1 Паралипоменон
Chapter 29
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

1 Паралипоменон 29

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І сказав царь Давид до всього збору: Соломон, син мій, що його одного вибрав Бог, ще молодий і малосилий, а дїло се велике, бо се будинок не для людини, а для Господа Бога.
1Daarna sprak koning David tot al het vergaderde volk: Mijn zoon Salomon, die door Jahweh werd uitverkoren, is nog jong en tenger, en de taak is zwaar; want niet voor een mens is de bouw bestemd, maar voor Jahweh, den Heer.
2Що було в мене сили, наготував я для дому Бога мого: золота на золотий посуд, і срібла на срібний, і мідї на мідяний, і залїза на залїзний, і дерева на деревяний; каменї ониксові, рубіни вставні, камінцї дорогі й різноцьвітні та велику силу мармуру;
2Daarom heb ik reeds voor het huis van mijn God, zoveel ik maar kon, goud bijeengebracht voor de gouden, zilver voor de zilveren, brons voor de bronzen, ijzer voor de ijzeren, en hout voor de houten benodigdheden; verder een verzameling onyxstenen, karbonkels, jaspis en chrysoliet; een overvloed van kostbare steensoorten en marmer.
3До того — по моїй щиростї до дому Бога мого — є ще в мене власний скарб золота й срібла, й се я даю на дом Бога мого, окрім того всього, що я приготовив для сьвятого дому:
3Maar nu wil ik daarenboven uit liefde voor het huis van mijn God ook nog mijn persoonlijk bezit aan goud en zilver afstaan voor het huis van mijn God, en het voegen bij al wat ik reeds voor het heiligdom heb vergaard;
4Три тисячі талантів золота, золота Офирського, та сїм тисяч талантів щирого срібла на обкладки стїн в домах,
4namelijk drieduizend talenten goud uit Ofir afkomstig, en zevenduizend talenten gelouterd zilver, voor het overtrekken van de wanden der gebouwen,
5Щоб було золоте, що повинно бути золотим, а срібне, що має бути срібним, і на всякі вироби рук штукарських. А тепер може ще чия ласка, пожертвувати сьогоднї для Господа?
5voor de verschillende gouden en zilveren voorwerpen en voor alle verdere kunstwerken. Wie wil er nu eveneens vandaag een gave aan Jahweh offeren?
6І почали жертвувати старшини в родинах, і началники над поколїннями Ізрайлевими, й тисячники та сотники, й управителї майна царського.
6Nu boden de familiehoofden, de stamhoofden van Israël, de aanvoerders van duizend en van honderd, en de beambten in dienst van den koning hun vrijwillige gave aan,
7І дали на будову дому Божого пять тисяч талантів і десять тисяч драхм золота, а срібла десять тисяч талантів, мідї же вісїмнайцять тисяч талантів, а залїза сто тисяч талантів.
7en schonken voor de bouw van het Godshuis vijfduizend talenten en tienduizend darieken goud, tienduizend talenten zilver, achttienduizend talenten brons en honderdduizend talenten ijzer.
8І в кого знайшлись діяменти, ті віддавали й їх до скарбівнї дому Господнього, на руки Ехієля Герсоненка.
8Ook stonden zij nog hun persoonlijk bezit aan edelstenen af voor de schat van Jahweh’s tempel en stelden die den Gersjoniet Jechiël ter hand.
9І радий був народ, що вони розщедрились, бо вони жертвували Господеві від щирого серця, а й царь Давид так само радїв вельми.
9Het volk verheugde zich over hun vrijgevigheid, en over hun bereidwillige gave aan Jahweh; ook koning David was uitermate verheugd.
10І благословив Давид Господа перед усією громадою, й промовив Давид: Славен єси, Господи, Боже Ізраїля, отця нашого по віки вічні!
10Toen richtte David in tegenwoordigheid van heel het vergaderde volk een dankgebed tot Jahweh en sprak: Gezegend zijt Gij Jahweh, God van Israël onzen vader, van eeuwigheid tot eeuwigheid!
11Твоя, Господи, величність, і сила, й слава, й побіда, й пишнота, й все, що на небі й на землї, твоє; твоє, Господи, царство, й ти висший над усе, яко Владика.
11Jahweh, U is de grootheid en macht, de heerlijkheid, de roem en de majesteit; want U behoort alles, wat zich in de hemel en op de aarde bevindt. Jahweh, U is de heerschappij; U, die U als heerser over alles verheft.
12І багацтво й слава від лиця твого, й ти володїєш над усїм, і в твоїй руцї сила й могучість, і твоя власть, зробити кожного великим і дужим.
12Rijkdom en aanzien komen van U; Gij regeert over alles. In uw hand ligt macht en kracht; alle grootheid en sterkte komen van U.
13І тепер, Боже наш, ми славимо тебе й хвалимо величне імя твоє.
13Daarom prijzen wij U, onzen God, en loven uw heerlijke Naam.
14Бо хто я й хто народ мій, що ми спромоглись, так як оце, жертвувати? Але від тебе все, й з твоєї руки все, що ми віддали тобі;
14Want wie ben ik zelf, en wat is mijn volk, dat wij in staat zouden zijn, zoveel gaven te offeren? Neen, van U komt dit alles, en wij offeren U slechts wat uit uw hand is gekomen.
15Ми бо чужинцї й приходнї перед тобою, як і всї батьки наші; неначе тїнь життє наше на землї, й нїчого нема тревалого.
15Voor U zijn wij enkel vreemden en gasten, evenals onze vaderen; als een schaduw zijn onze dagen op aarde, zonder enig vooruitzicht.
16Господи, Боже наш! усї оцї достатки, що ми наготували для збудування дому тобі, твоєму іменню сьвятому, воно з твоєї руки, й все твоє.
16Jahweh, onze God, al de rijkdom, die wij hebben vergaard, om een huis te bouwen ter ere van uw heilige Naam, komt uit uw hand, aan U behoort alles.
17Знаю, Боже мій, що ти вивідуєш серце й любиш щирість серця; я від щирого серця мого пожертвував усе це, а тепер бачу, що й народ твій, що тут знаходиться, радо жертвує тобі.
17Ik weet, mijn God, dat Gij de harten toetst, en dat U oprechtheid behaagt. Welnu, met een oprecht hart heb ik dit alles geschonken en met vreugde gezien, hoe uw volk, hier aanwezig, U zijn gaven heeft gebracht.
18Господи, Боже Авраама, Ізаака й Ізраїля, батьків наших! удержуй до віку сесю добру волю в серцї народу твого, й направляй серце їх до тебе.
18Jahweh, God van onze vaderen, van Abraham, Isaäk en Israël, maak, dat deze bereidwilligheid steeds moge blijven in het hart van uw volk, en richt hun harten op U.
19А Соломонові, мойму синові, дай серце щире, щоб хоронив твої заповідї, твої обявлення та постанови твої, та щоб здїйснив усе це й построїв будинок, що для його я все приготував.
19Geef aan mijn zoon Salomon een gewillig hart, om uw geboden en voorschriften en wetten te onderhouden, alles ten uitvoer te brengen, en de bouw te voltooien, die ik heb opgezet.
20І промовив Давид до всієї громади: Славіте Господа, Бога нашого! — І славив увесь збір Господа, Бога отцїв своїх, і припав та поклонився Господеві й цареві.
20Daarna sprak David tot al het vergaderde volk: Looft nu Jahweh, uw God! En al het vergaderde volk loofde Jahweh, den God van hun vaderen; zij knielden neer en bogen zich voor Jahweh en den koning ter aarde.
21І принесли Господеві жертви; а другого дня принесли всепаленнє Господеві: тисячу назимків, тисячу баранів, тисячу ягнят із їх ливними жертвами, й безлїч жертов від усього Ізраїля.
21Zij slachtten offers voor Jahweh, en droegen de volgende dag voor heel Israël ter ere van Jahweh brandoffers op:duizend varren, duizend rammen, duizend lammeren, met de daarbij behorende plengoffers en nog vele andere offers.
22І їли й пили перед Господом того дня з великими радощами; й окликали вдруге царем Соломона, сина Давидового, й помазали його перед Господом на верховного князя, а Садока на первосьвященника.
22In feestelijke stemming aten en dronken zij voor het aanschijn van Jahweh; en nadat zij Salomon, den zoon van David, andermaal tot koning hadden uitgeroepen, zalfden zij hem voor Jahweh tot koning, en Sadok tot priester.
23І засїв Соломон на престолї Господньому, яко царь, замість Давида, отця свого, й щастилось йому, й ввесь Ізраїль корився йому.
23Zo besteeg Salomon na David, zijn vader, als koning de troon van Jahweh. Hij slaagde er in, heel Israël aan zich te onderwerpen;
24І вся старшина й всї можні, як і всї сини царя Давида покорились цареві Соломонові.
24ook de overheidspersonen, het keurkorps en zelfs de andere zonen van koning David boden aan koning Salomon hun onderwerping aan.
25І звеличив Господь Соломона перед очима усього Ізраїля, й дав йому славу царства, якої не мав переднїйше нї один царь в Ізраїлї.
25En Jahweh schonk Salomon een buitengewoon groot aanzien bij heel Israël, en maakte zijn regering zo luisterrijk, als nog geen enkele koning van Israël vóór hem had gehad.
26Оттак Давид, син Ессеїв, царював над усїм Ізраїлем.
26Zo heeft David, de zoon van Jesse, over geheel Israël geregeerd.
27Часу царювання його над Ізраїлем було сорок років: в Гебронї царював він сїм років, а в Ерусалимі царював трийцять і три роки.
27De tijd, dat hij over Israël regeerde, bedroeg veertig jaar; zeven jaar te Hebron, en drie en dertig in Jerusalem.
28І помер в добрій старостї, нажившись на сьвітї в багацтві й славі; й зацарював Соломон, його син, замість його.
28Hij overleed in gezegende ouderdom, rijk aan jaren, fortuin en aanzien; en zijn zoon Salomon volgde hem op.
29Дїї царя Давида, переднїйші й послїдні, записані в записках віщого Самуїла, й в записках пророка Натана, й в записках віщого Гада;
29De geschiedenis van koning David, de vroegere zowel als de latere, staat beschreven in de Geschiedenis van den ziener Samuël, in die van den profeet Natan, en in die van den ziener Gad;
30А так само й все його царюваннє, й хоробрість його, й пригоди, що зайщли були з ним і з Ізраїлем і з усїма царствами в краях.
30hierin vindt men ook een beschrijving van heel zijn bestuur, zijn heldendaden, en de verdere gebeurtenissen uit die tijd, welke hemzelf, Israël en alle koninkrijken der aarde zijn overkomen.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.