Rechters 20
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Toen trokken alle Israëlieten uit, en kwam het volk, van Dan tot Beër-Sjéba en uit het land Gilad, als één man te zamen bij Jahweh te Mispa.
1於是 以色列 從 但 到 別是巴 ,以及住 基列 地的眾人都出來,如同一人,聚集在 米斯巴 耶和華面前。
2Daar vormden de hoofden van het gehele volk, van alle stammen van Israël, de raad van Gods volk; ze telden vierhonderd duizend man voetvolk, dat het zwaard kon hanteren.
2以色列 民的首領,就是各支派的軍長,都站在上帝百姓的會中;拿刀的步兵共有四十萬。
3De Benjamieten moesten dus wel horen, dat de Israëlieten naar Mispa waren opgetrokken. De Israëlieten zeiden: Spreekt, hoe is deze misdaad gebeurd?
3以色列 人上到 米斯巴 , 便雅憫 人都聽見了。 以色列 人說:「請你將這件惡事的情由對我們說明。」
4De leviet, de man der vermoorde vrouw, antwoordde: Toen ik met mijn bijzit te Giba van Benjamin was gekomen, om er te overnachten,
4那 利未 人,就是被害之婦人的丈夫,回答說:「我和我的妾到了 便雅憫 的 基比亞 住宿。
5kwamen de burgers van Giba op mij af en omsingelden ‘s nachts het huis, om mij kwaad te doen. Ze waren van plan mij te doden; en mijn bijzit hebben ze zo verkracht, dat ze ervan gestorven is.
5基比亞 人夜間起來,圍了我住的房子,想要殺我,又將我的妾強姦致死。
6Daarop heb ik mijn bijzit genomen, haar in stukken gehouwen, en rondgestuurd door heel het land van Israëls erfdeel. Waarachtig, ze hebben een afschuwelijke misdaad in Israël bedreven!
6我就把我妾的屍身切成塊子,使人拿着傳送 以色列 得為業的全地,因為 基比亞 人在 以色列 中行了兇淫醜惡的事。
7Welnu dan, Israëlieten, denkt er allen over na, en schaft raad.
7你們 以色列 人都當籌劃商議。」
8Heel het volk stond als één man op, en zeide: Niemand van ons mag naar zijn tent gaan, niemand naar huis terugkeren.
8眾民都起來如同一人,說:「我們連一人都不回自己帳棚、自己房屋去。
9Zo zullen we met Giba afrekenen: We zullen het lot werpen,
9我們向 基比亞 人必這樣行,照所掣的籤去攻擊他們。
10en uit alle stammen van Israël tien man op de honderd, honderd op de duizend, en duizend op de tien duizend kiezen; die zullen dan proviand gaan halen voor het volk, voor al de anderen, die moeten optrekken, om met Giba van Benjamin af te rekenen, zoals het verdient om al de schanddaden, die het in Israël heeft bedreven.
10我們要在 以色列 各支派中,一百人挑取十人,一千人挑取百人,一萬人挑取千人,為民運糧,等大眾到了 便雅憫 的 基比亞 ,就照 基比亞 人在 以色列 中所行的醜事征伐他們。」
11Zo rukten alle Israëlieten als één man tezamen tegen de stad op.
11於是 以色列 眾人彼此連合如同一人,聚集攻擊那城。
12En de stammen van Israël zonden mannen door heel de stam van Benjamin, en lieten zeggen: Wat is dat voor een schanddaad, die onder u is bedreven?
12以色列 眾支派打發人去,問 便雅憫 支派的各家說:「你們中間怎麼做了這樣的惡事呢?
13Lever ons de mannen van Giba uit, die Belialskinderen; dan brengen wij ze ter dood, en roeien zo het kwaad in Israël uit. Maar de Benjamieten wilden naar de Israëlieten, hun broeders, niet luisteren;
13現在你們要將 基比亞 的那些匪徒交出來,我們好治死他們,從 以色列 中除掉這惡。」 便雅憫 人卻不肯聽從他們弟兄 以色列 人的話。
14de Benjamieten rukten uit hun steden tezamen naar Giba op, om tegen de Israëlieten te velde te trekken.
14便雅憫 人從他們的各城裏出來,聚集到了 基比亞 ,要與 以色列 人打仗。
15Toen de Benjamieten werden gemonsterd, telden ze op die dag uit de steden zes en twintig duizend man, die het zwaard hanteerden, zonder de inwoners van Giba mede te rekenen.
15那時 便雅憫 人從各城裏點出拿刀的,共有二萬六千;另外還有 基比亞 人點出七百精兵。
16Onder al dat volk had men zeven honderd uitgelezen mannen, die, ofschoon ze allen links waren, een steen konden slingeren, zonder ook maar een haarbreedte te missen.
16在眾軍之中有揀選的七百精兵,都是左手便利的,能用機弦甩石打人,毫髮不差。
17Ook de Israëlieten werden gemonsterd, en telden, Benjamin niet meegerekend, vierhonderd duizend man, die het zwaard hanteerden, allemaal krijgslieden.
17便雅憫 人之外,點出 以色列 人拿刀的,共有四十萬,都是戰士。
18Nu gingen de Israëlieten naar Betel op, om God te raadplegen. Ze vroegen: Wie van ons zal de strijd met de Benjamieten beginnen? Jahweh antwoordde: Juda zal beginnen.
18以色列 人就起來,到 伯特利 去求問上帝說:「我們中間誰當首先上去與 便雅憫 人爭戰呢?」耶和華說:「 猶大 當先 上去 。」
19Daarop trokken de Israëlieten ‘s morgens vroeg op, en legerden zich tegenover Giba.
19以色列 人早晨起來,對着 基比亞 安營。
20Maar toen de Israëlieten waren uitgerukt, om met de Benjamieten te vechten, en zich tegen hen in slagorde hadden geschaard voor de strijd tegen Giba,
20以色列 人出來,要與 便雅憫 人打仗,就在 基比亞 前擺陣。
21deden de Benjamieten een uitval uit Giba, en sloegen die dag twee en twintig duizend man van Israël neer.
21便雅憫 人就從 基比亞 出來,當日殺死 以色列 人二萬二千。
22De Israëlieten lieten de moed dus niet zinken, maar schaarden zich opnieuw in slagorde, op dezelfde plaats, waar ze zich de eerste dag hadden opgesteld.
22以色列 人彼此奮勇,仍在頭一日擺陣的地方又擺陣。
23Nu trokken de Israëlieten naar Betel op; ze bleven tot de avond voor Jahweh wenen en vroegen Hem: Moet ik opnieuw de strijd aanbinden met mijn broeder Benjamin? En Jahweh antwoordde: Trekt tegen hem op.
23未擺陣之先, 以色列 人上去,在耶和華面前哭號,直到晚上,求問耶和華說:「我們再去與我們弟兄 便雅憫 人打仗可以不可以?」耶和華說:「可以上去攻擊他們。」
24Doch toen de Israëlieten de tweede dag tegen de Benjamieten optrokken,
24第二日, 以色列 人就上前攻擊 便雅憫 人。
25rukten dezen hun die tweede dag van Giba uit tegemoet, en sloegen er van de Israëlieten nog achttien duizend neer, allemaal zwaardvechters.
25便雅憫 人也在這日從 基比亞 出來,與 以色列 人接戰,又殺死他們一萬八千,都是拿刀的。
26Nu begaven alle Israëlieten, het hele volk, zich naar Betel, en daar aangekomen, zaten ze wenend voor Jahweh, vastten die dag tot de avond, en brachten Jahweh brand- en vredeoffers.
26以色列 眾人就上到 伯特利 ,坐在耶和華面前哭號,當日禁食直到晚上;又在耶和華面前獻燔祭和平安祭。
27Daarna raadpleegden zij Jahweh; want in die dagen verbleef daar de ark van Gods Verbond,
27那時,上帝的約櫃在那裏; 亞倫 的孫子、 以利亞撒 的兒子 非尼哈 侍立在約櫃前。 以色列 人問耶和華說:「我們當再出去與我們弟兄 便雅憫 人打仗呢?還是罷兵呢?」耶和華說:「你們當上去,因為明日我必將他們交在你們手中。」
28en Pinechas, de zoon van Elazar, zoon van Aäron, deed er dienst. Ze vroegen: Zal ik nog langer tegen mijn broeder Benjamin vechten, of er mee ophouden? En Jahweh zeide: Trekt op; want morgen lever Ik hen in uw hand.
no verse 28 in this text
29Nu legde Israël rondom Giba troepen in hinderlaag.
29以色列 人在 基比亞 的四圍設下伏兵。
30En op de derde dag trokken de Israëlieten tegen de Benjamieten op, en schaarden zich evenals de vorige keren in slagorde tegen Giba.
30第三日, 以色列 人又上去攻擊 便雅憫 人,在 基比亞 前擺陣,與前兩次一樣。
31Ook de Benjamieten rukten uit tegen het volk, maar werden afgesneden van de stad. Evenals de vorige keren begonnen ze slachtoffers onder het volk te maken op de wegen, waarvan de ene omhoog naar Betel, de andere door het veld naar Giba voert: ongeveer dertig man van Israël.
31便雅憫 人也出來迎敵,就被引誘離城;在田間兩條路上,一通 伯特利 ,一通 基比亞 ,像前兩次,動手殺死 以色列 人約有三十個。
32En reeds dachten de Benjamieten: Ze worden door ons verslagen evenals vroeger! Maar de Israëlieten hadden afgesproken: We zullen vluchten, en ze van de stad aftrekken, de wegen op.
32便雅憫 人說:「他們仍舊敗在我們面前。」但 以色列 人說:「我們不如逃跑,引誘他們離開城到路上來。」
33Heel Israël had dus zijn stelling verlaten, en hield eerst stand bij Báal-Tamar. Intussen waren de Israëlieten, die zich in hinderlaag hadden gelegd, uit hun schuilplaats ten westen van Giba opgetrokken,
33以色列 眾人都起來,在 巴力‧他瑪 擺陣, 以色列 的伏兵從 馬利‧迦巴 埋伏的地方衝上前去。
34en tot voor Giba genaderd: het waren tien duizend dappere mannen, de besten uit heel Israël. Het werd een heftige strijd, en de Benjamieten vermoedden niet, dat hun gevaar dreigde.
34有 以色列 人中的一萬精兵,來到 基比亞 前接戰,勢派甚是凶猛; 便雅憫 人卻不知道災禍臨近了。
35Maar Jahweh deed Benjamin voor Israël vluchten, en de Israëlieten versloegen die dag vijf en twintig duizend Benjamieten, allemaal zwaardvechters.
35耶和華使 以色列 人殺敗 便雅憫 人。那日, 以色列 人殺死 便雅憫 人二萬五千一百,都是拿刀的。
36En de Benjamieten zagen, dat ze de nederlaag hadden geleden, en dat de Israëlieten hun stelling voor de Benjamieten enkel hadden ontruimd, omdat ze vertrouwden op de troep, die zich bij Giba in hinderlaag had gelegd.
36於是 便雅憫 人知道自己敗了。先是 以色列 人;因為靠着在 基比亞 前所設的伏兵,就在 便雅憫 人面前詐敗。
37Deze troep haastte zich dan ook een aanval op Giba te doen; ze trok er heen, en moordde de hele stad uit.
37伏兵急忙闖進 基比亞 ,用刀殺死全城的人。
38Nu had de troep, die in hinderlaag lag, met de Israëlieten een afspraak gemaakt, dat zij uit de stad een rookkolom zou doen opstijgen.
38以色列 人預先同伏兵約定在城內放火,以煙氣上騰為號。
39Terwijl dus de Israëlieten bij het gevecht op de loop waren gegaan, en Benjamin reeds begonnen was, een dertigtal slachtoffers onder de Israëlieten te maken, en dacht, dat ze alweer door hen geslagen werden,
39以色列 人臨退陣的時候, 便雅憫 人動手殺死 以色列 人,約有三十個,就說:「他們仍像前次被我們殺敗了。」
40begon de rookkolom uit de stad op te stijgen. De Benjamieten zagen om, en zie: daar ging heel de stad in vlammen op!
40當煙氣如柱從城中上騰的時候, 便雅憫 人回頭觀看,見全城的 煙氣 沖天。
41En toen de Israëlieten nu rechtsomkeert maakten, werden de Benjamieten van schrik geslagen; want ze zagen, dat het onheil hen getroffen had.
41以色列 人又轉身回來, 便雅憫 人就甚驚惶,因為看見災禍臨到自己了。
42Ze vluchtten voor de Israëlieten in de richting van de woestijn; maar ze werden achtervolgd, en die uit de stad kwamen, sloten ze in en sloegen ze neer.
42他們在 以色列 人面前轉身往曠野逃跑; 以色列 人在後面追殺。那從各城裏出來的,也都夾攻殺滅他們。
43Zo verpletterden ze Benjamin, en zetten ze achterna tot aan de oostzijde van Giba.
43以色列 人圍繞 便雅憫 人,追趕他們,在他們歇腳之處、對着日出之地的 基比亞 踐踏他們。
44En er vielen van Benjamin achttien duizend man, allemaal dappere mannen.
44便雅憫 人死了的有一萬八千,都是勇士。
45Terwijl ze nu wegvluchtten in de richting der woestijn, naar de rots Rimmon, werden er op de wegen nog vijf duizend man gedood; maar men bleef ze achtervolgen, tot ze geheel in de pan waren gehakt; en zo sloegen ze er nog twee duizend neer.
45其餘的人轉身向曠野逃跑,往 臨門磐 去。 以色列 人在道路上殺了他們五千人,如拾取遺穗一樣,追到 基頓 又殺了他們二千人。
46In het geheel waren er dus die dag vijf en twintig duizend Benjamieten, die het zwaard hanteerden, gevallen, allemaal dappere mannen;
46那日 便雅憫 死了的共有二萬五千人,都是拿刀的勇士。
47slechts zes honderd mannen vluchtten weg naar de woestijn, naar de rots Rimmon, waar ze vier maanden bleven.
47只剩下六百人,轉身向曠野逃跑,到了 臨門磐 ,就在那裏住了四個月。
48En toen de Israëlieten naar de Benjamieten waren teruggekeerd, joegen ze al wat ze aantroffen, mens en dier over de kling; en de steden, waar ze langs kwamen, staken ze in brand.
48以色列 人又轉到 便雅憫 地,將各城的人和牲畜,並一切所遇見的,都用刀殺盡,又放火燒了一切城邑。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.