Spreuken
Chapter 16
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Reina-Valera 1909
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Wel kan de mens bij zichzelf overleggen, Maar van Jahweh komt het antwoord van de mond.
1DEL hombre son las disposiciones del corazón: mas de Jehová la respuesta de la lengua.
2Al denkt de mens, dat al zijn wegen onschuldig zijn, Het is Jahweh, die de harten toetst!
2Todos los caminos del hombre son limpios en su opinión: mas Jehová pesa los espíritus.
3Wentel uw zorgen op Jahweh af, Dan komen uw plannen ten uitvoer.
3Encomienda á Jehová tus obras, y tus pensamientos serán afirmados.
4Jahweh heeft alles gemaakt met een doel, Zo ook den zondaar voor de dag van het onheil.
4Todas las cosas ha hecho Jehová por sí mismo, y aun al impío para el día malo.
5Jahweh verafschuwt alle hooghartige mensen; De hand erop: ze ontkomen niet aan hun straf.
5Abominación es á Jehová todo altivo de corazón: aunque esté mano sobre mano, no será reputado inocente.
6Door oprechte liefde wordt de zonde uitgeboet, Uit vrees voor Jahweh leert men het kwaad mijden.
6Con misericordia y verdad se corrige el pecado: y con el temor de Jehová se apartan del mal los hombres.
7Als Jahweh behagen heeft in iemands wegen, Maakt Hij zelfs diens vijanden met hem bevriend.
7Cuando los caminos del hombre son agradables á Jehová, aun á sus enemigos pacificará con él.
8Beter weinig met eerlijke middelen, Dan rijke inkomsten door onrecht.
8Mejor es lo poco con justicia, que la muchedumbre de frutos sin derecho.
9Al kan de mens bij zichzelf overleggen, Het is Jahweh, die zijn schreden richt.
9El corazón del hombre piensa su camino: mas Jehová endereza sus pasos.
10Van ‘s konings lippen komt een orakel, Bij een rechtszaak faalt zijn uitspraak niet.
10Adivinación está en los labios del rey: en juicio no prevaricará su boca.
11Een juiste balans en weegschaal zijn van Jahweh, En iedere gewichtssteen is zijn werk.
11Peso y balanzas justas son de Jehová: obra suya son todas las pesas de la bolsa.
12Koningen moeten een afschuw van misdaden hebben; Alleen door rechtvaardigheid staat een troon sterk.
12Abominación es á los reyes hacer impiedad: porque con justicia será afirmado el trono.
13Een koning heeft welbehagen in eerlijke taal, En houdt van iemand, die waarheid spreekt.
13Los labios justos son el contentamiento de los reyes; y aman al que habla lo recto.
14De toorn eens konings is de bode van de dood; Een wijs man weet hem te ontwapenen.
14La ira del rey es mensajero de muerte: mas el hombre sabio la evitará.
15Een vriendelijk gezicht van den koning betekent leven, Zijn welgevallen is als een wolk vol lenteregen.
15En la alegría del rostro del rey está la vida; y su benevolencia es como nube de lluvia tardía.
16Wijsheid verwerven is beter dan goud, Ervaring krijgen verkieslijker dan zilver.
16Mejor es adquirir sabiduría que oro preciado; y adquirir inteligencia vale más que la plata.
17Het pad der deugdzamen weet het kwaad te vermijden; Wie op zijn weg let, beschermt zichzelf.
17El camino de los rectos es apartarse del mal: su alma guarda el que guarda su camino.
18Hoogmoed komt vóór de val, Hooghartigheid, voordat men struikelt.
18Antes del quebrantamiento es la soberbia; y antes de la caída la altivez de espíritu.
19Beter deemoedig te zijn met armen, Dan met hovaardigen buit te delen.
19Mejor es humillar el espíritu con los humildes, que partir despojos con los soberbios.
20Wie op zijn woorden let, heeft het goed; Gelukkig hij, die op Jahweh vertrouwt!
20El entendido en la palabra, hallará el bien: y el que confía en Jehová, él es bienaventurado.
21Een wijze geest wordt verstandig genoemd, Maar met goede woorden bereikt men nog meer.
21El sabio de corazón es llamado entendido: y la dulzura de labios aumentará la doctrina.
22Inzicht is een levensbron voor wie het bezit, Dwazen worden met dwaasheid bestraft.
22Manantial de vida es el entendimiento al que lo posee: mas la erudición de los necios es necedad.
23Een wijze geest spreekt verstandige taal, Hij maakt, dat zijn woorden overtuigen.
23El corazón del sabio hace prudente su boca; y con sus labios aumenta la doctrina.
24Vriendelijke woorden zijn een honingraat, Zoet voor de ziel en verkwikkend voor het gebeente.
24Panal de miel son los dichos suaves: suavidad al alma y medicina á los huesos.
25Soms houdt men een weg voor de rechte, Die tenslotte uitloopt op de dood.
25Hay camino que parece derecho al hombre, mas su salida son caminos de muerte.
26De honger zet den arbeider aan tot werken; Zijn mond dwingt hem ertoe.
26El alma del que trabaja, trabaja para sí; porque su boca le constriñe.
27Een man, die niet deugt, is een oven van boosheid; Op zijn lippen brandt als het ware een vuur.
27El hombre perverso cava el mal; y en sus labios hay como llama de fuego.
28Een wispelturig mens stuurt op ruzie aan, Een lastertong brengt onenigheid tussen vrienden.
28El hombre perverso levanta contienda; y el chismoso aparta los mejores amigos.
29Een booswicht tracht zijn naaste te verleiden, En hem te brengen op een weg, die niet deugt.
29El hombre malo lisonjea á su prójimo, y le hace andar por el camino no bueno:
30Wie zijn ogen toeknijpt, is iets vals van plan; Wie zijn lippen opeenperst, heeft het kwaad al gedaan.
30Cierra sus ojos para pensar perversidades; mueve sus labios, efectúa el mal.
31Het grijze haar is een heerlijke kroon, Die op het pad der deugd wordt verkregen.
31Corona de honra es la vejez, que se hallará en el camino de justicia.
32Een lankmoedig man is meer waard dan een krachtmens; Wie zichzelf beheerst, staat hoger, dan wie een stad bedwingt.
32Mejor es el que tarde se aira que el fuerte; y el que se enseñorea de su espíritu, que el que toma una ciudad.
33Wel wordt het lot in de schoot geworpen Maar wat het uitwijst, komt van Jahweh.
33La suerte se echa en el seno: mas de Jehová es el juicio de ella.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.