لاویان
Chapter 6
Old Persian Version (ترج…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1و خداوند موسی را خطاب کرده، گفت:
1Jahweh sprak tot Moses:
2«اگر کسی گناه کند، و خیانت به خداوندورزد، و به همسایه خود دروغ گوید، درباره امانت یا رهن یا چیز دزدیده شده، یا مال همسایه خود را غصب نماید،
2Wanneer iemand zondigt en een vergrijp tegen Jahweh pleegt, door tegenover zijn naaste te loochenen, dat hem iets is toevertrouwd of in bewaring is gegeven, dat iets door hem is geroofd of van zijn naaste afgeperst;
3یا چیز گمشده را یافته، درباره آن دروغ گوید، و قسم دروغ بخورد، در هرکدام از کارهایی که شخصی در آنها گناه کند.
3of door te loochenen, dat hij iets heeft gevonden, wat verloren was; wanneer hij de loochening van een van deze dingen, waarin een mens kan zondigen, met een valse eed bekrachtigt,
4پس چون گناه ورزیده، مجرم شود، آنچه را که دزدیده یا آنچه را غصب نموده یا آنچه نزد او به امانت سپرده شده یا آن چیز گم شده را که یافته است، رد بنماید.
4en zo zondigt en schuld op zich laadt, dan moet hij teruggeven, wat geroofd, of afgeperst, of hem toevertrouwd was, of wat verloren was en hij terugvond,
5یا هر‌آنچه را که درباره آن قسم دروغ خورده، هم اصل مال را رد بنماید، وهم پنج یک آن را برآن اضافه کرده، آن را به مالکش بدهد، در روزی که جرم او ثابت شده باشد.
5en waarover hij een valse eed heeft afgelegd. Hij moet het ten volle vergoeden, met een vijfde der waarde erbij, en het op de dag van zijn schuldoffer aan den eigenaar betalen.
6و قربانی جرم خود را نزد خداوند بیاورد، یعنی قوچ بی‌عیب از گله موافق برآورد تو برای قربانی جرم نزد کاهن.
6Bovendien moet hij voor Jahweh de waarde van een gaven ram uit het kleinvee als zijn schuldoffer naar den priester brengen.
7و کاهن برای وی به حضور خداوند کفاره خواهد کرد و آمرزیده خواهد شد، از هر کاری که کرده، و در آن مجرم شده است.»
7Zo zal de priester verzoening voor hem verkrijgen voor het aanschijn van Jahweh, en zal hem vergiffenis worden geschonken voor alles, wat hij misdreven heeft.
8و خداوند موسی را خطاب کرده، گفت:
8Jahweh sprak tot Moses:
9«هارون و پسرانش را امر فرموده، بگو: این است قانون قربانی سوختنی: که قربانی سوختنی تمامی شب تا صبح بر آتشدان مذبح باشد، و آتش مذبح بر آن افروخته بماند.
9Geef aan Aäron en zijn zonen het volgende bevel: Dit is de wet op het brandoffer! Het brandoffer moet heel de nacht door tot aan de morgen op de vuurhaard van het altaar blijven liggen, en het altaarvuur moet daarop blijven branden.
10و کاهن لباس کتان خود رابپوشد، و زیرجامه کتان بر بدن خود بپوشد، وخاکستر قربانی سوختنی را که بر مذبح به آتش سوخته شده، بردارد و آن را به یک طرف مذبح بگذارد.
10Dan moet de priester zijn linnen tuniek aandoen en over zijn lichaam het linnen heupkleed aantrekken, vervolgens de as wegruimen, waartoe het brandoffer op het altaar door het vuur is verteerd, en die naast het altaar werpen.
11و لباس خود را بیرون کرده، لباس دیگر بپوشد، و خاکستر را بیرون لشکرگاه به‌جای پاک ببرد.
11Dan moet hij zijn kleren uittrekken en andere aandoen, en de as op een reine plek buiten de legerplaats brengen.
12و آتشی که بر مذبح است افروخته باشد، و خاموش نشود و هر بامداد کاهن هیزم برآن بسوزاند، و قربانی سوختنی را بر آن مرتب سازد، و پیه ذبیحه سلامتی را بر آن بسوزاند،
12Het vuur op het altaar moet brandend blijven, en mag niet worden gedoofd. Iedere ochtend moet de priester daarop hout ontsteken, het brandoffer erop leggen, en de vette stukken van de vredeoffers daarop in rook doen opgaan.
13وآتش بر مذبح پیوسته افروخته باشد، و خاموش نشود.
13Altijd moet het vuur op het altaar blijven branden; het mag nooit worden gedoofd.
14«و این است قانون هدیه آردی: پسران هارون آن را به حضور خداوند بر مذبح بگذرانند.
14Dit is de wet op het spijsoffer! De zonen van Aäron moeten het voor het aanschijn van Jahweh voor het altaar brengen.
15و از آن یک مشت از آرد نرم هدیه آردی و ازروغنش با تمامی کندر که بر هدیه آردی است بردارد، و بر مذبح بسوزاند، برای عطر خوشبو ویادگاری آن نزد خداوند.
15Dan moet een van hen een handvol meelbloem van het spijsoffer nemen en iets van de daarbij horende olie, met al de wierook, die bij het spijsoffer hoort, en het op het altaar als een welriekend reukoffer voor Jahweh in rook doen opgaan.
16و باقی آن را هارون و پسرانش بخورند. بی‌خمیرمایه در مکان قدس خورده شود، در صحن خیمه اجتماع آن رابخورند.
16De rest moeten Aäron en zijn zonen opeten. Ongedesemd moet het op een heilige plaats worden gegeten in de voorhof van de openbaringstent;
17با خمیرمایه پخته نشود، آن را ازهدایای آتشین برای قسمت ایشان داده‌ام، این قدس اقداس است مثل قربانی گناه و مثل قربانی جرم.
17het mag dus niet gedesemd worden gebakken. Ik sta hun dit af als hun deel van mijn vuuroffers; het is hoogheilig, evenals het zonde(-) en schuldoffer.
18جمیع ذکوران از پسران هارون آن رابخورند. این فریضه ابدی در نسلهای شما ازهدایای آتشین خداوند است، هر‌که آنها را لمس کند مقدس خواهد بود.»
18Alle kinderen van Aäron, die van het mannelijk geslacht zijn, mogen het eten. Het is voor uw nageslacht een eeuwig geldende wet met betrekking tot de vuuroffers van Jahweh: al wie ze aanraakt, moet als iets heiligs worden behandeld.
19و خداوند موسی را خطاب کرده، گفت:
19Jahweh sprak tot Moses:
20«این است قربانی هارون و پسرانش که در روزمسح کردن او نزد خداوند بگذرانند، ده‌یک ایفه آرد نرم برای هدیه آردی دائمی، نصفش در صبح و نصفش در شام،
20Dit is de offergave, die Aäron en zijn zonen Jahweh moeten brengen, wanneer zij worden gezalfd. Als dagelijks spijsoffer moeten zij een tiende efa meelbloem brengen; de ene helft des morgens, de andere helft des avonds.
21و بر ساج با روغن ساخته شود و چون آمیخته شد آن را بیاور و آن را به پاره های برشته شده برای هدیه آردی بجهت عطر خوشبو نزد خداوند بگذران.
21In een pan moet het met olie worden toebereid, ge moet het aangemaakt brengen; daarna moet ge het in stukken breken, en als een welriekend spijsoffer Jahweh aanbieden.
22و کاهن مسح شده که از پسرانش در جای او خواهد بودآن را بگذراند. این است فریضه ابدی که تمامش نزد خداوند سوخته شود.
22Degene onder zijn zonen, die als zijn opvolger tot priester wordt gezalfd, moet dat doen; dit is een eeuwig geldende wet. Het moet geheel voor Jahweh in rook opgaan;
23و هر هدیه آردی کاهن تمام سوخته شود و خورده نشود.»
23want elk spijsoffer van een priester moet helemaal worden verbrand, en niets mag ervan worden genuttigd.
24و خداوند موسی را خطاب کرده، گفت:
24Jahweh sprak tot Moses:
25«هارون و پسرانش را خطاب کرده، بگو: این است قانون قربانی گناه، در جایی که قربانی سوختنی ذبح می‌شود، قربانی گناه نیز به حضورخداوند ذبح شود. این قدس اقداس است.
25Zeg aan Aäron en zijn zonen: Dit is de wet op het zondeoffer! Op de plaats, waar het brandoffer wordt geslacht, moet ook het zondeoffer voor het aanschijn van Jahweh worden geslacht; het is hoogheilig.
26وکاهنی که آن را برای گناه می‌گذراند آن را بخورد، در مکان مقدس، در صحن خیمه اجتماع خورده شود.
26De priester, die het zondeoffer opdraagt, moet het ook nuttigen. Op een heilige plaats in de voorhof van de openbaringstent moet het worden gegeten.
27هر‌که گوشتش را لمس کند مقدس شود، و اگر خونش بر جامه‌ای پاشیده شود آنچه را که بر آن پاشیده شده است در مکان مقدس بشوی.
27Iedereen, die het vlees ervan aanraakt, zal als iets heiligs worden behandeld; en wanneer iets van het bloed op een kleed spat, moet ge het bespatte kleed op een heilige plaats wassen.
28و ظرف سفالین که در آن پخته شود شکسته شود و اگر در ظرف مسین پخته شود زدوده، و به آب شسته شود.
28Wanneer het in een aarden vat is gekookt, moet dit worden gebroken; wanneer het in een bronzen vat is gekookt, moet dit worden geschuurd en met water uitgespoeld.
29و هر ذکوری از کاهنان آن رابخورد، این قدس اقداس است.
29Alle mannen onder de priesters mogen het eten; het is hoogheilig.
30و هیچ قربانی گناه که از خون آن به خیمه اجتماع درآورده شودتا در قدس کفاره نماید خورده نشود، به آتش سوخته شود.
30Maar een zondeoffer, waarvan het bloed binnen de openbaringstent is gebracht, om er in het heiligdom de verzoeningsplechtigheid mee te verrichten, mag niet worden gegeten; dit moet in het vuur worden verbrand.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.