Galaten
Chapter 4

Galaten

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Dit stel ik vast: Zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van den slaaf, ook al is hij heer van alles;
1Глаголю ж: Доки наслїдник малолїток, доти не відрізняєть ся від слуги, хоч він і пан усього,
2maar hij staat onder voogden en beheerders tot aan de tijd, die door zijn vader is bepaald.
2а єсть під опікунами та доморядниками аж до нароку отця.
3Zó ook waren wij, toen we nog onmondig waren, als slaven onderworpen aan de leerbeginselen der wereld.
3Так же й ми, як були малолїтками, були підневолені первотинами сьвіта.
4Maar toen de volheid van de tijd was gekomen, heeft God zijn eigen Zoon gezonden, die uit een vrouw werd geboren en geboren werd onder de Wet,
4Як же прийшла повня часу, послав Бог Сина свого, що родивсь від жени і був під законом,
5opdat Hij allen zou loskopen, die staan onder de Wet, en wij het kindschap zouden beërven.
5щоб викупив тих, що під законом, щоб ми прийняли всиновленнє.
6En het bewijs, dat gij kinderen zijt: God heeft den Geest van zijn Zoon in onze harten gezonden, en Deze roept: Abba, Vader!
6А що ви сини, то послав Бог Духа Сина свого в серця ваші, що покликує: Авва, Отче!
7Ge zijt dus geen slaaf meer, maar kind; zijt ge kind, dan zijt ge ook erfgenaam, dank zij God.
7Тим же вже більш не невільник єси, а син; коли ж син, то й наслїдник Божий через Христа.
8Zeker, vroeger hebt gij God niet gekend en zijt gij goden gaan dienen, die het in werkelijkheid niet zijn;
8Тільки ж тодї, не знаючи Бога, служили ви тим, що не по природї були богами.
9maar thans, nu gij God kent, of liever nog, door God wordt gekend, hoe zoudt gij u weer gaan wenden tot die zwakke en onbeduidende leerbeginselen, wier slaven gij weer worden wilt?
9Тепер же, знаючи Бога, більше ж будучи познані від Бога, як вертаєтесь до немочних та мізерних первотин, котрим знов наново служити хочете?
10Gij viert dagen en maanden, seizoenen en jaren?
10Ви вважаєте на днї, місяцї, пори й лїта.
11Ik ben bang, dat ik misschien vruchteloos voor u heb gezwoegd!
11Боюсь за вас, що може марно працював коло вас.
12Ik smeek u, broeders, wordt zoals ik; want ik werd aan u gelijk. —Nog nooit hebt gij mij enig verdriet aangedaan.
12Будьте, браттє, благаю вас, як і я: бо й я (такий), як ви. Нїчим ви мене не скривдили.
13Gij herinnert u toch, hoe ik u de eerste keer in lichaamszwakte het Evangelie verkondigd heb;
13Ви ж знаєте, що я у немощі тїла благовістив вам перше.
14en hoe gij me niet met smaad en minachting hebt bejegend om de beproeving, die mijn lichaam u bracht; maar hoe gij me hebt ontvangen als een engel van God, als Christus Jesus zelf.
14І не погордували ви спокусою, що була в тїлї моїм, анї відопхнули, а як ангела Божого прийняли мене, як Христа Ісуса.
15Waar is nu uw zalig geluk gebleven; want ik kan van u getuigen, dat gij zo mogelijk u de ogen zoudt hebben uitgerukt en ze aan mij zoudt hebben gegeven!
15Яке ж то було блаженство ваше! Сьвідкую бо вам, що коли б можна, ви б тодї, вирвавши очі свої, оддали менї.
16Ben ik dan uw vijand geworden, omdat ik u de waarheid zeg?
16То чи вже став я ворогом вам, говорячи вам правду?
17Zij ijveren voor u, maar niet met zuivere bedoeling; maar ze trachten u van mij te vervreemden, opdat gij zoudt ijveren voor hen.
17Ревнують про вас не добре, а хочуть відлучити вас, щоб ви про них ревнували.
18Zeker, het valt te prijzen, wanneer er geijverd wordt; maar dan voor het goede en ten allen tijde; niet slechts als ik bij u ben.
18Добре ж ревнувати всякого часу в доброму, тай не тільки, як я приходжу до вас.
19Mijn kinderkens, voor wie ik opnieuw barensweeën moet lijden, eer Christus in u is gevormd:
19Дїточки мої, (ви,) котрими знов мучусь (перед родинами), доки Христос вʼобразить ся у вас,
20ik zou op dit ogenblik wel bij u willen zijn, om de juiste toon te treffen; want ik ben ten einde raad over u.
20хотїв би я бути у вас сьогоднї і змінити голос мій: бо я в непевности про вас.
21Zegt me nu eens, gij die onder de Wet wilt staan, luistert gij niet naar de Wet?
21Скажіть менї, ви, що хочете бути під законом: хиба ви закону не слухаєте?
22Er staat toch geschreven, dat Abraham twee zonen had, één bij de slavin, en één bij de vrije vrouw;
22Писано бо, що Авраам мав два сини, одного від невольницї, а одного од вільної.
23maar de zoon der slavin was verwekt naar het vlees, maar die van de vrije vrouw uit kracht der Belofte.
23Та що був од невольницї, родивсь по тїлу, а що од вільної, по обітницї.
24Deze dingen hebben een zinnebeeldige betekenis. Want de twee 4:verbeelden tweeërlei verbond. Het éne, dat van de berg Sinaï, brengt slavenkinderen voort, en dat is Agar;
24Се ж иносказаннє; се бо два завіти: один з гори Синая, що родить у неволю, котра єсть Агара.
25want de berg Sinaï ligt in Arabië, en Agar is het beeld van het hedendaags Jerusalem, want deze stad ligt in slavernij met haar kinderen.
25Бо Агара, се Синай, гора в Аравиї, прикладаєть ся ж до теперішнього Єрусалиму, і служить з дїтьми своїми.
26Maar het Jerusalem uit den hoge is vrij, en dat is ònze moeder. Want er staat geschreven:
26А вишнїй Єрусалим вільний; він мати всїм нам.
27“Jubel onvruchtbare, die niet baart; Breek uit in gejuich, die geen barensnood kent. Want talrijker zijn de kinderen der verlatene Dan van haar, die aan een man is gehuwd.”
27Писано бо: Звеселись, неплідна, що не роджаєш; гукай та покликуй, ти, що не мучилась; бо в одинокої багато дїтей, більш нїж у тієї, що має чоловіка.
28Welnu, broeders, gij zijt als Isaäk, kinderen der Belofte.
28Ми ж, браттє, по Ісааку дїти обітування.
29Maar zoals eertijds hij, die naar het vlees was verwekt, hem ging vervolgen, die verwekt was naar de geest, zo gebeurt het ook thans.
29Та, як тодї, хто родивсь по тїлу, гонив того, хто по духу, так і тепер.
30Maar wat zegt de Schrift? “Jaag weg de slavin met haar zoon; want de zoon der slavin zal niet meeërven met den zoon der vrije vrouw.”
30Тільки ж бо що глаголе писаннє? Вижени невільницю й сина її, не має бо наслїдувати син невільницї з сином вільної.
31Broeders, we zijn dus geen slavenkinderen, maar kinderen der vrije vrouw!
31Оце ж, браттє, ми не дїти невільницї, а вільної.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.