3 Мойсея 6
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І рече Господь Мойсейові:
1Jahweh sprak tot Moses:
2Повели Аронові й синам його: От вам закон жертвопалення: Жертва всепалення нехай зостанеться на жертівнику всю ніч до ранку; а вогонь на жертівнику мусить горіти на йому.
2Wanneer iemand zondigt en een vergrijp tegen Jahweh pleegt, door tegenover zijn naaste te loochenen, dat hem iets is toevertrouwd of in bewaring is gegeven, dat iets door hem is geroofd of van zijn naaste afgeperst;
3І надїне сьвященник ризу льняну, і спідну одїж льняну надїне на тїло своє; і здійме попіл, що зіставсь од жертви, що пожер огонь, та й положить коло жертівника.
3of door te loochenen, dat hij iets heeft gevonden, wat verloren was; wanneer hij de loochening van een van deze dingen, waarin een mens kan zondigen, met een valse eed bekrachtigt,
4Потім скине шати свої, надїне иншу одїж, та й винесе попіл із табору, на чисте місце.
4en zo zondigt en schuld op zich laadt, dan moet hij teruggeven, wat geroofd, of afgeperst, of hem toevertrouwd was, of wat verloren was en hij terugvond,
5Огонь же на жертівнику мусить горіти, не згасати; і буде запалювати сьвященник на йому дрова що ранку, і покладати на йому жертву всепалення; і закурювати на йому куснї мирних жертв.
5en waarover hij een valse eed heeft afgelegd. Hij moet het ten volle vergoeden, met een vijfde der waarde erbij, en het op de dag van zijn schuldoffer aan den eigenaar betalen.
6Вогонь мусить безустанно горіти на жертівнику не згасаючи.
6Bovendien moet hij voor Jahweh de waarde van een gaven ram uit het kleinvee als zijn schuldoffer naar den priester brengen.
7А се закон про жертви хлїбні: Приносити мусить їх один із синів Арона перед Господом, до жертівника.
7Zo zal de priester verzoening voor hem verkrijgen voor het aanschijn van Jahweh, en zal hem vergiffenis worden geschonken voor alles, wat hij misdreven heeft.
8І мусить він взяти з приносу жменю муки й олїї й увесь ладан, що на приносї хлїбному, та й закурити на жертівнику: се пахощі любі, частина на спомин Господеві.
8Jahweh sprak tot Moses:
9Останки ж жертви їсти муть Арон та сини його; прісне їсти муть у сьвятому місцї; в дворі соборного намету їсти муть.
9Geef aan Aäron en zijn zonen het volgende bevel: Dit is de wet op het brandoffer! Het brandoffer moet heel de nacht door tot aan de morgen op de vuurhaard van het altaar blijven liggen, en het altaarvuur moet daarop blijven branden.
10Не годиться пекти його заквашеним; як частину їх даю їм від жертвопалення мого: Се велика сьвятиня, як жертва за гріх і як жертва за провину.
10Dan moet de priester zijn linnen tuniek aandoen en over zijn lichaam het linnen heupkleed aantrekken, vervolgens de as wegruimen, waartoe het brandoffer op het altaar door het vuur is verteerd, en die naast het altaar werpen.
11Увесь музький пол між синами Ароновими їсти ме її. Установа віковічня в роди ваші про жертвопаленнє Господнє. Все, що доторкнеться до них, осьвятиться.
11Dan moet hij zijn kleren uittrekken en andere aandoen, en de as op een reine plek buiten de legerplaats brengen.
12І рече Господь Мойсейові:
12Het vuur op het altaar moet brandend blijven, en mag niet worden gedoofd. Iedere ochtend moet de priester daarop hout ontsteken, het brandoffer erop leggen, en de vette stukken van de vredeoffers daarop in rook doen opgaan.
13Се приноси від Арона й синів його, що мусять вони приносити Господеві в день помазаня свого: десятину ефи муки пшеничної в жертву повсячасну, половину того рано, а поливину того в вечір.
13Altijd moet het vuur op het altaar blijven branden; het mag nooit worden gedoofd.
14На сковородї в олїї щоб пряжено його, поливане олїєю принесеш його; спечені куски жертви хлїбної принесеш як любі пахощі Господеві.
14Dit is de wet op het spijsoffer! De zonen van Aäron moeten het voor het aanschijn van Jahweh voor het altaar brengen.
15І сьвященник із синів його помазаний намість його мусить се приносити; установа віковічня: Вся жертва буде спалена Господеві.
15Dan moet een van hen een handvol meelbloem van het spijsoffer nemen en iets van de daarbij horende olie, met al de wierook, die bij het spijsoffer hoort, en het op het altaar als een welriekend reukoffer voor Jahweh in rook doen opgaan.
16І всяку хлїбну жертву сьвященника мусите до крихти палити; не можна їсти її.
16De rest moeten Aäron en zijn zonen opeten. Ongedesemd moet het op een heilige plaats worden gegeten in de voorhof van de openbaringstent;
17І рече Господь Мойсейові:
17het mag dus niet gedesemd worden gebakken. Ik sta hun dit af als hun deel van mijn vuuroffers; het is hoogheilig, evenals het zonde(-) en schuldoffer.
18Промов до Арона й синів його: Се закон про жертву за гріх: там де заколюють жертву всепалення, заколювати меться жертва за гріх перед Господом: се велика сьвятощ.
18Alle kinderen van Aäron, die van het mannelijk geslacht zijn, mogen het eten. Het is voor uw nageslacht een eeuwig geldende wet met betrekking tot de vuuroffers van Jahweh: al wie ze aanraakt, moet als iets heiligs worden behandeld.
19Сьвященник, що приносить жертву за гріх, їсти ме її; в сьвятому місцї мусять їсти її, в дворі коло соборного намету.
19Jahweh sprak tot Moses:
20Усе, що доторкнеться до мясива її, осьвятиться; і коли бризне крові її на одежу, те, на що бризнуло, мусиш випрати на сьвятому місцї.
20Dit is de offergave, die Aäron en zijn zonen Jahweh moeten brengen, wanneer zij worden gezalfd. Als dagelijks spijsoffer moeten zij een tiende efa meelbloem brengen; de ene helft des morgens, de andere helft des avonds.
21І посудину глиняну, що в їй варено її, треба розбити, а коли в посудинї мідянїй варено її, так треба витерти й виполоскати водою.
21In een pan moet het met olie worden toebereid, ge moet het aangemaakt brengen; daarna moet ge het in stukken breken, en als een welriekend spijsoffer Jahweh aanbieden.
22Увесь музький пол у сьвященників їсти ме її: се велика сьвятощ. Нїякої ж жертви за гріх, що кров з неї вносять у соборний намет, щоб спокутувати гріх у сьвятинї, не годиться їсти. На огнї палити її.
22Degene onder zijn zonen, die als zijn opvolger tot priester wordt gezalfd, moet dat doen; dit is een eeuwig geldende wet. Het moet geheel voor Jahweh in rook opgaan;
no verse 23 in this text
23want elk spijsoffer van een priester moet helemaal worden verbrand, en niets mag ervan worden genuttigd.
no verse 24 in this text
24Jahweh sprak tot Moses:
no verse 25 in this text
25Zeg aan Aäron en zijn zonen: Dit is de wet op het zondeoffer! Op de plaats, waar het brandoffer wordt geslacht, moet ook het zondeoffer voor het aanschijn van Jahweh worden geslacht; het is hoogheilig.
no verse 26 in this text
26De priester, die het zondeoffer opdraagt, moet het ook nuttigen. Op een heilige plaats in de voorhof van de openbaringstent moet het worden gegeten.
no verse 27 in this text
27Iedereen, die het vlees ervan aanraakt, zal als iets heiligs worden behandeld; en wanneer iets van het bloed op een kleed spat, moet ge het bespatte kleed op een heilige plaats wassen.
no verse 28 in this text
28Wanneer het in een aarden vat is gekookt, moet dit worden gebroken; wanneer het in een bronzen vat is gekookt, moet dit worden geschuurd en met water uitgespoeld.
no verse 29 in this text
29Alle mannen onder de priesters mogen het eten; het is hoogheilig.
no verse 30 in this text
30Maar een zondeoffer, waarvan het bloed binnen de openbaringstent is gebracht, om er in het heiligdom de verzoeningsplechtigheid mee te verrichten, mag niet worden gegeten; dit moet in het vuur worden verbrand.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.