1 דִּבְרֵי הַיָּמִים

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 19

1 דִּבְרֵי הַיָּמִים

Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

1 דִּבְרֵי הַיָּמִים 19

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ויהי אחרי כן וימת נחש מלך בני עמון וימלך בנו תחתיו׃
1Toen enige tijd later Nachasj, de koning der Ammonieten, te overlijden kwam, en door zijn zoon werd opgevolgd,
2ויאמר דויד אעשה חסד עם חנון בן נחש כי עשה אביו עמי חסד וישלח דויד מלאכים לנחמו על אביו ויבאו עבדי דויד אל ארץ בני עמון אל חנון לנחמו׃
2dacht David: Laat mij vriendschappelijke betrekkingen aanknopen met Chanoen, den zoon van Nachasj, zoals zijn vader dat met mij heeft gedaan. Daarom liet David hem door enige afgevaardigden zijn deelneming betuigen met zijn vader. Maar toen de afgevaardigden van David in het land der Ammonieten waren aangekomen, om Chanoen hun deelneming te betuigen,
3ויאמרו שרי בני עמון לחנון המכבד דויד את אביך בעיניך כי שלח לך מנחמים הלא בעבור לחקר ולהפך ולרגל הארץ באו עבדיו אליך׃
3zeiden de hooggeplaatste Ammonieten tot Chanoen: Denkt gij, dat David uw vader wil eren, omdat hij u zijn deelneming laat betuigen? Neen, zijn mensen zijn alleen maar bij u gekomen, om het land te verspieden, zijn geheimen te achterhalen, en het later te kunnen veroveren.
4ויקח חנון את עבדי דויד ויגלחם ויכרת את מדויהם בחצי עד המפשעה וישלחם׃
4Daarop liet Chanoen de afgevaardigden van David gevangen nemen en scheren, hun kleding halverwege, tot aan de dijen, afknippen, en stuurde ze zo weg.
5וילכו ויגידו לדויד על האנשים וישלח לקראתם כי היו האנשים נכלמים מאד ויאמר המלך שבו בירחו עד אשר יצמח זקנכם ושבתם׃
5Toen dat aan David bekend werd, zond hij die zwaar beledigde mannen boden tegemoet, en liet hun zeggen: Blijft in Jericho, tot uw baard weer is aangegroeid, en komt dan terug.
6ויראו בני עמון כי התבאשו עם דויד וישלח חנון ובני עמון אלף ככר כסף לשכר להם מן ארם נהרים ומן ארם מעכה ומצובה רכב ופרשים׃
6Daar de Ammonieten wel begrepen, dat zij het bij David verbruid hadden, besteedden Chanoen en de Ammonieten duizend talenten zilver, om strijdwagens en ruiters te huren van Aram Naharáim, Aram Maäka en Soba,
7וישכרו להם שנים ושלשים אלף רכב ואת מלך מעכה ואת עמו ויבאו ויחנו לפני מידבא ובני עמון נאספו מעריהם ויבאו למלחמה׃
7en kregen de beschikking over twee en dertigduizend strijdwagens en over den koning van Soba met zijn leger. Dezen rukten uit en sloegen hun kamp op voor Medeba, terwijl ook de Ammonieten hun woonplaatsen verlieten, en gezamenlijk ten strijde trokken.
8וישמע דויד וישלח את יואב ואת כל צבא הגבורים׃
8Toen David dat vernam, zond hij Joab met heel zijn leger en het keurkorps er op uit.
9ויצאו בני עמון ויערכו מלחמה פתח העיר והמלכים אשר באו לבדם בשדה׃
9Ook de Ammonieten rukten uit, en stelden zich op voor de poort van hun stad, terwijl de koningen, die te hulp gekomen waren, een afzonderlijke groep vormden in het open veld.
10וירא יואב כי היתה פני המלחמה אליו פנים ואחור ויבחר מכל בחור בישראל ויערך לקראת ארם׃
10Daar Joab bemerkte, dat hem zowel van voren als van achteren een aanval dreigde, koos hij een deel van Israëls krijgers uit, en stelde die op tegen de Arameën,
11ואת יתר העם נתן ביד אבשי אחיו ויערכו לקראת בני עמון׃
11terwijl hij de rest van het krijgsvolk aan zijn broer Absjai toevertrouwde. Dezen stelden zich op tegen de Ammonieten.
12ויאמר אם תחזק ממני ארם והיית לי לתשועה ואם בני עמון יחזקו ממך והושעתיך׃
12Hij zeide: Als de Arameën mij te sterk worden, moet gij mij helpen; worden de Ammonieten u te sterk, dan zal ik u te hulp komen.
13חזק ונתחזקה בעד עמנו ובעד ערי אלהינו ויהוה הטוב בעיניו יעשה׃
13Wees flink, en laat ons dapper zijn voor ons volk en onzen God, en Jahweh zal doen wat Hem goeddunkt.
14ויגש יואב והעם אשר עמו לפני ארם למלחמה וינוסו מפניו׃
14Daarop bond Joab met zijn manschappen de strijd aan met de Arameën, en dezen sloegen voor hen op de vlucht.
15ובני עמון ראו כי נס ארם וינוסו גם הם מפני אבשי אחיו ויבאו העירה ויבא יואב ירושלם׃
15En toen de Ammonieten bemerkten, dat de Arameën gevlucht waren, sloegen ook zij op de vlucht voor Joabs broer Absjai, en trokken zich terug in de stad. Toen keerde Joab naar Jerusalem terug.
16וירא ארם כי נגפו לפני ישראל וישלחו מלאכים ויוציאו את ארם אשר מעבר הנהר ושופך שר צבא הדדעזר לפניהם׃
16Toen de Arameën zagen, dat zij door Israël waren verslagen, lieten zij zelfs de Arameën van de overzijde van de Rivier uitrukken onder aanvoering van Sjofak, den legeroverste van Hadadézer.
17ויגד לדויד ויאסף את כל ישראל ויעבר הירדן ויבא אלהם ויערך אלהם ויערך דויד לקראת ארם מלחמה וילחמו עמו׃
17Toen David dit vernam, riep hij geheel Israël op, en trok de Jordaan over. Hij stootte op hen, en stelde zich tegen hen te weer. Toen David zich tegen de Arameën te weer had gesteld, raakten zij slaags met hem,
18וינס ארם מלפני ישראל ויהרג דויד מארם שבעת אלפים רכב וארבעים אלף איש רגלי ואת שופך שר הצבא המית׃
18maar moesten voor Israël wijken. En David doodde zevenduizend paarden van de Arameën en veertigduizend man voetvolk; ook Sjofak, de legeroverste, werd gedood.
19ויראו עבדי הדדעזר כי נגפו לפני ישראל וישלימו עם דויד ויעבדהו ולא אבה ארם להושיע את בני עמון עוד׃
19Nu begrepen allen, die van Hadadézer afhankelijk waren, dat ze het tegen Israël moesten afleggen; ze sloten dus vrede met David en onderwierpen zich. Voortaan wachtte Aram zich wel, om nog eens de Ammonieten te helpen.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.