Rechters
Chapter 13
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Toen de Israëlieten kwaad bleven doen in de ogen van Jahweh, leverde Jahweh hen voor veertig jaar over in de handen der Filistijnen.
1以色列 人又行耶和華眼中看為惡的事,耶和華將他們交在 非利士 人手中四十年。
2Er leefde toen een man uit Sora van het geslacht Dan, Manóach genaamd, wiens vrouw onvruchtbaar was en geen kinderen had gebaard.
2那時,有一個 瑣拉 人,是屬 但 族的,名叫 瑪挪亞 。他的妻不懷孕,不生育。
3Aan die vrouw verscheen eens de engel van Jahweh, en sprak tot haar: Zie eens, ge zijt onvruchtbaar en hebt geen kind; maar ge zult zwanger worden en een zoon baren.
3耶和華的使者向那婦人顯現,對她說:「向來你不懷孕,不生育,如今你必懷孕生一個兒子。
4Maar dan moet ge ook zorgen, geen wijn of sterke drank te drinken, of iets onreins te eten.
4所以你當謹慎,清酒濃酒都不可喝,一切不潔之物也不可吃。
5Want ge zult moeder worden en een zoon baren, aan wiens hoofd geen scheermes mag raken, omdat de jongen van de moederschoot af een Godgewijde zal zijn. Hij is het, die een begin zal maken met Israëls bevrijding uit de hand der Filistijnen.
5你必懷孕生一個兒子,不可用剃頭刀剃他的頭,因為這孩子一出胎就歸上帝作拿細耳人。他必起首拯救 以色列 人脫離 非利士 人的手。」
6De vrouw ging dit aan haar man vertellen: Er is een Godsman bij me geweest. Hij zag er uit als de engel van God vol heerlijkheid; maar ik heb hem niet durven vragen, waar hij vandaan kwam, en hij heeft mij ook zijn naam niet genoemd.
6婦人就回去對丈夫說:「有一個神人到我面前來,他的相貌如上帝使者的相貌,甚是可畏。我沒有問他從哪裏來,他也沒有將他的名告訴我,
7Hij zei me: “Ge zult moeder worden en een zoon baren. Maar ge moogt geen wijn of sterke drank drinken, en niets onreins eten; want van de moederschoot af tot de dag van zijn dood zal die jongen een Godgewijde zijn.”
7卻對我說:『你要懷孕生一個兒子,所以清酒濃酒都不可喝,一切不潔之物也不可吃;因為這孩子從出胎一直到死,必歸上帝作拿細耳人。』」
8Toen bad Manóach tot Jahweh: Ach Heer, laat de Godsman, dien Gij gezonden hebt, nog eens tot ons komen, om ons te leren, wat we voor den jongen, die geboren zal worden, moeten doen.
8瑪挪亞 就祈求耶和華說:「主啊,求你再差遣那神人到我們這裏來,好指教我們怎樣待這將要生的孩子。」
9En God verhoorde Manóach. De engel van God kwam nog eens bij de vrouw, toen ze zich op het veld bevond. Daar Manóach, haar man, niet bij haar was,
9上帝應允 瑪挪亞 的話;婦人正坐在田間的時候,上帝的使者又到她那裏,她丈夫 瑪挪亞 卻沒有同她在一處。
10liep de vrouw haastig weg, om het haar man te vertellen. Ze zei hem: De man, die laatst bij me geweest is, is mij verschenen.
10婦人急忙跑去告訴丈夫說:「那日到我面前來的人,又向我顯現。」
11Manóach stond op, en ging mee met zijn vrouw. Bij den man gekomen, vroeg hij hem: Zijt gij degene, die met mijn vrouw hebt gesproken? Hij antwoordde: Ja.
11瑪挪亞 起來跟隨他的妻來到那人面前,對他說:「與這婦人說話的就是你嗎?」他說:「是我。」
12Manóach hernam: Wanneer uw woord vervuld wordt, wat moet er dan met den jongen gebeuren, en wat moet hij doen?
12瑪挪亞 說:「願你的話應驗!我們當怎樣待這孩子,他後來當怎樣呢?」
13De engel van Jahweh gaf Manóach ten antwoord: Uw vrouw moet zich van alles onthouden, wat ik haar heb opgenoemd;
13耶和華的使者對 瑪挪亞 說:「我告訴婦人的一切事,她都當謹慎。
14ze mag niets eten van wat er van de wijnstok komt, geen wijn of sterke drank drinken, of iets onreins gebruiken. Al wat ik haar bevolen heb, moet ze onderhouden.
14葡萄樹所結的都不可吃,清酒濃酒都不可喝,一切不潔之物也不可吃。凡我所吩咐的,她都當遵守。」
15Nu zei Manóach tot den engel van Jahweh: We zouden u graag nog wat hier houden, om een geitebokje voor u te bereiden.
15瑪挪亞 對耶和華的使者說:「求你容我們款留你,好為你預備一隻山羊羔。」
16Maar de engel van Jahweh sprak tot Manóach: Ook al hieldt ge mij hier, toch zou ik van uw spijs niet eten. Maar als ge soms een offer wilt brengen aan Jahweh, dan moogt ge dat doen. Manóach begreep immers maar niet, dat het de engel van Jahweh was.
16耶和華的使者對 瑪挪亞 說:「你雖然款留我,我卻不吃你的食物,你若預備燔祭就當獻與耶和華。」原來 瑪挪亞 不知道他是耶和華的使者。
17Daarop vroeg Manóach aan den engel van Jahweh: Hoe is uw naam? Want als uw woord in vervulling gegaan is, willen we u toch eren.
17瑪挪亞 對耶和華的使者說:「請將你的名告訴我,到你話應驗的時候,我們好尊敬你。」
18Doch de engel van Jahweh antwoordde: Wat vraagt ge naar mijn naam? Die is onbegrijpelijk.
18耶和華的使者對他說:「你何必問我的名,我名是奇妙的。」
19Manóach nam nu het geitebokje met het meeloffer, en bracht het op de rots ten offer aan Jahweh, die wonderbare dingen doet; en Manóach en zijn vrouw zagen toe.
19瑪挪亞 將一隻山羊羔和素祭在磐石上獻與耶和華, 使者 行奇妙的事; 瑪挪亞 和他的妻觀看,
20En terwijl de vlam van het altaar af omhoog ging ten hemel, steeg ook de engel van Jahweh met de altaarvlam omhoog. Manóach en zijn vrouw zagen het, en vielen plat ter aarde neer.
20見火焰從壇上往上升,耶和華的使者在壇上的火焰中也升上去了。 瑪挪亞 和他的妻看見,就俯伏於地。
21Toen de engel van Jahweh zich niet langer aan Manóach en diens vrouw vertoonde, begreep Manóach, dat het de engel van Jahweh geweest was.
21耶和華的使者不再向 瑪挪亞 和他的妻顯現, 瑪挪亞 才知道他是耶和華的使者。
22En Manóach zei tot zijn vrouw: We zullen zeker sterven, want we hebben God gezien.
22瑪挪亞 對他的妻說:「我們必要死,因為看見了上帝。」
23Maar zijn vrouw zeide tot hem: Als Jahweh ons had willen doden, zou Hij uit onze hand geen brand- en spijsoffer hebben aangenomen; dan had Hij ons dat alles niet laten zien, noch zo iets aangekondigd.
23他的妻卻對他說:「耶和華若要殺我們,必不從我們手裏收納燔祭和素祭,並不將這一切事指示我們,今日也不將這些話告訴我們。」
24En de vrouw baarde een zoon, en noemde hem Samson. De jongen groeide op onder de zegen van Jahweh.
24後來婦人生了一個兒子,給他起名叫 參孫 。孩子長大,耶和華賜福與他。
25En de geest van Jahweh begon over hem vaardig te worden in Machane van Dan, dat tussen Sora en Esjtaol ligt.
25在 瑪哈尼‧但 ,就是 瑣拉 和 以實陶 中間,耶和華的靈才感動他。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.