Rechters 13
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen de Israëlieten kwaad bleven doen in de ogen van Jahweh, leverde Jahweh hen voor veertig jaar over in de handen der Filistijnen.
1Сини Ізрайлеві чинили знов те, що в очех Господнїх було недобре, і подав їх Господь в руки Филистіям на сорок лїт.
2Er leefde toen een man uit Sora van het geslacht Dan, Manóach genaamd, wiens vrouw onvruchtbaar was en geen kinderen had gebaard.
2А був тодї один чоловік із Зореага, з поколїння Данового, на імя Маной, жінка ж в його була неплідна й не роджала.
3Aan die vrouw verscheen eens de engel van Jahweh, en sprak tot haar: Zie eens, ge zijt onvruchtbaar en hebt geen kind; maar ge zult zwanger worden en een zoon baren.
3І обявивсь ангел Господень молодицї й рече їй: Оце ти неплідна і не роджаєш, але ти завагонїєш і вродиш сина.
4Maar dan moet ge ook zorgen, geen wijn of sterke drank te drinken, of iets onreins te eten.
4Остерегайся ж, не пий нї вина нї впиваючого напитку, й не їж нїчого нечистого;
5Want ge zult moeder worden en een zoon baren, aan wiens hoofd geen scheermes mag raken, omdat de jongen van de moederschoot af een Godgewijde zal zijn. Hij is het, die een begin zal maken met Israëls bevrijding uit de hand der Filistijnen.
5Бо се ти почнеш і вродиш сина; та щоб бритва не торкалась до голови його, бо хлопчик сей буде від матірньої утроби посьвячений Господеві, і зачне він рятувати Ізраїля з Филистійської потали.
6De vrouw ging dit aan haar man vertellen: Er is een Godsman bij me geweest. Hij zag er uit als de engel van God vol heerlijkheid; maar ik heb hem niet durven vragen, waar hij vandaan kwam, en hij heeft mij ook zijn naam niet genoemd.
6Молодиця ж пійшла та й оповіла свойму чоловікові: так і так, чоловік Божий прійшов до мене. Він мав вигляд ангела Божого, аж страшно поважний. Я не питала його, звідки він, й імени свого він не назвав менї.
7Hij zei me: “Ge zult moeder worden en een zoon baren. Maar ge moogt geen wijn of sterke drank drinken, en niets onreins eten; want van de moederschoot af tot de dag van zijn dood zal die jongen een Godgewijde zijn.”
7І промовив він до мене: Ти станеш вагітною і вродиш сина; тож не пий нї вина нї сикера і не їж нїчого нечистого, бо хлопя буде назорей Божий від матірнього тїла аж до дня своєї смертї.
8Toen bad Manóach tot Jahweh: Ach Heer, laat de Godsman, dien Gij gezonden hebt, nog eens tot ons komen, om ons te leren, wat we voor den jongen, die geboren zal worden, moeten doen.
8Тодї Маной просив Господа і промовляв: Господи! Божий чоловік, що присилав єси, нехай би ще раз прийшов до нас та навчив нас, як нам держати себе що до хлопяти, як народиться.
9En God verhoorde Manóach. De engel van God kwam nog eens bij de vrouw, toen ze zich op het veld bevond. Daar Manóach, haar man, niet bij haar was,
9І вволив Бог волю Манойову, і ангел Божий прийшов ще раз до молодицї, як седїла вона на полі, а чоловіка її Маноя не було з нею.
10liep de vrouw haastig weg, om het haar man te vertellen. Ze zei hem: De man, die laatst bij me geweest is, is mij verschenen.
10І побігла хутенько молодиця, й оповіла про се чоловікові свойму, та й каже до його: Оце явивсь менї чоловік, що недавно приходив до мене.
11Manóach stond op, en ging mee met zijn vrouw. Bij den man gekomen, vroeg hij hem: Zijt gij degene, die met mijn vrouw hebt gesproken? Hij antwoordde: Ja.
11Метнувся ж Маной за своєю жінкою, а прийшовши ʼд тому чоловікові, спитав його: Чи ти той чоловік, що розмовляв з сією жінкою? Відказав той: Я.
12Manóach hernam: Wanneer uw woord vervuld wordt, wat moet er dan met den jongen gebeuren, en wat moet hij doen?
12Питає тодї Маной: Як слово твоє справдиться, то як тодї нам держати себе з хлопям і що з ним чинити?
13De engel van Jahweh gaf Manóach ten antwoord: Uw vrouw moet zich van alles onthouden, wat ik haar heb opgenoemd;
13Відказав ангел Господень Манойові: Нехай остерегається молодиця всього, що я сказав їй.
14ze mag niets eten van wat er van de wijnstok komt, geen wijn of sterke drank drinken, of iets onreins gebruiken. Al wat ik haar bevolen heb, moet ze onderhouden.
14Нехай не їсть нїчого, що робиться з винограду, не пє нї вина, нї опяняючого напитку, і нїчого нечистого не їсть, все так, як я звелїв їй.
15Nu zei Manóach tot den engel van Jahweh: We zouden u graag nog wat hier houden, om een geitebokje voor u te bereiden.
15Промовив тодї Маной до ангела Божого: Нам би хотїлось тебе задержати й козенятком тебе пошанувати.
16Maar de engel van Jahweh sprak tot Manóach: Ook al hieldt ge mij hier, toch zou ik van uw spijs niet eten. Maar als ge soms een offer wilt brengen aan Jahweh, dan moogt ge dat doen. Manóach begreep immers maar niet, dat het de engel van Jahweh was.
16Ангел же Господень відказав Манойові: Хоч би ти мене й задержав, не їсти му я харчі твоєї. Коли ж хочеш принести всепаленнє, так принеси його Господеві. Маной же не знав, що се був ангел Господень.
17Daarop vroeg Manóach aan den engel van Jahweh: Hoe is uw naam? Want als uw woord in vervulling gegaan is, willen we u toch eren.
17І поспитав Маной у ангела Господнього: Як тебе звати на імя? Бо, як слово твоє та справдиться, схочемо тебе пошанувати.
18Doch de engel van Jahweh antwoordde: Wat vraagt ge naar mijn naam? Die is onbegrijpelijk.
18І відказав йому ангел Господень: Чого питаєш про моє імя? Воно дивне.
19Manóach nam nu het geitebokje met het meeloffer, en bracht het op de rots ten offer aan Jahweh, die wonderbare dingen doet; en Manóach en zijn vrouw zagen toe.
19Тодї взяв Маной козенятко і хлїбний принос та й принїс на каменнї Господеві. І сталось при тому диво перед очами Маноя й жінки його:
20En terwijl de vlam van het altaar af omhoog ging ten hemel, steeg ook de engel van Jahweh met de altaarvlam omhoog. Manóach en zijn vrouw zagen het, en vielen plat ter aarde neer.
20Як знялось поломє від жертівника ʼд небесам, знявсь й ангел Господень у жертівному поломї. Побачивши се Маной і жінка його, припали до землї лицем.
21Toen de engel van Jahweh zich niet langer aan Manóach en diens vrouw vertoonde, begreep Manóach, dat het de engel van Jahweh geweest was.
21І став невидимим ангел Господень Маноєві й жінцї його. Зрозумів же тодї Маной, що се був ангел Господень.
22En Manóach zei tot zijn vrouw: We zullen zeker sterven, want we hebben God gezien.
22І сказав тодї Маной до жінки: Істно мусимо ми вмерти, бо видїли Бога!
23Maar zijn vrouw zeide tot hem: Als Jahweh ons had willen doden, zou Hij uit onze hand geen brand- en spijsoffer hebben aangenomen; dan had Hij ons dat alles niet laten zien, noch zo iets aangekondigd.
23Жінка ж його відказала йому: Коли б Господь хотїв нас умертвити, не прийняв би од нас усепалення і хлїбної жертви, та й не дав би нам усього сього вбачити, анї обявив того, що має бути.
24En de vrouw baarde een zoon, en noemde hem Samson. De jongen groeide op onder de zegen van Jahweh.
24І вродила молодиця сина, і дала йому імя Самсон. І росло хлопя, і Господь благословив його.
25En de geest van Jahweh begon over hem vaardig te worden in Machane van Dan, dat tussen Sora en Esjtaol ligt.
25І почав дух Господень бути в ньому в таборі Дановому між Зореагом і Естаолом.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.