1 דִּבְרֵי הַיָּמִים 18
Modern Hebrew BibleTranslation
Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ויהי אחרי כן ויך דויד את פלשתים ויכניעם ויקח את גת ובנתיה מיד פלשתים׃
1Daarna versloeg David de Filistijnen. Hij onderwierp ze, en ontnam hun Gat met onderhorige steden.
2ויך את מואב ויהיו מואב עבדים לדויד נשאי מנחה׃
2Ook de Moabieten versloeg hij; sindsdien waren de Moabieten aan David schatplichtig.
3ויך דויד את הדדעזר מלך צובה חמתה בלכתו להציב ידו בנהר פרת׃
3Vervolgens versloeg hij Hadadézer, den koning van Soba, te Chamat, juist toen deze op weg was, zijn zegeteken aan de rivier de Eufraat op te richten.
4וילכד דויד ממנו אלף רכב ושבעת אלפים פרשים ועשרים אלף איש רגלי ויעקר דויד את כל הרכב ויותר ממנו מאה רכב׃
4David ontnam hem duizend strijdwagens, zevenduizend van zijn ruiters en tienduizend man van zijn voetvolk, en van alle paarden, op honderd na, sneed hij de pezen door.
5ויבא ארם דרמשק לעזור להדדעזר מלך צובה ויך דויד בארם עשרים ושנים אלף איש׃
5En daar de Arameën van Damascus koning Hadadézer van Soba te hulp waren gekomen, doodde David van de Arameën twee en twintigduizend man.
6וישם דויד בארם דרמשק ויהי ארם לדויד עבדים נשאי מנחה ויושע יהוה לדויד בכל אשר הלך׃
6Hij stelde in Aram van Damascus stadhouders aan, en het werd aan David schatplichtig. Zo werd David op al zijn tochten door Jahweh geholpen.
7ויקח דויד את שלטי הזהב אשר היו על עבדי הדדעזר ויביאם ירושלם׃
7De gouden schilden, die Hadadézers soldaten droegen, maakte David buit, en bracht ze naar Jerusalem,
8ומטבחת ומכון ערי הדדעזר לקח דויד נחשת רבה מאד בה עשה שלמה את ים הנחשת ואת העמודים ואת כלי הנחשת׃
8terwijl hij uit Tibchat en Koen, twee steden van Hadadézer, een zeer grote hoeveelheid koper meenam; daarvan maakte Salomon de koperen zee, de zuilen en de koperen vaten.
9וישמע תעו מלך חמת כי הכה דויד את כל חיל הדדעזר מלך צובה׃
9Toen Tóoe, de koning van Chamat, vernam, dat David de gehele legermacht van Hadadézer, den koning van Soba, had verslagen,
10וישלח את הדורם בנו אל המלך דויד לשאול לו לשלום ולברכו על אשר נלחם בהדדעזר ויכהו כי איש מלחמות תעו היה הדדעזר וכל כלי זהב וכסף ונחשת׃
10zond hij zijn zoon Hadoram naar David, om hem te groeten en geluk te wensen met zijn overwinning op Hadadézer. Hadadézer was namelijk een tegenstander van Tóoe. Hadoram bracht gouden, zilveren en koperen voorwerpen mede,
11גם אתם הקדיש המלך דויד ליהוה עם הכסף והזהב אשר נשא מכל הגוים מאדום וממואב ומבני עמון ומפלשתים ומעמלק׃
11en ook deze wijdde David aan Jahweh, zoals hij gedaan had met het zilver en goud, dat hij buitgemaakt had op alle volken: op Edom, Moab, de Ammonieten, de Filistijnen en de Amalekieten.
12ואבשי בן צרויה הכה את אדום בגיא המלח שמונה עשר אלף׃
12Absjai, de zoon van Seroeja, versloeg achttien duizend Edomieten in het Zoutdal.
13וישם באדום נציבים ויהיו כל אדום עבדים לדויד ויושע יהוה את דויד בכל אשר הלך׃
13David stelde in heel Edom stadhouders aan, zodat heel Edom aan David bleef. Zo werd David op al zijn tochten door Jahweh geholpen.
14וימלך דויד על כל ישראל ויהי עשה משפט וצדקה לכל עמו׃
14David regeerde dus over geheel Israël, en handelde met heel zijn volk naar wet en recht.
15ויואב בן צרויה על הצבא ויהושפט בן אחילוד מזכיר׃
15Joab, de zoon van Seroeja, stond over het leger; Jehosjafat, de zoon van Achiloed, was kanselier;
16וצדוק בן אחיטוב ואבימלך בן אביתר כהנים ושושא סופר׃
16Sadok, de zoon van Achitoeb, en Abimélek, de zoon van Ebjatar, waren priesters; Sjawsja was geheimschrijver;
17ובניהו בן יהוידע על הכרתי והפלתי ובני דויד הראשנים ליד המלך׃
17Benaja, de zoon van Jehodaja, ging over de Kretenzen en Peletiërs; de zonen van David waren de voornaamste raadgevers van den koning.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.