Rechters 16
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Eens ging Samson naar Gaza. Daar zag hij een deerne, en ging bij haar in.
1Прийшов відтак Самсон у Газу, і побачив там блудницю та й пригорнувсь до неї.
2Men vertelde het aan de inwoners van Gaza: Samson is hier gekomen! De hele nacht slopen ze rond, en bleven bij de stadspoort op hem loeren. Doch zolang het nacht was, wilden ze hem niets doen; want ze dachten: We moeten wachten, tot het morgen wordt; dan doden we hem!
2Як переказано ж Гадїям: Прийшов Самсон сюди! обсїли вони його та й поставили на всю ніч сторожу в міських воротїх тайкома, кажучи: Покіль задниться днина, вбємо його.
3Samson bleef tot middernacht slapen; toen stond hij op in het holst van de nacht, greep de deuren van de stadspoort met haar twee stijlen vast, rukte ze los met grendel en al, legde ze op zijn schouders, en droeg ze naar de top van de berg, die tegenover Hebron lag.
3Самсон же лежав до півночі а опівночі встав, ухопив обоє крила міських воріт разом з засовом, положив їх собі на плечі та й понїс аж на вершину гори, що стоїть навпроти Геброну.
4Hierna werd hij verliefd op een vrouw, die Delila heette, en in het dal van Sjorek woonde.
4Сталося ж навпослї, що полюбив він на долинї Сорек вродливу женщину на імя Далила.
5De filistijnse vorsten gingen naar haar toe, en zeiden haar: Praat eens met hem, om te weten te komen, waarin zijn grote kracht is gelegen, en hoe wij hem moeten overmeesteren en binden, om hem te bedwingen; dan geven we u ieder elfhonderd zilveren sikkels.
5І прийшли до неї князї Филистійські і промовляли до неї: Удобрухай його та вивідай, у чому його велика сила, і чим би нам підойти його, щоб звязати його та впокорити, а ми дамо тобі чоловік за чоловіком по тисячу й сто срібних секлів.
6Delila zei dus tot Samson: Vertel me nu eens, waarin uw grote kracht is gelegen, en hoe men u zou moeten binden, om u in bedwang te houden.
6І каже Далила Самсонові: Признайся бо, в чому твоя сила, що ти дужий такий, і чим тебе можна б звязати, щоб підневолити?
7Samson antwoordde haar: Als men mij bindt met zeven nieuwe, nog niet gedroogde touwen, dan ben ik mijn kracht kwijt, en word een gewoon mens.
7І рече їй Самсон: Як би звязано мене сїмма сирими, не висушеними буйволовими жилами, був би я малосилок як і йнші люде.
8Nu bezorgden de filistijnse vorsten haar zeven nieuwe, nog niet gedroogde touwen. Ze bond hem daarmee vast,
8І принесли їй князї Филистійські сїм сьвіжих тятив, ще не засушених, і звязала вона його ними;
9toen er zich enigen bij haar in de kamer hadden verborgen. Nu riep ze hem toe: Samson, daar komen de Filistijnen! Maar hij rukte de touwen stuk, zoals een vlasdraad breekt, als hij het vuur maar ruikt. En zijn kracht bleef een geheim.
9Як же кликнула до него: Самсоне! Филистії напали на тебе! він порвав тятиви наче нитку валовини приближену до вогню, і тайни сили його не вивідано.
10Nu zei Delila tot Samson: Ge hebt me bedrogen, en maar wat leugens verteld; zeg me nu eens eerlijk, hoe ge gebonden moet worden.
10Присїпалась тодї Далила до його: Так се ти насьміявсь із мене неправдою! Скажи ж менї тепер, чим тебе можна би звязати?
11Hij antwoordde: Als men mij met nieuwe, nog ongebruikte koorden vastbindt, dan ben ik mijn kracht kwijt en word een gewoon mens.
11І відказав їй: Як би звязано мене новою верівкою, що не була ще нї в якій роботї, був би я тодї малосилок, як инші люде.
12Delila nam nieuwe koorden, bond hem er mee vast, en riep hem toe: Samson, daar komen de Filistijnen! Ook nu hadden zich enigen in de kamer verborgen. Maar hij trok de koorden als een draad van zijn arm.
12От і взяла Далила нову верівку та й звязала нею його; тодї кликнула до його: Самсоне! Филистії на тебе чигають в боковій сьвітлицї. Він же порвав те все на руках у себе, наче нитку.
13Weer zei Delila tot Samson: Tot nog toe hebt ge me maar wat om de tuin geleid en voorgelogen; nu moet ge me eindelijk eens vertellen, hoe men u binden moet. Hij antwoordde haar: Als ge de zeven tressen van mijn hoofdhaar met een weeflat in elkaar vlecht, en ze met een scheerkam vaststeekt, ben ik mijn kracht kwijt en word een gewoon mens.
13Присїлась ізнов Далила до него: Ти й досї насьміхаєшся з мене, і говориш лож; признайся ж бо таки, чим би тебе можна звязати? І відказав їй: Як би ти віткала семеро кучерів з мойої голови ув основу,
14Ze liet hem dus inslapen, vlocht de zeven tressen van zijn hoofdhaar met een weeflat in elkaar, en stak ze met een scheerkam vast. Toen riep ze hem toe: Samson, daar komen de Filistijnen! Hij werd wakker, en rukte scheerkam en wee flat los.
14Та прибила цьвяхом на ткацькому валу, тодї був би я малосилен як инші люде. Як же він заснув, узяла Далила сїм кучерів з голови в нього, ввіткала в основу та й закріпила гвоздем на ткацькому валу, і гукне тодї: Самсоне, Филистії на тебе! Схопиться ж він зо сну, та й вирвав ткацького вала вкупі з основою.
15Nu zeide ze hem: Hoe kunt ge zeggen, dat ge mij liefhebt, terwijl ge geen hart voor mij hebt; ge hebt me nu al drie maal bedrogen, en niet willen vertellen, waardoor uw kracht zo groot is.
15Привязалась ізнов Далила до його: Як же ти кажеш: Люблю тебе, коли серце твоє чуже до мене? Оце вже в третє насьміявсь єси з мене і не признавсь менї, у чому твоя сила, що такий ти дужий.
16Toen ze nu met haar gevlei dag aan dag bij hem bleef aandringen en zeuren, zodat het hem dodelijk begon te vervelen,
16І як почала вона докучати йому без перестану своїми речами та мучити його, так що й життє омерзїло йому,
17vertelde hij haar alles openhartig, en zei haar: Geen scheermes heeft ooit mijn hoofd aangeraakt, want ik ben een Godgewijde van de moederschoot af; als men mij scheert, dan ben ik mijn kracht kwijt, dan ben ik machteloos en een gewoon mens.
17Тодї він виявив їй усю правду, та й каже їй: До моєї голови бритва не торкалась, бо я посьвячений Господеві від матїрнього тїла. Коли б мене та острижено, тодї б зникла від мене сила моя; я був би малосилен, як инші люде.
18Nu begreep Delila, dat hij haar alles openhartig verteld had. Ze liet de filistijnse vorsten ontbieden met de boodschap: Ditmaal moet ge komen, want hij heeft me alles openhartig verteld. De filistijnse vorsten kwamen dus naar haar toe, en brachten het geld mee.
18Як же зрозуміла Далила, що він їй виявив усе серце, послала вона кликати Филистіїв та й звелїла сказати їм: Тепер вже можете прибути, бо відкрив він менї цїле серце. Прийшли тодї Филистії та й принесли їй обіцяні гроші.
19Ze liet hem op haar knieën inslapen, en riep iemand, die hem de zeven vlechten van zijn hoofdhaar afschoor. Zo kreeg ze hem klein, en was hij zijn kracht kwijt.
19Вона ж приспала його на колїнах у себе, та й кликнула одного чоловіка; той виголив семеро кучерів на голові в його. Тодї став він слабшати, і сила його покинула його.
20Nu riep ze: Samson, daar komen de Filistijnen! Hij werd wakker en dacht: Ik zal mij er wel uit redden, evenals de vorige keren, en ze wel van mij afhouden! Hij wist niet, dat Jahweh hem had verlaten.
20Як же крикнула вона: Самсоне, Филистії на тебе! прокинувсь він од свого сну, та й подумав: Отрясусь із сього, як і завсїди та й визволюсь. А того й не знав, що Господь відступив від його.
21Maar de Filistijnen grepen hem vast, staken hem de ogen uit, en voerden hem naar Gaza. Ze sloegen hem in dubbele ketens van koper, en lieten hem in de gevangenis de molen draaien.
21Узяли ж його Филистії та й повиколювали йому очі; повели в Газу та й закували в мідяні кайдани, і мусїв він у темницї молоти на жорнах.
22Intussen begon zijn hoofdhaar, dat was afgeschoren, weer aan te groeien.
22Волоссє ж на голові в його тимчасом одростало, там де було виголене.
23Eens kwamen de filistijnse vorsten bijeen, om vol vreugde een groot offerfeest ter ere van hun god Dagon te vieren. Ze zeiden: Onze god heeft onzen vijand Samson in onze handen geleverd.
23Зібралися ж якось князї Филистійські, принести свойму богові Дагонові велику жертву і повеселитись, бо казали: Бог наш подав нам нашого ворога Самсона в руки.
24Toen het volk hem zag, loofde het zijn god en riep uit: Onze god heeft onzen vijand, die ons land verwoestte en er velen vermoordde, in onze handen geleverd.
24Видячи його, й люд хвалив бога свого та говорив: Бог наш ворога нашого, що нашу землю пустошив, того що побив стільких, подав нам на поталу.
25En vrolijk geworden zeiden ze: Roept Samson, om voor ons op te treden. Ze lieten Samson uit de gevangenis halen, om voor hen op te treden, en men plaatste hem tussen de zuilen.
25А розвеселившись трапезуючи, сказали: Кликнїть Самсона, нехай нас розсьмішить. Тодї взято Самсона з темницї, і він мусїв їх забавляти, і поставлено його між стовпами.
26Maar Samson zei tot den knecht, die hem bij de hand hield: Laat me wat rusten en de zuilen vasthouden, waarop de tempel steunt; dan kan ik er tegen leunen.
26Тодї попросив Самсон поводиря свого, що держав його за руку: Ось пусти мене, обмацяти стовпи, що на них стоїть будинок, обіпрусь я об них та відпічну.
27De tempel nu was vol mannen en vrouwen; alle filistijnse vorsten waren er bijeen, en op het dak zaten drie duizend mannen en vrouwen, om naar het optreden van Samson te kijken.
27У будинку ж було повно чоловіків і жінок. Були там і всї князї Филистійські, а на даху зібралось до трох тисяч чоловіків і жінок, що дивились, як забавляв їх Самсон.
28Nu riep Samson Jahweh aan, en sprak: Jahweh, mijn Heer; wees mijner indachtig, o God! Geef me nog voor deze éne keer kracht, om mijn beide ogen op de Filistijnen te wreken.
28І озвався тодї Самсон до Господа і рече: Господи Боже! зглянься на мене і дай менї, Боже мій, ще тільки раз таку силу, щоб я за обі очі мої помстився заразом над Филистіями!
29En Samson greep de beide steunpilaren, die in het midden van de tempel stonden, zodat hij met zijn rechterhand de ene en met zijn linker de andere raakte,
29Тут він обняв оба середні стовпи, що на їх стояв будинок, одного правицею, другого лївицею.
30en riep: Ik wil sterven met de Filistijnen! Toen rekte hij zich krachtig uit, en de tempel stortte ineen op de vorsten en op al het volk, dat erin was. Zo doodde hij er bij zijn sterven nog meer, dan hij er bij zijn leven gedood had.
30І промовив Самсон: Умирай, душе моя, з Филистіями! і потряс ними так потужно, що будинок ринув на князїв і на ввесь люд, що там був. І мертвих, що він погубив їх умираючи, було більш, анїж тих, що за життя свого поперебивав.
31En zijn broeders en heel zijn familie kwamen af, namen hem op, en voerden hem mee; ze begroeven hem tussen Sora en Esjtaol, in het graf van zijn vader Manóach. Twintig jaar was hij over Israël rechter geweest.
31Прийшли тодї брати його й уся родина його, і взяли його та й поховали між Зореагою й Естаолом в батьківському гробовищі його батька Маноя. Двайцять лїт судив Самсон Ізраїля.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.