3 Мойсея 18
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І рече Господь Мойсейові:
1Jahweh sprak tot Moses:
2Промов до синів Ізрайлевих і скажи їм: Я Господь, Бог ваш.
2Beveel de kinderen Israëls, en zeg hun: Ik ben Jahweh, uw God!
3Не будете ви ходити робом Египецької землї, де ви жили, і не будете ходити робом Канаан землї, куди приведу вас; і по установам тамешнім не будете жити.
3Gij moogt u niet gedragen naar de zeden van Egypte, waar gij gewoond hebt, noch naar die van Kanaän, waar Ik u heenvoer; naar hun zeden moogt ge niet leven.
4Суди мої сповняйте і установ моїх пильнуйте, щоб ходити в них. Я Господь, Бог ваш.
4Mijn wetten moet ge volbrengen, mijn voorschriften onderhouden, en uw gedrag daarnaar richten. Ik ben Jahweh, uw God!
5І будете сповняти установи мої й суди мої, котрі сповняючи, чоловік жити буде. Я Господь.
5Onderhoudt dus mijn voorschriften en mijn wetten. De mens, die ze volbrengt, zal daardoor het leven behouden. Ik ben Jahweh.
6Нїхто не буде наближуватись до родички, щоб відкрити наготу її. Я Господь.
6Niemand van u mag zijn naasten bloedverwant naderen, om er gemeenschap mee te houden. Ik ben Jahweh!
7Наготи батька і матері не відкривати меш; вона мати твоя, не відкриєш наготи її.
7Gij moogt geen gemeenschap houden met uw vader, evenmin met uw moeder; want zij is uw moeder; met haar moogt gij dus geen gemeenschap hebben.
8Наготи жінки батькової не відкривати меш; нагота се батька твого.
8Ge moogt geen gemeenschap houden met de vrouw van uw vader; want dan onteert ge uw vader.
9Наготи сестри твоєї, дочки батька твого, або дочки матері твоєї, що родилась дома, чи осторонь родилась, не відкривати меш наготи її.
9Ge moogt geen gemeenschap houden met uw zuster, de dochter van uw vader of die van uw moeder, onverschillig of zij in of buiten uw familie geboren is.
10Наготи дочки сина твого, чи дочки твоєї дочки не відкривати меш; бо се твоя нагота.
10Ge moogt geen gemeenschap houden met de dochter van uw zoon of met die van uw dochter; want dan onteert ge uzelf.
11Наготи дочки в жінки батька твого, що родилась від батька твого, та що сестра тобі, наготи її не відкривати меш.
11Gij moogt geen gemeenschap houden met de dochter van uws vaders vrouw, die door uw vader is verwekt; zij geldt voor uw zuster; houd geen gemeenschap met haar.
12Наготи сестри батька твого не відкривати меш; вона родичка батька твого.
12Gij moogt geen gemeenschap houden met de zuster van uw vader; zij is de naaste bloedverwant van uw vader.
13Наготи сестри матері твоєі не відкривати меш; бо вона родичка матері твоєї.
13Gij moogt geen gemeenschap houden met de zuster van uw moeder; want zij is de naaste bloedverwant van uw moeder.
14Наготи брата батька твого не відкривати меш: до жінки його не наближишся, вона тїтка тобі.
14Gij moogt geen gemeenschap houden met den broeder van uw vader. Ook zijn vrouw moogt ge niet naderen; zij is uw tante.
15Наготи невістки твоєї не відкривати меш: вона жінка сина твого, не відкривати меш наготи її.
15Gij moogt geen gemeenschap houden met uw schoondochter; zij is de vrouw van uw zoon; houd geen gemeenschap met haar.
16Наготи жінки брата твого не відкривати меш; се нагота брата твого.
16Gij moogt geen gemeenschap houden met de vrouw van uw broer; want dan onteert ge uw broer.
17Наготи молодицї і дочки її не відкривати меш; дочки в сина її і дочки в дочки її не брати меш, щоб відкрити наготу її: родичі вони: се дїло соромне.
17Ge moogt geen gemeenschap houden met een vrouw en tegelijk met haar dochter; evenmin moogt ge de dochter van haar zoon of die van haar dochter nemen, om gemeenschap met haar te houden; ze zijn uw bloedverwanten; zo iets is een schanddaad.
18І жінки в купі з сестрою не брати меш, щоб ревнувала, як відкривати меш наготу її коло неї за життя її.
18Gij moogt geen vrouw als bijvrouw naast haar zuster nemen, om ook met haar gemeenschap te houden, terwijl de andere nog leeft.
19І до молодицї в днї чищення її не наближувати мешся, щоб відкрити наготу її.
19Gij moogt een vrouw, die door haar stonden onrein is, niet naderen, om gemeenschap met haar te houden.
20А з жінкою ближнього твого не злягати мешся, щоб вийшло сїмя, та й опоганитись тобі із нею.
20Gij moogt niet slapen bij de vrouw van uw naaste; daardoor verontreinigt gij u.
21І сїмя твого не оддаси провести через огонь ради Молеха, і не паскудити меш імени Бога твого. Я Господь.
21Geen van uw kinderen zult ge afstaan, om ze aan den Molok te wijden; want ge moogt de naam van uw God niet ontheiligen. Ik ben Jahweh!
22І з музьким полом не зляжешся, як злягаєш з жінкою; гидота бо се.
22Gij moogt niet bij een man liggen als bij een vrouw, dit is een gruweldaad.
23І нї з якою скотиною не зляжешся, та й опоганишся нею; і молодиця нехай не становиться перед скотиною, щоб злучитись; се огидне паскудство.
23Gij moogt geen enkel dier misbruiken; daardoor bezoedelt ge u. Ook zal geen vrouw zich door een dier laten schenden; dit is tegennatuurlijke ontucht.
24Не поганьтесь нїчим сим: бо сим усїм опоганились народи, що їх виганяю поперед вами.
24Bezoedelt u dus niet door dit alles. Want door al deze dingen zijn de volken besmeurd, die Ik voor u zal uitdrijven;
25І спаскуджено землю, і покарав я провину її, і земля викинула осадників своїх.
25zo is het land verpest geworden, heb Ik zijn misdaad gewroken, en heeft het land zijn bewoners uitgespuwd.
26Тим же то допильновуйте установ моїх і присудів моїх, і не чинїте нї однієї з гидот сих, нї земляне, нї приходнї, що пробувають між вами.
26Onderhoudt dus mijn voorschriften en wetten en laat niemand van de ingezetenen noch van de vreemdelingen, die in uw midden wonen, een van al die schanddaden bedrijven.
27Усї бо гидоти сї чинили осадники землї сієї, що були перед вами, і спаскуджено землю;
27Want al die gruwelen werden bedreven door die vóór u het land bewoonden, en het land is verpest geworden.
28Щоб не викинула вас земля, як опаскудите її, так як викинула народа, що був перед вами:
28Laat het land ook u niet uitspuwen, omdat ge het bezoedelt, zoals het de volken heeft uitgespuwd, die er vóór u hebben gewoond.
29Бо кожне, хто чинити ме що з тих гидот, — душі, що се зроблять, викореняться із між людей своїх.
29Waarachtig allen, die zo iets schandelijks bedrijven, zullen van hun volk worden afgesneden.
30Оце ж допильновуйте заповідей моїх, щоб не витворяли огидних привичок, що витворялись перед вами, та й щоб не опаскудились ними. Я Господь, Бог ваш.
30Onderhoudt dus mijn geboden; gedraagt u niet naar die liederlijke zeden, waarnaar men vóór u heeft geleefd, en bezoedelt u daar niet mee. Ik ben Jahweh, uw God!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.