1 דִּבְרֵי הַיָּמִים 10
Modern Hebrew BibleTranslation
Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ופלשתים נלחמו בישראל וינס איש ישראל מפני פלשתים ויפלו חללים בהר גלבע׃
1Eens voerden de Filistijnen oorlog met Israël. De Israëlieten sloegen voor de Filistijnen op de vlucht, en vielen dodelijk getroffen op het gebergte van Gilbóa.
2וידבקו פלשתים אחרי שאול ואחרי בניו ויכו פלשתים את יונתן ואת אבינדב ואת מלכי שוע בני שאול׃
2De Filistijnen zaten Saul en zijn zonen op de hielen. En toen zij Jonatan, Abinadab en Malkisjóea, de zonen van Saul, hadden gedood,
3ותכבד המלחמה על שאול וימצאהו המורים בקשת ויחל מן היורים׃
3richtte zich heel de strijd tegen Saul. Enige boogschutters kregen hem onder schot; hij werd bang voor hen,
4ויאמר שאול אל נשא כליו שלף חרבך ודקרני בה פן יבאו הערלים האלה והתעללו בי ולא אבה נשא כליו כי ירא מאד ויקח שאול את החרב ויפל עליה׃
4en sprak tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard en doorsteek mij ermee; anders komen die onbesnedenen hun spel met me drijven. Maar zijn wapendrager wilde niet, omdat hij teveel ontzag voor hem had. Daarom nam Saul het zwaard, en stortte zich erin.
5וירא נשא כליו כי מת שאול ויפל גם הוא על החרב וימת׃
5Toen zijn wapendrager zag, dat Saul dood was, stortte ook hij zich in zijn zwaard en stierf.
6וימת שאול ושלשת בניו וכל ביתו יחדו מתו׃
6Zo stierf Saul met zijn drie zonen, en viel heel zijn gezin gelijk met hem.
7ויראו כל איש ישראל אשר בעמק כי נסו וכי מתו שאול ובניו ויעזבו עריהם וינסו ויבאו פלשתים וישבו בהם׃
7Toen de Israëlieten uit de vlakte bemerkten, dat de Israëlieten gevlucht waren, en Saul met zijn zonen gesneuveld, verlieten ze allen de steden en namen de vlucht; waarop de Filistijnen kwamen en ze bezetten.
8ויהי ממחרת ויבאו פלשתים לפשט את החללים וימצאו את שאול ואת בניו נפלים בהר גלבע׃
8Toen de Filistijnen de volgende dag de gesneuvelden kwamen uitplunderen, vonden zij Saul met zijn zonen op het gebergte van Gilbóa liggen.
9ויפשיטהו וישאו את ראשו ואת כליו וישלחו בארץ פלשתים סביב לבשר את עצביהם ואת העם׃
9Ze plunderden hem uit, sloegen hem het hoofd af, trokken hem zijn wapenrusting uit, en zonden boden rond in het Filistijnenland, om het blijde nieuws onder hun goden en onder het volk te verspreiden.
10וישימו את כליו בית אלהיהם ואת גלגלתו תקעו בית דגון׃
10Ze plaatsten zijn wapenrusting in de tempel van hun goden, en hingen zijn hoofd op in de tempel van Dagon.
11וישמעו כל יביש גלעד את כל אשר עשו פלשתים לשאול׃
11Toen de bewoners van Jabesj in Gilad hoorden, wat de Filistijnen allemaal met Saul gedaan hadden,
12ויקומו כל איש חיל וישאו את גופת שאול ואת גופת בניו ויביאום יבישה ויקברו את עצמותיהם תחת האלה ביבש ויצומו שבעת ימים׃
12rukten alle weerbare mannen uit, haalden Sauls lijk en dat van zijn zonen weg, brachten ze naar Jabesj over en begroeven ze onder de terebint in Jabesj; daarna vastten zij zeven dagen.
13וימת שאול במעלו אשר מעל ביהוה על דבר יהוה אשר לא שמר וגם לשאול באוב לדרוש׃
13Zo vond Saul de dood, omdat hij van Jahweh was afgevallen, daar hij het voorschrift van Jahweh niet had onderhouden, en zelfs een dodengeest ter ondervraging had opgeroepen,
14ולא דרש ביהוה וימיתהו ויסב את המלוכה לדויד בן ישי׃
14inplaats van Jahweh. Om die reden strafte Hij hem met de dood, en gaf Hij het koningschap over aan David, den zoon van Jesse.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.