Spreuken 15
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Een vriendelijk antwoord ontwapent de toorn, Een krenkend gezegde jaagt de woede op.
1LA blanda respuesta quita la ira: mas la palabra áspera hace subir el furor.
2De tong der wijzen druipt van wijsheid, De mond der dommen stort dwaasheid uit.
2La lengua de los sabios adornará la sabiduría: mas la boca de los necios hablará sandeces.
3Jahweh’s ogen waren overal rond, Nauwkeurig lettend op slechten en goeden.
3Los ojos de Jehová están en todo lugar, mirando á los malos y á los buenos.
4Rustige taal is een boom des levens, Heftige woorden wonden de ziel.
4La sana lengua es árbol de vida: mas la perversidad en ella es quebrantamiento de espíritu.
5Een dwaas slaat het vermaan van zijn vader in de wind; Verstandig hij, die op een waarschuwing let.
5El necio menosprecia el consejo de su padre: mas el que guarda la corrección, vendrá á ser cuerdo.
6In het huis van den rechtvaardige heerst grote welvaart, Maar het gewin der zondaars gaat teloor.
6En la casa del justo hay gran provisión; empero turbación en las ganancias del impío.
7De lippen der wijzen verspreiden de kennis, Het hart der dwazen doet het niet.
7Los labios de los sabios esparcen sabiduría: mas no así el corazón de los necios.
8Jahweh heeft een afschuw van het offer der bozen, Maar welbehagen in het gebed der rechtvaardigen.
8El sacrificio de los impíos es abominación á Jehová: mas la oración de los rectos es su gozo.
9Jahweh verafschuwt de weg van een boosdoener; Hij houdt van hem, die naar rechtvaardigheid streeft.
9Abominación es á Jehová el camino del impío: mas él ama al que sigue justicia.
10Strenge straf wacht hem, die het rechte pad verlaat; Wie niets van bestraffing wil weten, zal sterven.
10La reconvención es molesta al que deja el camino: y el que aborreciere la corrección, morirá.
11Onderwereld en dodenrijk liggen open voor Jahweh, Hoeveel te meer de harten van de kinderen der mensen!
11El infierno y la perdición están delante de Jehová: ¡cuánto más los corazones de los hombres!
12De spotter houdt er niet van, dat men hem vermaant; Daarom gaat hij niet met wijzen om.
12El escarnecedor no ama al que le reprende; ni se allega á los sabios.
13Een vrolijk hart maakt een blij gezicht, Verdriet in het hart slaat de geest terneer.
13El corazón alegre hermosea el rostro: mas por el dolor de corazón el espíritu se abate.
14Een verstandig hart streeft naar kennis, De mond der dommen vermeit zich in dwaasheid.
14El corazón entendido busca la sabiduría: mas la boca de los necios pace necedad.
15Een neerslachtig mens heeft steeds kwade dagen, Voor een blijmoedig karakter is het altijd feest.
15Todos los días del afligido son trabajosos: mas el de corazón contento tiene un convite continuo.
16Beter weinig te bezitten en Jahweh te vrezen, Dan vele schatten met wroeging erbij.
16Mejor es lo poco con el temor de Jehová, que el gran tesoro donde hay turbación.
17Beter een schoteltje groente, waar liefde heerst, Dan een gemeste stier met haat erbij.
17Mejor es la comida de legumbres donde hay amor, que de buey engordado donde hay odio.
18Een driftkop stookt ruzie, Een lankmoedig mens bedaart de twist.
18El hombre iracundo mueve contiendas: mas el que tarde se enoja, apaciguará la rencilla.
19De weg van een luiaard is als een doornheg, Het pad der vlijtigen is gebaand.
19El camino del perezoso es como seto de espinos: mas la vereda de los rectos como una calzada.
20Een verstandig kind is een vreugde voor zijn vader, Een dwaas mens minacht zijn moeder.
20El hijo sabio alegra al padre: mas el hombre necio menosprecia á su madre.
21In dwaasheid vindt een onverstandig mens zijn genoegen, Een man van inzicht houdt de rechte weg.
21La necedad es alegría al falto de entendimiento: mas el hombre entendido enderezará su proceder.
22Bij gebrek aan overleg mislukken de plannen, Na rijp beraad komen ze tot stand.
22Los pensamientos son frustrados donde no hay consejo; mas en la multitud de consejeros se afirman.
23Men kan plezier hebben in zijn eigen antwoord; Maar hoe treffend is een woord, dat van pas komt!
23Alégrase el hombre con la respuesta de su boca: y la palabra á su tiempo, ¡cuán buena es!
24De wijze gaat de weg des levens omhoog, Hij wil het dodenrijk beneden ontwijken.
24El camino de la vida es hacia arriba al entendido, para apartarse del infierno abajo.
25Jahweh haalt het huis der hoogmoedigen neer, Maar zet de grenspaal van een weduwe vast.
25Jehová asolará la casa de los soberbios: mas él afirmará el término de la viuda.
26Jahweh heeft een afschuw van snode plannen, Maar vriendelijke woorden zijn Hem rein.
26Abominación son á Jehová los pensamientos del malo: mas las expresiones de los limpios son limpias.
27Wie oneerlijke winst maakt, schaadt zijn eigen huis; Maar wie van omkoperij niets moet hebben, blijft leven.
27Alborota su casa el codicioso: mas el que aborrece las dádivas vivirá.
28Een rechtvaardig mens overweegt wat hij zegt, De mond der bozen stort onheil uit.
28El corazón del justo piensa para responder: mas la boca de los impíos derrama malas cosas.
29Jahweh is verre van de zondaars, Maar Hij hoort het gebed der rechtvaardigen.
29Lejos está Jehová de los impíos: mas él oye la oración de los justos.
30Stralende ogen verblijden het hart, Een goede tijding verkwikt het gebeente.
30La luz de los ojos alegra el corazón; y la buena fama engorda los huesos.
31Wie naar heilzame vermaning luistert, Woont in de kring der wijzen.
31La oreja que escucha la corrección de vida, entre los sabios morará.
32Wie de tucht niet telt, telt zich zelven niet; Wie naar vermaning luistert, krijgt inzicht.
32El que tiene en poco la disciplina, menosprecia su alma: mas el que escucha la corrección, tiene entendimiento.
33Het ontzag voor Jahweh voedt op tot wijsheid, Aan de eer gaat ootmoed vooraf.
33El temor de Jehová es enseñanza de sabiduría: y delante de la honra está la humildad.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.