Rechters
Chapter 15
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Enige tijd later, bij gelegenheid van de tarweoogst, kwam Samson zijn vrouw opzoeken, en bracht haar een geitebokje mee. Hij zeide: Ik wil bij mijn vrouw in haar kamer. Maar haar vader liet hem niet binnen.
1По якомусь часї, під пшеничні жнива, прийшов Самсон із козеням, щоб одвідати жінку свою, й каже: Я хочу ввійти в бічню сьвітлицю до моєї жінки. Батько ж її не дозволив йому ввійти,
2Haar vader zei: Ik dacht werkelijk, dat ge erg het land aan haar hadt, en daarom heb ik ze aan een van uw feestgenoten gegeven. Maar haar jongere zuster is nog veel knapper dan zij; die kunt ge in haar plaats krijgen.
2А заявив йому: Я справдї думав, що ти одцуравсь її, та й оддав твойму бояринові. Однакже менша сестра її ще краща за неї; нехай вона буде замість її.
3Doch Samson zei hem: Deze keer heb ik geen schuld, als ik de Filistijnen kwaad doe.
3Самсон же відказав йому: Тепер не буду винен Филистіям, коли заподїю зло їм.
4En Samson ging heen. Hij ving drie honderd vossen, nam fakkels, bond de staarten aaneen, en hing tussen elk paar staarten een fakkel.
4І пійшов Самсон та й уловив три сотнї лисиць, набрав лушниць, повязав по парі лисиць одну до однієї хвостами, а між кожну пару хвостів привязав по лучиву.
5Toen stak hij de fakkels aan, joeg de vossen de velden der Filistijnen in, en stak de schoven in brand met het graan, dat nog op het veld stond, en de wijnbergen en olijfgaarden.
5Позапалював тодї лушницї, розпустив лисицї по Филистійських житах, та й пустив на пожар і копи Филистійські і стояче ще збіжє, і оливкові сади.
6Toen de Filistijnen vroegen, wie dat gedaan had, vertelde men: Samson, de schoonzoon van een man uit Timna; want die heeft hem zijn vrouw ontnomen, en aan een van zijn feestgenoten gegeven. Daarom trokken de Filistijnen op, en staken haar en het huis van haar vader in brand.
6Як же Филистії питали: Хто се зробив? відказувано: Самсон, зять Тимнатїїв, бо він одняв у нього жінку та й оддав його бояринові. Кинулись тодї Филистії та й спалили її вкупі з батьком її.
7Maar Samson zeide hun: Al doet ge dit nu, toch houd ik niet op, vóór ik mij op u heb gewroken.
7Самсон же сказав їм: Хоч ви се й учинили, та я тодї тільки вгамуюсь, як помщусь над вами.
8En hij ranselde ze af van boven tot onder, met geweldige slagen. Daarna trok hij zich bij de rotsspelonk van Etam terug.
8І поперебивав їм ноги і стегна важенною довбнею. Тодї пійшов собі та й осївсь у розщілинї скелї Етамської.
9Toen rukten de Filistijnen op, legerden zich in Juda, en deden een inval in Léchi.
9Филистії ж двинули та й отаборились у Юдеї, і розпростерлись аж до Лехи.
10De mannen van Juda vroegen hun: Waarom trekt ge tegen ons op? Ze antwoordden: Wij trekken op, om Samson te binden, en met hem te doen, wat hij ons heeft gedaan.
10І питали осадники Юдеї: Чого ви двинули проти нас? А вони відказали: Щоб уловити Самсона і вчинити з ним таке, як учинив він із нами.
11Nu daalden drie duizend man uit Juda naar de rotsspelonk van Etam af, en zeiden tot Samson: Weet ge niet, dat de Filistijnen ons de baas zijn? Waarom haalt ge ons dit op de hals? Hij antwoordde: Ik heb ze behandeld, zoals zij mij hebben behandeld.
11Виступило тодї три тисячі чоловіка до Етамської розщілини та й кричали до Самсона: Хиба не знаєш ти, що Филистії над нами панують? Про що ж ти нам таке вдїяв? А він їм відказує: Як вони витворяли зо мною, так і я вдїяв їм.
12Ze zeiden hem: We zijn afgekomen, om u te binden en aan de Filistijnen uit te leveren. Samson hernam: Zweert me, dat ge me niet zelf zult neerslaan.
12І кажуть вони йому: Ми прийшли тебе вловити, щоб Филистіям тебе видати. Самсон же відказує: Заприсягнїте, що самі не вбєте мене.
13Ze zeiden hem: Neen, we willen u alleen maar binden en aan hen uitleveren; doden zullen we u zeker niet. En ze bonden hem met twee nieuwe koorden, en brachten hem uit de rots naar boven.
13І відказали йому: Нї, ми тільки звяжемо тебе та й видамо Филистіям; убити ж тебе не вбємо. От і звязали його новою верівкою та й повели з розщілини.
14Zodra hij bij Léchi kwam, en de Filistijnen hem onder gejuich tegemoet liepen, greep de geest van Jahweh hem aan; de koorden om zijn armen werden als vlasdraad, dat door het vuur is verzengd, en zijn strikken gleden hem van de handen.
14Як дойшов же він до Лехи, а Филистії з радощів загукали, що ведуть його, тодї найшов на нього Господень дух, і поворозя на руках його зробилось наче прядиво, що загорілось, і повязь на руках його порозпадалась.
15Hij zag een nog gaaf kinnebak van een ezel liggen: hij strekte zijn hand uit, raapte het op, en sloeg er duizend man mee neer.
15І знайшов він сьвіжу ослячу челюсть, простяг руку свою, взяв її та й убив нею тисячу чоловіка.
16En Samson sprak: Met een ezelskinnebak heb ik ze afgeranseld, Met een ezelskinnebak heb ik duizend mannen verslagen!
16І рече Самсон: Челюстю ослиною побив я товпу, дві товпи, — щекою ослиною убив я тисячу люда!
17En toen hij uitgesproken had, wierp hij het kinnebak weg, en noemde de plaats Ramat-Léchi.
17Се промовивши, відкинув челюсть від себе, і проложив тому місцеві імя: Рамат-Лехи, се б то кинена челюсть.
18Daar hij nu hevige dorst had gekregen, riep hij Jahweh aan: Gij hebt door de hand van uw dienaar deze grote overwinning geschonken! Moet ik nu sterven van dorst, en toch nog in de handen van die onbesnedenen vallen?
18Тодї схотїлось йому дуже пити, і озвався він до Господа і рече: Дав єси сей великий рятунок рукою раба твого, а тепер доведеться менї вмерти від спраги та попастись у руки необрізаним.
19Toen kliefde God de rotsspleet van Léchi, en er kwam water uit; hij dronk ervan, zijn krachten keerden terug, en hij leefde weer op. Daarom heet die bron En-Hakkore; ze bevindt zich ook nu nog in Léchi.
19І зробив Господь дїру в челюстї, і потекла з неї вода. Як же напивсь, вернувся в нього живий дух, і він ожив. Через те прозвано се місце жерело взиваючого, і тече воно в Леші по сей день.
20Zo was hij ten tijde der Filistijnen gedurende twintig jaar rechter over Israël.
20Судив же він Ізраїля за панування Филистійського двайцять лїт.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.