1 Паралипоменон
Chapter 19
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

1 Паралипоменон 19

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Після сього помер Наас, царь Аммонїйський, а заміст його став царем його син.
1Toen enige tijd later Nachasj, de koning der Ammonieten, te overlijden kwam, en door zijn zoon werd opgevolgd,
2І подумав Давид: Покажу я спожалїннє Аннонові Наасенкові, бо його батько був ласкавий до мене. І послав Давид посланцїв потішити його по батькові його. І прибули Давидові слуги в Аммонїйський край до Аннона, щоб потішити його.
2dacht David: Laat mij vriendschappelijke betrekkingen aanknopen met Chanoen, den zoon van Nachasj, zoals zijn vader dat met mij heeft gedaan. Daarom liet David hem door enige afgevaardigden zijn deelneming betuigen met zijn vader. Maar toen de afgevaardigden van David in het land der Ammonieten waren aangekomen, om Chanoen hun deelneming te betuigen,
3Але Аммонїйські князї сказали Аннонові: Невже ж ти думаєш, що Давид так поважав твого батька, що послав до тебе потїшителїв? Чи ж не задля того прийшли його слуги до тебе, щоб розвідатись та роздивитись по землї, а опісля спустошити її?
3zeiden de hooggeplaatste Ammonieten tot Chanoen: Denkt gij, dat David uw vader wil eren, omdat hij u zijn deelneming laat betuigen? Neen, zijn mensen zijn alleen maar bij u gekomen, om het land te verspieden, zijn geheimen te achterhalen, en het later te kunnen veroveren.
4І взяв Аннон Давидових урядників, і пообголював їх, і попідтинав їм одежу до половини по клуби, та й пустив їх.
4Daarop liet Chanoen de afgevaardigden van David gevangen nemen en scheren, hun kleding halverwege, tot aan de dijen, afknippen, en stuurde ze zo weg.
5І пійшли вони. Як же дійшла чутка до Давида про сих людей, послав він їм на зустріч, — бо їх дуже знеславили, — й сказав царь: Загайтесь у Ерихонї, доки повідростають ваші бороди, аж тодї вертайтесь.
5Toen dat aan David bekend werd, zond hij die zwaar beledigde mannen boden tegemoet, en liet hun zeggen: Blijft in Jericho, tot uw baard weer is aangegroeid, en komt dan terug.
6Коли ж спізнали Аммонїї, що стали ненавидними Давидові, то послав Аннон та Аммонїї тисячу талантів срібла, щоб найняти собі вози та їздецїв із Сириї Месопотамської, і з Сириї Маахової та з Соби.
6Daar de Ammonieten wel begrepen, dat zij het bij David verbruid hadden, besteedden Chanoen en de Ammonieten duizend talenten zilver, om strijdwagens en ruiters te huren van Aram Naharáim, Aram Maäka en Soba,
7І найняли собі трийцять і дві тисячі возів, і царя Мааха з його народом, котрі прийшли й стали станом перед Медевою. Та й Аммонїї позбірались із своїх міст і виступили на війну.
7en kregen de beschikking over twee en dertigduizend strijdwagens en over den koning van Soba met zijn leger. Dezen rukten uit en sloegen hun kamp op voor Medeba, terwijl ook de Ammonieten hun woonplaatsen verlieten, en gezamenlijk ten strijde trokken.
8Як почув про се Давид, то послав Йоаба з усїм військом із найхоробрійших.
8Toen David dat vernam, zond hij Joab met heel zijn leger en het keurkorps er op uit.
9І виступили Аммонїї й впорядкувались до битви при міській брамі, а царі, що прийшли, окроме на полі.
9Ook de Ammonieten rukten uit, en stelden zich op voor de poort van hun stad, terwijl de koningen, die te hulp gekomen waren, een afzonderlijke groep vormden in het open veld.
10Вбачаючи Йоаб, що йому грозить битва й зпереду й ззаду, зробив собі вибірку з усїх вибранцїв Ізрайлевих, і поставив їх лавами проти Сирийцїв.
10Daar Joab bemerkte, dat hem zowel van voren als van achteren een aanval dreigde, koos hij een deel van Israëls krijgers uit, en stelde die op tegen de Arameën,
11А останок народу передав під привід братові свойму Абессї, щоб стали лавами проти Аммонїїв.
11terwijl hij de rest van het krijgsvolk aan zijn broer Absjai toevertrouwde. Dezen stelden zich op tegen de Ammonieten.
12І сказав він: Як Сирийцї почнуть перемогати мене, то ти поможеш менї, а коли Аммонїї переважати муть тебе, то я поможу тобі.
12Hij zeide: Als de Arameën mij te sterk worden, moet gij mij helpen; worden de Ammonieten u te sterk, dan zal ik u te hulp komen.
13Будь мужний, й стіймо твердо за наш народ і за міста Бога нашого, а Господь учинить, що йому до вподоби.
13Wees flink, en laat ons dapper zijn voor ons volk en onzen God, en Jahweh zal doen wat Hem goeddunkt.
14От і двинув Йоаб і люде, що були з ним, щоб ударити на Сирийцїв, і втекли вони перед ним.
14Daarop bond Joab met zijn manschappen de strijd aan met de Arameën, en dezen sloegen voor hen op de vlucht.
15Як постерегли Аммонїї, що Сирийцї втікають, побігли й вони перед Абессою, його братом, і втекли в місто. І прийшов Йоаб у Ерусалим.
15En toen de Ammonieten bemerkten, dat de Arameën gevlucht waren, sloegen ook zij op de vlucht voor Joabs broer Absjai, en trokken zich terug in de stad. Toen keerde Joab naar Jerusalem terug.
16Як Сирийцї побачили, що вони Ізрайлитянами побитї, так послали посланцїв, і привели Сирийцїв, що були по той бік ріки, а Совах, гетьман Адраазерів, проводив їм.
16Toen de Arameën zagen, dat zij door Israël waren verslagen, lieten zij zelfs de Arameën van de overzijde van de Rivier uitrukken onder aanvoering van Sjofak, den legeroverste van Hadadézer.
17Як дано про се знати Давидові, зібрав він усїх Ізрайлитян, перейшов через Йордань, а дійшовши до їх, поставив військо проти їх. І почав Давид битву з Сирийцями, й вони бились із ним.
17Toen David dit vernam, riep hij geheel Israël op, en trok de Jordaan over. Hij stootte op hen, en stelde zich tegen hen te weer. Toen David zich tegen de Arameën te weer had gesteld, raakten zij slaags met hem,
18Та повтїкали Сирийцї перед Ізрайлитянами, й розбив Давид у прах у Сирийцїв сїм тисяч возів, і сорок тисяч піхоти, ба й гетьмана Собаха вбив.
18maar moesten voor Israël wijken. En David doodde zevenduizend paarden van de Arameën en veertigduizend man voetvolk; ook Sjofak, de legeroverste, werd gedood.
19Як побачили Адраазерові помічники, що їх Ізраїль побив, то й постановили з Давидом мир, та й піддались йому. І не хотїли Сирийцї помагати більше Аммонїям.
19Nu begrepen allen, die van Hadadézer afhankelijk waren, dat ze het tegen Israël moesten afleggen; ze sloten dus vrede met David en onderwierpen zich. Voortaan wachtte Aram zich wel, om nog eens de Ammonieten te helpen.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.