1 דִּבְרֵי הַיָּמִים 13
Modern Hebrew BibleTranslation
Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ויועץ דויד עם שרי האלפים והמאות לכל נגיד׃
1Nadat David met de bevelhebbers van duizend en honderd en met alle andere leiders overlegd had,
2ויאמר דויד לכל קהל ישראל אם עליכם טוב ומן יהוה אלהינו נפרצה נשלחה על אחינו הנשארים בכל ארצות ישראל ועמהם הכהנים והלוים בערי מגרשיהם ויקבצו אלינו׃
2sprak hij tot al het vergaderde volk van Israël: Als het u goed dunkt en het aan Jahweh, onzen God, welgevallig is, laat ons dan onze volksgenoten, die in alle oorden van Israël achtergebleven zijn, en de priesters met de levieten in de plaatsen, waar hun gronden liggen, verwittigen, dat ze zich bij ons voegen,
3ונסבה את ארון אלהינו אלינו כי לא דרשנהו בימי שאול׃
3om de ark van onzen God naar ons over te brengen. Want in de dagen van Saul hebben we er ons niet om bekommerd.
4ויאמרו כל הקהל לעשות כן כי ישר הדבר בעיני כל העם׃
4En daar heel het volk met dit voorstel instemde, besloten alle aanwezigen, dat men zo doen zou.
5ויקהל דויד את כל ישראל מן שיחור מצרים ועד לבוא חמת להביא את ארון האלהים מקרית יערים׃
5Daarom riep David heel Israël bijeen, van de grensrivier van Egypte af, tot de weg naar Chamat toe, om de ark van God uit Kirjat-Jearim over te brengen.
6ויעל דויד וכל ישראל בעלתה אל קרית יערים אשר ליהודה להעלות משם את ארון האלהים יהוה יושב הכרובים אשר נקרא שם׃
6Met heel Israël ging David op naar Baäla, dat wil zeggen Kirjat-Jearim van Juda, om van daar de ark van God te halen, welke naar de Naam van Jahweh der heirscharen, die op de cherubs troont, is genoemd.
7וירכיבו את ארון האלהים על עגלה חדשה מבית אבינדב ועזא ואחיו נהגים בעגלה׃
7Nadat men de ark had uitgedragen uit het huis van Abinadab, vervoerde men haar op een nieuwe wagen, die door Oezza en Achjo werd begeleid.
8ודויד וכל ישראל משחקים לפני האלהים בכל עז ובשירים ובכנרות ובנבלים ובתפים ובמצלתים ובחצצרות׃
8David en heel Israël dansten geestdriftig onder gezang ter ere van God, en het spelen van citers, harpen, tamboerijnen, bekkens en trompetten.
9ויבאו עד גרן כידן וישלח עזא את ידו לאחז את הארון כי שמטו הבקר׃
9Maar bij de dorsvloer van Kidon aangekomen, stak Oezza zijn hand uit naar de ark en hield haar tegen, omdat de runderen haar lieten kantelen.
10ויחר אף יהוה בעזא ויכהו על אשר שלח ידו על הארון וימת שם לפני אלהים׃
10Toen ontbrandde de toorn van Jahweh tegen Oezza, en Hij sloeg hem, omdat hij zijn hand naar de ark had uitgestoken, zodat hij daar dood bleef liggen, vlak voor God.
11ויחר לדויד כי פרץ יהוה פרץ בעזא ויקרא למקום ההוא פרץ עזא עד היום הזה׃
11David was diep bedroefd, omdat Jahweh zo heftig tegen Oezza was losgebroken. En men noemde die plek Péres-Oezzal; zo heet ze nog.
12ויירא דויד את האלהים ביום ההוא לאמר היך אביא אלי את ארון האלהים׃
12David kreeg toen vrees voor Jahweh, en sprak: Hoe zou de ark van God naar mij kunnen komen?
13ולא הסיר דויד את הארון אליו אל עיר דויד ויטהו אל בית עבד אדם הגתי׃
13En hij wilde de ark niet bij zich opnemen in de Davidstad, maar gaf haar een onderdak in het huis van Obed-Edom, den Gatiet.
14וישב ארון האלהים עם בית עבד אדם בביתו שלשה חדשים ויברך יהוה את בית עבד אדם ואת כל אשר לו׃
14Drie maanden bleef de ark van God in het huis van Obed-Edom, en Jahweh zegende Obed-Edom met heel zijn gezin.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.