1 Паралипоменон
Chapter 23
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

1 Паралипоменон 23

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Коли Давид постарівся й нажився доволї, то настановив царем над Ізраїлем сина свого Соломона.
1Toen David oud was geworden en hoogbejaard, verhief hij zijn zoon Salomon tot koning van Israël,
2І зібрав усїх Ізраїлських князїв і сьвященників, і левітів.
2en riep alle bestuurders van Israël met de priesters en levieten bijeen.
3І полїчено левітів від трийцяти років й старійших, і було їх лїком, голова в голову, трийцять і вісїм тисяч чоловіка.
3En toen de levieten boven de dertig jaar waren geteld, bleek het aantal mannelijke personen acht en dertigduizend te bedragen.
4З їх приставлено до послуги в домі Господньому двайцять чотири тисячі, а за писарів та суддїв шість тисяч;
4En David beval, dat vier en twintigduizend van hen zouden worden belast met de dienst in het heiligdom van Jahweh, dat zesduizend zouden worden aangesteld als beambten en rechters,
5Також чотири тисячі придверників, та чотирі тисячі прославляючих Господа на музичних приборах, що їх поробив задля прослави.
5en dat vierduizend Jahweh zouden loven op de instrumenten, die hij daartoe had laten vervaardigen.
6І Давид завів для їх чергу по синах Левіїних — Герзонові, Кагатові та Мерарієві.
6Bovendien deelde David hen in groepen in, naar gelang ze afstamden van Gersjon, Kehat en Merari, de zonen van Levi.
7З Герзонїїв: Лаєдан та Шимей.
7De zonen van Gersjon waren Ladan en Sjimi.
8Сини Лаєданові: перший Ехиїл, Зетам та Йоїль, троє.
8De zonen van Ladan waren Jechiël, het opperhoofd, met Zetam en Joël, in het geheel drie;
9Сини Шимеєві: Шеломит, Хазиїл та Гаран, троє. Вони голови в поколїннях Лаєданових.
9die van Sjimi waren Sjelomit, Chaziël en Haran, in het geheel drie. Dit waren de familiehoofden van het geslacht Ladan.
10Та ще сини Шимеєві: Яхат, Зиза, Еуш та Берія. Це сини Шимеєві, четверо.
10De zonen van Sjimi waren Jáchat, Zina, Jeöesj en Beria; dit waren de zonen van Sjimi, in het geheel vier.
11Яхат був головним, Зиза другим; Еуш та Берія мали небагато дїтей, і через те були вони полїчені разом із батьковим домом.
11Jáchat was het opperhoofd, en Zina de tweede; Jeöesj en Beria werden in hun familie als een ambtsgroep gerekend, omdat ze weinig kinderen hadden.
12Сини Кагатові: Амрам, Ізгар, Хеврон та Озиїл, четверо.
12De zonen van Kehat waren Amram, Jishar, Chebron en Oezziël, in het geheel vier.
13Сини Амрамові: Аарон та Мойсей. Аарон був одлучений до служби в частї пресьвятій (Сьвятая Сьвятих), сам він і сини його, по віки, щоб палити кадило перед лицем Господнїм, щоб його хвалити й благословити іменем його по віки.
13De zonen van Amram waren Aäron en Moses. Aäron zelf en zijn afstammelingen waren voor immer afgezonderd en voor de hoogheilige bediening gewijd, om voor altijd offers op te dragen aan Jahweh, Hem te dienen en in zijn Naam te zegenen.
14А Мойсей, чоловік Божий, та сини його записані в поколїннї Левіїному.
14Moses was de man Gods, maar de zonen van Moses werden weer tot de stam der levieten gerekend.
15Сини Мойсейові: Герзон та Елиезер.
15Het waren Gersjom en Eliézer.
16Сини Герзонові: перший був Шевуїл.
16De zoon van Gersjom was Sjeboeël, een opperhoofd;
17Сини в Елиезера були: перший Рехавія. І не було в Елиезера других синів; а в Рехавії було дуже багато синів.
17die van Eliézer was Rechabja, eveneens een opperhoofd. Eliézer zelf had geen andere kinderen, maar Rechabja had er zeer veel.
18Сини Ізгарові: перший Шеломит.
18De zoon van Jishar was Sjelomit, een opperhoofd.
19Сини Хевронові: перший Ерія, а другий Амарія, третій Яхазиїл а четвертий Екамам.
19De zonen van Chebron waren Jeri-jáhoe, het opperhoofd, Amarja, de tweede, Jachaziël de derde, Jekamam de vierde.
20Сини Озиїлові: перший Миха, а другий Ішшія.
20De zonen van Oezziël waren Mika, het opperhoofd, en Jissji-ja, de tweede.
21Сини Мерарині: Махлі та Муші. Сини Махлїєві: Елеазар за Кис.
21De zonen van Merari waren Machli en Moesji. De zonen van Machli waren Elazar en Kisj.
22І помер Елеазар, і не було в його синів, а тільки дочки; й побрали їх за себе сини Кисові, їх брати.
22Elazar stierf zonder zonen na te laten; hij had alleen maar dochters, die door hun neven, de zonen van Kisj, werden gehuwd.
23Сини Мушієві: Махлі, Едер та Іремот, троє.
23De zonen van Moesji waren Machli, Éder en Jeremot, in het geheel drie.
24Оце сини Левіїні, по домах батьків їх, голови родин, що були полїчені поіменно голова в голову, та що робили дїло служби в домі Господньому, від двайцяти років й висше.
24Dit waren dus de familiehoofden boven de dertig jaar van de gemonsterde levietische families, die met name en persoonlijk waren aangewezen, om de dienst te verrichten in de tempel van Jahweh.
25Бо Давид сказав: Господь, Бог Ізрайлїв, дав спокій своєму народові й осадив його в Ерусалимі по віки;
25David bepaalde: Nu Jahweh, de God van Israël, zijn volk rust heeft geschonken, en voor altijd in Jerusalem woont,
26І левітам не треба носити намет та всякий посуд до служби в йому.
26behoeven de levieten niet meer de tabernakel te dragen met heel zijn toebehoren voor de eredienst.
27Через це по останньому приказу Давидовому полїчено левітів від двайцяти років і висше,
27Later werd volgens de laatste aanwijzingen van David het aantal levieten berekend van twintig jaar af en ouder.
28Щоб вони були при синах Аронових до служби в домі Господньому, в дворі й в прилежних будинках, до наглядання за чистотою в цїлій сьвятинї та до всякої роботи службової при домі Божому;
28Nu konden zij de zonen van Aäron behulpzaam zijn bij de dienst in het huis van Jahweh, door het toezicht op de voorhoven en zalen, het rein houden van alle gewijde voorwerpen, en het verrichten van de andere werkzaamheden die in het huis Gods te doen vielen.
29(А сьвященники) до нагляду за хлїбом показним і пшеничною мукою на хлїбні жертви, та коржами, й сковородами, й печивом, і за всякою мірою та вагою.
29Bovendien moesten ze zorgen voor de toonbroden, de meelbloem voor het spijsoffer, en de ongezuurde vladen, voor het bakwerk en de mengsels, en voor alle inhouds- en lengtematen.
30(А левіти) щоб ставали що-ранку дякувати й славити Господа, а так само що-вечора
30Verder moesten ze elke morgen, en ‘s avonds eveneens, gereed staan, om Jahweh lof en dank te zingen.
31При приношеннях Господеві жертов всепалення що суботи, й на новому місяцї, й в празники по їх числу, як про їх написано, — непереривно перед лицем Господнїм,
31Daarenboven moesten ze zorgen voor al wat er nodig was voor de brandoffers, die aan Jahweh werden opgedragen op sabbatten, nieuwe manen en hoogtijden, opdat er voortdurend zoveel aan Jahweh werden opgedragen, als voorgeschreven was.
32І щоб стерегли скриню сьвідчення та сьвятиню й синів Аронових, своїх братів, при службах в домі Господньому.
32Zo moesten ze de dienst waarnemen bij de openbaringstent en bij het Heilige, en hun broeders, de zonen van Aäron, behulpzaam zijn bij de dienst in het huis van Jahweh.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.