergaderde volk twaalf duizend van de dapperste mannen daarheen met het bevel: Gaat heen en jaagt de bewoners van Jabesj-Gilad over de kling, met vrouwen en kinderen;
10A congregação enviou para lá doze mil dos homens mais valentes e lhes ordenou, dizendo: “Vão e firam os habitantes de Jabes-Gileade ao fio da espada, juntamente com as mulheres e as crianças.
11maar doet het zo, dat ge iederen man ombrengt en iedere vrouw, die gemeenschap heeft gehad met een man, maar dat ge de maagden spaart. Dit deden ze.
11Isto é o que vocês farão: destruirão totalmente todo do sexo masculino e toda mulher que já se deitou com um homem.”
12Men trof onder de inwoners van Jabesj-Gilad vier honderd jonge maagden aan, die geen gemeenschap met een man hadden gehad, en men bracht ze naar de legerplaats te Sjilo in het land Kanaän.
12Encontraram entre os habitantes de Jabes-Gileade quatrocentas jovens virgens que não haviam conhecido homem, deitando-se com ele; e as trouxeram para o acampamento em Siló, que fica na terra de Canaã.
13Vervolgens zond heel het vergaderde volk boden naar de Benjamieten, die bij de rots Rimmon waren, om vrede met hen te sluiten.
13Toda a congregação enviou mensageiros e falou aos filhos de Benjamim que estavam na rocha de Rimom, e lhes proclamou paz.
14En toen de Benjamieten waren teruggekeerd, gaf men hun vrouwen uit die van Jabesj-Gilad, die men in het leven gelaten had. Maar er waren er niet genoeg.
14Benjamim voltou naquele tempo; e lhes deram as mulheres que haviam deixado com vida dentre as mulheres de Jabes-Gileade. Contudo, ainda não havia o suficiente para eles.
15En daar het volk van medelijden met Benjamin was vervuld, omdat Jahweh een bres in de stammen van Israël had geslagen,
15O povo se entristeceu por causa de Benjamim, porque o SENHOR havia feito uma brecha nas tribos de Israel.
16zeiden de oudsten van het vergaderde volk: Hoe kunnen we de overgeblevenen aan vrouwen helpen, nu er in Benjamin geen vrouwen meer zijn?
16Então os líderes da congregação perguntaram: “Como providenciaremos mulheres para os que restam, visto que as mulheres foram destruídas do meio de Benjamim?”
17Ze vervolgden: Hoe de rest van Benjamin te behouden, zodat er geen stam uit Israël wordt uitgeroeid?
17Disseram mais: “Deve haver uma herança para os que escaparam de Benjamim, para que uma tribo não seja apagada de Israel.
18Wij immers kunnen hun geen vrouwen geven uit onze dochters! Want de Israëlieten hadden gezworen: Vervloekt hij, die een vrouw aan een Benjamiet geeft.
18No entanto, não podemos lhes dar mulheres dentre as nossas filhas, pois os filhos de Israel haviam jurado, dizendo: ‘Maldito aquele que der mulher a Benjamim.’”
19Toen zei men: Wel, men viert thans het jaarfeest ter ere van Jahweh te Sjilo. Dit ligt ten noorden van Betel, oostelijk van de weg, die van Betel oploopt naar Sikem, en ten zuiden van Lebona.
19Eles disseram: “Eis que há uma festa do SENHOR de ano em ano em Siló, que fica ao norte de Betel, no lado leste da estrada que sobe de Betel para Siquém, e ao sul de Lebona.”
20En men gaf aan de Benjamieten de raad: Gaat op de loer liggen in de wijngaarden.
20Eles ordenaram aos filhos de Benjamim, dizendo: “Vão e fiquem de emboscada nas vinhas,
21en let goed op, Wanneer de meisjes van Sjilo naar buiten komen voor de reidansen, sluipt dan uit de wijngaarden te voorschijn, rooft u ieder een vrouw uit de meisjes van Sjilo, en keert naar het land van Benjamin terug.
21e observem; e eis que, se as filhas de Siló saírem para dançar nas danças, então saiam das vinhas, e que cada homem agarre a sua mulher dentre as filhas de Siló, e vão para a terra de Benjamim.
22En als haar vaders of broers u erover komen lastig vallen, dan moet ge hun zeggen: Ge moet het ons maar vergeven; want niemand van ons heeft zich een vrouw in de strijd kunnen nemen; en wanneer gij ze zelf hadt gegeven, zoudt ge u bezondigd hebben.
22E acontecerá que, quando os pais ou os irmãos delas vierem reclamar conosco, nós lhes diremos: ‘Sejam bondosos e nos concedam isso, porque não tomamos mulher para cada um deles na batalha, e tampouco vocês as deram a eles; do contrário, agora vocês seriam culpados.’”
23De Benjamieten deden zo, en namen zich uit de dansende meisjes, die ze geschaakt hadden, zoveel vrouwen als ze nodig hadden. Daarna gingen ze heen, keerden terug naar hun erfdeel, bouwden de steden weer op, en woonden er in.
23Os filhos de Benjamim assim o fizeram, e tomaram para si mulheres segundo o seu número, dentre as que dançavam, as quais eles arrebataram. Eles foram e voltaram para a sua herança, reconstruíram as cidades e passaram a morar nelas.
24Ook de Israëlieten gingen nu vandaar heen, ieder naar zijn eigen stam en geslacht, en iedereen vertrok naar zijn erfdeel.
24Os filhos de Israel partiram dali naquele tempo, cada homem para a sua tribo e para a sua família, e dali saíram cada um para a sua própria herança.
25In die tijd was er geen koning in Israël, zodat iedereen deed, wat hem goeddacht.
25Naqueles dias não havia rei em Israel. Cada um fazia o que era certo aos seus próprios olhos.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.