Spreuken
Chapter 15
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Louis Segond 1910
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Louis Segond 1910
1Een vriendelijk antwoord ontwapent de toorn, Een krenkend gezegde jaagt de woede op.
1Une réponse douce calme la fureur, Mais une parole dure excite la colère.
2De tong der wijzen druipt van wijsheid, De mond der dommen stort dwaasheid uit.
2La langue des sages rend la science aimable, Et la bouche des insensés répand la folie.
3Jahweh’s ogen waren overal rond, Nauwkeurig lettend op slechten en goeden.
3Les yeux de l’Éternel sont en tout lieu, Observant les méchants et les bons.
4Rustige taal is een boom des levens, Heftige woorden wonden de ziel.
4La langue douce est un arbre de vie, Mais la langue perverse brise l’âme.
5Een dwaas slaat het vermaan van zijn vader in de wind; Verstandig hij, die op een waarschuwing let.
5L’insensé dédaigne l’instruction de son père, Mais celui qui a égard à la réprimande agit avec prudence.
6In het huis van den rechtvaardige heerst grote welvaart, Maar het gewin der zondaars gaat teloor.
6Il y a grande abondance dans la maison du juste, Mais il y a du trouble dans les profits du méchant.
7De lippen der wijzen verspreiden de kennis, Het hart der dwazen doet het niet.
7Les lèvres des sages répandent la science, Mais le cœur des insensés n’est pas droit.
8Jahweh heeft een afschuw van het offer der bozen, Maar welbehagen in het gebed der rechtvaardigen.
8Le sacrifice des méchants est en horreur à l’Éternel, Mais la prière des hommes droits lui est agréable.
9Jahweh verafschuwt de weg van een boosdoener; Hij houdt van hem, die naar rechtvaardigheid streeft.
9La voie du méchant est en horreur à l’Éternel, Mais il aime celui qui poursuit la justice.
10Strenge straf wacht hem, die het rechte pad verlaat; Wie niets van bestraffing wil weten, zal sterven.
10Une correction sévère menace celui qui abandonne le sentier; Celui qui hait la réprimande mourra.
11Onderwereld en dodenrijk liggen open voor Jahweh, Hoeveel te meer de harten van de kinderen der mensen!
11Le séjour des morts et l’abîme sont devant l’Éternel; Combien plus les cœurs des fils de l’homme!
12De spotter houdt er niet van, dat men hem vermaant; Daarom gaat hij niet met wijzen om.
12Le moqueur n’aime pas qu’on le reprenne, Il ne va point vers les sages.
13Een vrolijk hart maakt een blij gezicht, Verdriet in het hart slaat de geest terneer.
13Un cœur joyeux rend le visage serein; Mais quand le cœur est triste, l’esprit est abattu.
14Een verstandig hart streeft naar kennis, De mond der dommen vermeit zich in dwaasheid.
14Un cœur intelligent cherche la science, Mais la bouche des insensés se plaît à la folie.
15Een neerslachtig mens heeft steeds kwade dagen, Voor een blijmoedig karakter is het altijd feest.
15Tous les jours du malheureux sont mauvais, Mais le cœur content est un festin perpétuel.
16Beter weinig te bezitten en Jahweh te vrezen, Dan vele schatten met wroeging erbij.
16Mieux vaut peu, avec la crainte de l’Éternel, Qu’un grand trésor, avec le trouble.
17Beter een schoteltje groente, waar liefde heerst, Dan een gemeste stier met haat erbij.
17Mieux vaut de l’herbe pour nourriture, là où règne l’amour, Qu’un bœuf engraissé, si la haine est là.
18Een driftkop stookt ruzie, Een lankmoedig mens bedaart de twist.
18Un homme violent excite des querelles, Mais celui qui est lent à la colère apaise les disputes.
19De weg van een luiaard is als een doornheg, Het pad der vlijtigen is gebaand.
19Le chemin du paresseux est comme une haie d’épines, Mais le sentier des hommes droits est aplani.
20Een verstandig kind is een vreugde voor zijn vader, Een dwaas mens minacht zijn moeder.
20Un fils sage fait la joie de son père, Et un homme insensé méprise sa mère.
21In dwaasheid vindt een onverstandig mens zijn genoegen, Een man van inzicht houdt de rechte weg.
21La folie est une joie pour celui qui est dépourvu de sens, Mais un homme intelligent va le droit chemin.
22Bij gebrek aan overleg mislukken de plannen, Na rijp beraad komen ze tot stand.
22Les projets échouent, faute d’une assemblée qui délibère; Mais ils réussissent quand il y a de nombreux conseillers.
23Men kan plezier hebben in zijn eigen antwoord; Maar hoe treffend is een woord, dat van pas komt!
23On éprouve de la joie à donner une réponse de sa bouche; Et combien est agréable une parole dite à propos!
24De wijze gaat de weg des levens omhoog, Hij wil het dodenrijk beneden ontwijken.
24Pour le sage, le sentier de la vie mène en haut, Afin qu’il se détourne du séjour des morts qui est en bas.
25Jahweh haalt het huis der hoogmoedigen neer, Maar zet de grenspaal van een weduwe vast.
25L’Éternel renverse la maison des orgueilleux, Mais il affermit les bornes de la veuve.
26Jahweh heeft een afschuw van snode plannen, Maar vriendelijke woorden zijn Hem rein.
26Les pensées mauvaises sont en horreur à l’Éternel, Mais les paroles agréables sont pures à ses yeux.
27Wie oneerlijke winst maakt, schaadt zijn eigen huis; Maar wie van omkoperij niets moet hebben, blijft leven.
27Celui qui est avide de gain trouble sa maison, Mais celui qui hait les présents vivra.
28Een rechtvaardig mens overweegt wat hij zegt, De mond der bozen stort onheil uit.
28Le cœur du juste médite pour répondre, Mais la bouche des méchants répand des méchancetés.
29Jahweh is verre van de zondaars, Maar Hij hoort het gebed der rechtvaardigen.
29L’Éternel s’éloigne des méchants, Mais il écoute la prière des justes.
30Stralende ogen verblijden het hart, Een goede tijding verkwikt het gebeente.
30Ce qui plaît aux yeux réjouit le cœur; Une bonne nouvelle fortifie les membres.
31Wie naar heilzame vermaning luistert, Woont in de kring der wijzen.
31L’oreille attentive aux réprimandes qui mènent à la vie Fait son séjour au milieu des sages.
32Wie de tucht niet telt, telt zich zelven niet; Wie naar vermaning luistert, krijgt inzicht.
32Celui qui rejette la correction méprise son âme, Mais celui qui écoute la réprimande acquiert l’intelligence.
33Het ontzag voor Jahweh voedt op tot wijsheid, Aan de eer gaat ootmoed vooraf.
33La crainte de l’Éternel enseigne la sagesse, Et l’humilité précède la gloire.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.