3 Мойсея
Chapter 16
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

3 Мойсея 16

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І рече Господь Мойсейові по смерти двох синів Аронових, як померли наближившись перед Господа.
1Na de dood van de twee zonen van Aäron, die waren gestorven, toen zij voor het aanschijn van Jahweh wilden naderen, sprak Jahweh tot Moses,
2І рече Господь Мойсейові: Промов до Арона, брата твого, щоб не входив по всяк час у сьвятинї за завісу, перед віко, що на скринї, щоб не вмерти йому; в хмарі бо обявлятись буду над віком.
2en zeide tot hem: Zeg uw broeder Aäron, dat hij niet ten allen tijde in het heiligdom mag komen achter het voorhangsel en voor het verzoendeksel, dat op de ark ligt; anders zal hij sterven. Want Ik verschijn in de wolk boven het verzoendeksel.
3От з чим входити мусить Арон у сьвятиню: з бичком про жертву за гріх та з бараном про всепаленнє.
3Slechts dan mag Aäron binnen het heiligdom komen, wanneer een jonge stier als zondeoffer en een ram als brandoffer is opgedragen.
4Сьвященний хитон льняний надївати мусить і спідня одежа льняна мусять бути на тїлі його, і поясом льняним підперізуватись мусить, і завивало льняне мусить навивати: се одїж сьвята; і скупає у водї тїло своє і вдягнеться.
4Hij moet de heilige tuniek van lijnwaad aantrekken, de linnen heupkleren om zijn lichaam dragen, de linnen gordel omdoen, en zijn hoofd met de linnen tulband omwikkelen. Dit zijn de heilige gewaden. Hij moet ze aantrekken na eerst zijn lichaam met water te hebben gewassen.
5А від громади синів Ізрайлевих візьме двох козлів на жертву за гріх, та одного барана на всепаленнє.
5Van de gemeenschap der Israëlieten moet hij twee bokken nemen voor een zondeoffer, en één ram voor een brandoffer.
6І принесе Арон бичка як жертву за гріх, що буде за него, та й спокутує за себе і за дім свій.
6Dan moet Aäron den stier, die voor zijn eigen zondeoffer is bestemd, opdragen, om voor zichzelf en zijn huis verzoening te verkrijgen.
7І візьме обох козлів і поставить їх перед Господом до входу в громадський намет.
7Vervolgens moet hij de twee bokken nemen, ze voor het aanschijn van Jahweh aan de ingang van de openbaringstent plaatsen,
8І кине Арон жереб про обох козлів: один жереб про Господа, а один жереб на відпущеннє.
8en over de beide bokken het lot werpen: één lot voor Jahweh, één lot voor Azazel.
9І приведе Арон козла, що на його випав жереб про Господа, і принесе його як жертву за гріх.
9Den bok, waarop het lot voor Jahweh valt, moet hij vóór laten brengen en als zondeoffer opdragen.
10А козла, що на його впаде жереб на відпущеннє, поставить живого перед Господом, щоб спокутувати на йому та пустити його в степ.
10Den bok, waarop het lot voor Azazel valt, moet hij levend voor het aanschijn van Jahweh plaatsen, om de verzoeningsplechtigheid aan hem te verrichten, en hem dan de woestijn in te jagen naar Azazel.
11І принесе Арон бичка, що на жертву за гріх, і що за него буде, і спокутує за себе і за дім свій, та й заколе бичка, що на жертву за гріх, і що буде за него.
11Vervolgens moet Aäron den stier, die voor zijn zondeoffer bestemd is, vóór doen brengen, verzoening voor zich en zijn huis verkrijgen, en den stier als zijn eigen zondeoffer slachten.
12І візьме він кадильницю повну жару з жертівника перед Господом і набере повні руки пахущого кадила, на дрібно стовченого, та й понесе за завісу.
12Daarna moet hij een pan vol gloeiende kolen van het altaar, dat voor het aanschijn van Jahweh staat, met twee volle handen fijne geurige wierook nemen, die achter het voorhangsel brengen,
13І посипле кадило на жар перед Господом, щоб хмара з кадила вкрила віко, що на сьвідченню, щоб не вмерти йому.
13en de wierook voor Jahweh’s aanschijn op het vuur leggen, zodat de wierookwolken het verzoendeksel boven de wettafelen omhullen; anders zou hij sterven.
14І візьме крові з бичка, та й бризне з пальця свого на віко, спереду, на схід сонця; а перед віком бризне сїм раз кровю з пальця свого.
14Dan moet hij wat bloed van den stier nemen, dat met zijn vinger aan de voorkant op het verzoendeksel en zevenmaal vóór het verzoendeksel sprenkelen.
15І заколе козла про жертву за гріх, що буде за людей, і внесе кров його за завісу, і чинити ме з кровю його так само, як чинив з кровю бичка, і бризне на віко нею і перед віком.
15Daarna moet hij den bok slachten, die voor het zondeoffer van het volk is bestemd, zijn bloed achter het voorhangsel brengen, en daarmee handelen als met het bloed van den stier: het dus op en vóór het verzoendeksel sprenkelen.
16І відправить покуту за сьвятиню задля нечистот у синів Ізрайлевих, і задля переступів їх по всїм гріхам їх; і те ж саме вчинить про соборний намет, що між ними, серед нечистот їх.
16Zo moet hij voor het heiligdom de verzoeningsplechtigheid verrichten en het zuiveren van alle onreinheden en overtredingen der Israëlieten, welke hun zonden ook zijn. Vervolgens moet hij hetzelfde doen met de openbaringstent, die bij hen te midden van hun onreinheden staat.
17Тільки ж нїкого щоб не було в соборному наметї, коли він увійде покутувати в сьвятинї, аж коли вийде. І так відправить він покуту за себе і за дім свій і за всю громаду Ізрайлеву.
17Niemand mag in de openbaringstent aanwezig zijn, van het ogenblik af, dat hij er binnentreedt, om in het heiligdom de verzoeningsplechtigheid te verrichten, totdat hij ze weer verlaat.
18І вийде до жертівника, що веред Господом, і відправить покуту за його; і візьме крові з бичка й крові з козла, та й положить її на роги жертівника з усїх боків.
18Vervolgens moet hij naar buiten gaan naar het altaar, dat voor het aanschijn van Jahweh staat, om ook daarvoor de verzoeningsplechtigheid te verrichten. Hij moet wat bloed van den stier en van den bok nemen, daarmee de hoornen van het altaar aan alle kanten bestrijken,
19І бризне на його крові пальцем своїм сїм раз, і очистить його та осьвятить його від нечистот синів Ізрайлевих.
19en met zijn vinger zeven maal wat bloed daarop sprenkelen. Zo zal hij het zuiveren van de onreinheden der Israëlieten en het weer heiligen.
20А як скінчить покуту за сьвятиню, і за соборний намет, і за жертівник, так приведе козла живого.
20Wanneer hij de verzoeningsplechtigheid voor het heiligdom, de openbaringstent en het altaar heeft beëindigd, moet hij den levenden bok voor laten brengen.
21І положить Арон обидві руки свої на голову козла живого та й признає над ним всї беззаконня синів Ізрайлевих і всї переступи їх, по всїм гріхам їх; і положить їх козлові на голову, та й випустить його рукою певного чоловіка в степ.
21Aäron moet zijn beide handen op de kop van den levenden bok leggen, over hem de belijdenis van de misdaden en overtredingen der Israëlieten uitspreken, wat hun zonden ook zijn, ze op de kop van den bok leggen en hem door iemand, die daarvoor is aangewezen, de woestijn in laten jagen.
22І понесе козел на собі все беззаконьство їх у землю безлюдну; і випустить він козла в степ.
22Deze moet den bok in de woestijn loslaten, en de bok zal al hun zonden naar de wildernis dragen.
23І ввійде Арон у соборний намет і поздіймає одїж льняну, що понадївав, як входив у сьвятиню, та й покладе її там.
23Vervolgens moet Aäron de openbaringstent binnengaan, de linnen gewaden uittrekken, waarmee hij zich had bekleed, toen hij het heiligdom binnentrad, ze daar weer neerleggen,
24І викупає в водї тїло своє в місцї сьвятому, та й надїє одїж свою; і вийде він та й принесе всепаленнє своє і всепаленнє людське, і спокутує за себе і за людей.
24zich op een heilige plaats wassen, en zijn eigen kleren weer aandoen. Dan moet hij naar buiten gaan, en zijn eigen brandoffer en dat voor het volk opdragen. Zo moet hij voor zichzelf en het volk verzoening verkrijgen.
25А тук жертви за гріх пустить з димом на жертівнику.
25Het vet van het zondeoffer moet hij op het altaar in rook doen opgaan.
26А той, хто вів козла на відпущеннє, мусить свою одїж випрати і тїло своє у водї скупати; потім можна йому ввійти в табір.
26Hij, die den bok voor Azazel heeft weggebracht, moet zijn kleren wassen en zich baden; dan eerst mag hij in de legerplaats komen.
27А бичка, що на жертву за гріх, і козла, що на жертву за гріх, котрих кров внесено в сьвятиню на спокутованнє, винесуть геть із табору, та й спалять на вогнї шкіри їх, і мясиво їх і кал їх.
27Den stier en den bok van het zondeoffer, wier bloed binnen het heiligdom is gebracht, om verzoening te verkrijgen, moet men buiten de legerplaats brengen, en hun huid, hun vlees en de darmen moet men verbranden.
28А той, хто палити ме їх, нехай повипирає одїж свою та скупає в водї тїло своє; а потім можна йому ввійти до табору.
28Die ze verbrand heeft, moet zijn kleren wassen en een bad nemen; dan eerst mag hij in de legerplaats komen.
29І буде установою вам віковічньою: Семого місяця, на десятий день місяця, будете впокорювати душі ваші, і нїчого не робити, чи землянин, чи чужинець, що пробуває між вами.
29Dit is voor u een eeuwig geldende wet: Op de tiende dag van de zevende maand moet ge boete doen en u van alle arbeid onthouden; dit geldt zowel voor den ingezetene als den vreemdeling, die in uw midden woont.
30У той бо день покутувати ме сьвященник за вас, щоб очистити вас; будете чисті перед Господом од усїх провин ваших.
30Want op die dag zal men de verzoeningsplechtigheid voor u verrichten, om u te reinigen, en zult ge van al uw zonden voor het aanschijn van Jahweh worden bevrijd.
31Субота на спочинок буде про вас, і мусите впокорювати душі свої: установа віковічня.
31Het moet voor u een volkomen rustdag zijn, waarop ge boete moet doen; dit is een eeuwig geldende wet.
32Буде ж покутувати такий сьвященник, що його помазано, і що сьвятять його, щоб служив сьвящену службу намість отця його; вдягати меться він в шати льняні, сьвященні шати;
32De priester, dien men zal zalven en als opvolger van zijn vader tot priester zal aanstellen, moet de verzoeningsplechtigheid verrichten. Bekleed met de heilige linnen gewaden,
33І покутувати ме за сьвятиню, і за соборний намет, і за жертівник відправить покуту, і за сьвященників і за ввесь люд громадський, зробить покуту.
33moet hij de verzoeningsplechtigheid verrichten voor het heilige der heiligen, voor de openbaringstent, voor het altaar, en eveneens voor de priesters en voor heel de gemeente van het volk.
34І буде се в вас установою віковічньою, щоб роблено покуту за синів Ізрайлевих, за всї провини їх раз в рік. І вчинив Мойсей так, як заповідав йому Господь.
34Dit moet voor u een eeuwig geldende wet zijn, om eenmaal per jaar voor Israëls kinderen verzoening te verkrijgen en kwijtschelding van hun zonden. En Aäron deed, zoals Jahweh het Moses bevolen had.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.