3 Мойсея 21
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І рече Господь Мойсейові: Промов до сьвященників, синів Аронових, і скажи їм: Нїхто з них нехай не опоганюєть себе, доторкаючись до помершого з людей своїх;
1Jahweh sprak tot Moses: Beveel de priesters, de zonen van Aäron, en zeg hun: Niemand van hen mag zich aan een dode van zijn familie verontreinigen,
2Тільки хиба що се родина його, серцем близька йому: мати його, та батько його, та син його, та дочка його, та брат його,
2behalve aan zijn naaste verwanten, aan zijn moeder, vader, zoon, dochter en broer.
3Та сестра його дївиця, що близька йому і що не було в неї чоловіка: задля них можна сьвященникові опоганитись, доторкнувшись.
3Ook aan zijn zuster mag hij zich verontreinigen, wanneer zij nog maagd is, daar ze dan tot de zijnen behoort en niet aan een man;
4Нехай не опоганює себе, як громадський муж між народом своїм, доторкаючись до помершого якого, щоб не стати нечистим.
4maar aan een getrouwde vrouw in zijn familie mag hij zich niet verontreinigen en daardoor ontwijden.
5Не робити муть сьвященники лисини на голові в себе і краю борід своїх не стригти муть, і на тїлї в себе нарізок не робити муть.
5Zij mogen zich echter nooit het hoofd kaal scheren, de rand van hun baard korten noch hun lichaam kerven.
6Сьвятими мусять бути перед Богом своїм, і не зневажать імени Бога свого, вони бо приносять огняну жертву Господню, хлїб Бога свого; тим і мусять бути сьвятими.
6Heilig moeten zij zijn voor hun God, en de Naam van hun God niet ontwijden; want ze dragen de vuuroffers van Jahweh op, de spijs van hun God: daarom moeten zij heilig zijn.
7Блудницї або обезчещеної не брати собі муть за жінку і роздведеної з чоловіком своїм жінки не брати муть; сьвятий бо сьвященник перед Богом своїм.
7Ook mogen zij geen ontuchtige of onteerde vrouw huwen, of een vrouw, die door haar man is verstoten; want hij is aan zijn God toegewijd.
8І вважай його за сьвятого, він бо хлїб Бога твого приносить. Сьвятим він буде про тебе: бо я сьвятий, Господь, що сьвятить вас.
8Gij moet hem als heilig beschouwen; want hij offert de spijs van uw God. Hij moet voor u heilig zijn, omdat Ik Jahweh, die hen heilig, zelf heilig ben.
9І коли дочка в которого сьвященника обезчестить себе, ставши блудницею, то обезчестила вона тим батька свого; огнем треба спалити її.
9De dochter van een priester, die zich door een ontuchtig leven onteert, ontwijdt haar vader; zij moet worden verbrand.
10А великий сьвященник між братами своїми, той, що на голову йому злито миро, і що осьвячено його, щоб надїти сьвяті шати, не буде відкривати голови своєї, і не дерти ме він одїжи своєї.
10Maar de priester, die hoger staat dan zijn broeders, op wiens hoofd de zalfolie is uitgestort, en die is aangesteld om de heilige gewaden te dragen, mag zijn haren niet losbinden en zijn kleren niet scheuren.
11І до жадного мерця не приступати ме; нї задля батька свого, нї задля матері своєї не буде опоганювати себе.
11Hij mag bij geen dode komen, en zich zelfs aan zijn vader of moeder niet verontreinigen.
12І нехай не виходить із сьвятинї, і не зневажає сьвятинї Бога свого; бо посьвят помазання Божого на йому. Я Господь.
12Hij mag het heiligdom niet verlaten, en het heiligdom van zijn God niet ontwijden; want hij is gewijd met de zalfolie van zijn God. Ik ben Jahweh!
13І мусить він дїву за жінку собі брати.
13Hij moet een vrouw nemen, die maagd is.
14Вдовицю й розвідку і збезчещену, і блудницю, сих не брати ме, а дїву з земляцтва свого мусить взяти за жінку.
14Hij mag dus geen weduwe, of verstotene, geen onteerde of ontuchtige huwen, slechts een maagd uit zijn familie mag hij tot vrouw nemen,
15І не збезчестить він свого насїння в земляцтві свойму; я бо Господь, що сьвятить його.
15om zijn nageslacht in zijn familie niet te ontwijden. Want Ik ben Jahweh, die hem heilig!
16І рече Господь Мойсейові:
16Jahweh sprak tot Moses:
17Промов до Арона і скажи: Хто б нї був із насїння твого в родах їх, що в його хиба в тїлї, нехай не приступає, щоб приносити хлїб Бога свого;
17Zeg aan Aäron: Wanneer iemand van uw kinderen, ook in uw volgende geslachten, een lichaamsgebrek heeft, mag hij niet naderbij komen, om de spijs van zijn God te offeren.
18Кожен бо, в кого є хиба яка, такому не можна приступити, чи слїпий чоловік буде, чи кульгавий, чи кирпатий, чи нечумазний,
18Want niemand, die een lichaamsgebrek heeft, mag Mij naderen: geen blinde of lamme, geen verminkte of vergroeide;
19Або такий, в кого переломлена нога, чи переломлена рука,
19niemand met een gebroken been of arm;
20Чи горбатий, чи миршавий, чи з більмами на очах, чи коростявий, чи лишаюватий, чи з роздавленими яйцями.
20geen bult of dwerg; niemand met een witte vlek op zijn oog, of met uitslag of schurft; niemand ook, die ontmand is.
21Кожний з роду Арона, сьвященника, у кого на тїлї хиба яка, не може приступити, щоб приносити огняні жертви Господнї; сказа у його, не приступати ме, щоб приносити хлїб Бога свого.
21Niemand van het geslacht van den priester Aäron, die een gebrek heeft, mag naderbij komen, om de vuuroffers van Jahweh te offeren; heeft hij dus een gebrek, dan mag hij de spijs van zijn God niet komen offeren.
22Хлїб Бога свого в сьвятинї від великої сьвятощі і від сьвятощі можна йому їсти;
22Wel mag hij eten van de spijs van zijn God, van het hoogheilige en van het heilige;
23Тільки до завіси нехай не приступає, і до жертівника нехай не приступає, бо в його сказа на тїлї, так щоб не зневажив сьвятинї моєї: я бо, Господь, осьвячую її.
23maar hij mag niet binnen het voorhangsel komen en niet tot het altaar naderen; want hij heeft een gebrek, en mag mijn heiligdom niet ontwijden. Want Ik ben Jahweh, die hen heilig!
no verse 24 in this text
24Moses bracht het Aäron, zijn zonen en alle Israëlieten over.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.