Hosea
Chapter 2
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Uw broeder zal men noemen: “Mijn volk”; Uw zuster: “Ontferming”!
1Говоріть братам вашим: Мій народе, а сестрам вашим: Помилувана.
2Klaagt uw moeder aan, Klaagt haar aan, Omdat zij mijn vrouw niet meer is, Ik haar man niet meer ben. Laat ze haar ontucht weg doen van haar gelaat, En haar overspel tussen haar borsten.
2Позивайтесь із матїррю вашою, позивайтесь; бо вона не жена менї, я їй не муж; нехай вона віддалить блуд від лиця свого, й перелюбство від грудей своїх,
3Anders kleed Ik haar uit, helemaal naakt, En laat haar, zoals ze geboren werd; Ik maak van haar een woestijn, een uitgedroogd land, En laat ze sterven van dorst.
3Щоб її не роздяг я до нага, й не зробив такою, як була в день уродин своїх; щоб не вчинив її пустинею, не обернув у землю суху та не заморив спрагою.
4Ook over haar kinderen ontferm Ik Mij niet; Want het zijn kinderen uit ontucht.
4І дїтей її я не помилую, бо вони дїти блудницькі.
5Want hun moeder heeft ontucht bedreven, Die hen baarde, heeft zich met schande bedekt; Ze sprak: Ik loop mijn minnaars achterna, Die mij brood en water verschaffen, Mijn wol en mijn vlas, Mijn olie en dranken.
5Бо мати їх блудувала, соромом окривала себе та, що їх почала; бо казала: Пійду за полюбовниками моїми; вони ж дають менї хлїб і воду й вовну й лен, оливу й напій.
6Daarom zal Ik haar paden met doornen omheinen, Met muren versperren, zodat ze haar weg niet meer vindt.
6Тим же то їй терниною стежку закидаю, — плотом загороджу, й не знайде вона стежок своїх.
7Loopt ze haar minnaars nog na, dan bereikt zij ze niet, Zoekt zij ze nog, dan vindt zij ze niet. Dan zal ze zeggen: Ik keer terug naar mijn vroegeren man Want toen had ik het beter dan nu.
7Пожене слїдом за полюбовниками своїми, та їх не здогонить і буде їх шукати, але їх не знайде; а тодї скаже: Пійду, вернуся до мого першого мужа; тодї бо лучше було менї, нїж тепер.
8Zij heeft niet willen erkennen, dat Ik het was, Die haar koren, wijn en olie verschafte, Dat Ik haar zilver in overvloed schonk, En goud, waar zij Báals van maakte;
8Так, вона не знала, що се я, — я давав їй і хлїб і вино й олїю; що вистачав їй срібло й золото, з чого вони робили собі Баала.
9Daarom zal Ik haar bij de oogst mijn koren ontnemen, De wijn als de tijd ervoor aanbreekt.
9За те ж я возьму назад хлїб мій в його часї, і вино в його порі; відберу вовну й лен мій, чим вона свою наготу прикриває.
10Ik zal haar mijn wol en mijn vlas onthouden, Die haar naaktheid moeten bedekken; Voor haar minnaars haar schaamte ontbloten, Niemand zal ze uit mijn hand kunnen redden.
10А так відкрию сором її перед очима полюбовників її, і нїхто не вирве її із руки в мене.
11Dan maak Ik een einde aan al haar vreugd, Haar hoogtij, nieuwemaan, haar sabbat en feesten!
11Її втїхам кінець положу, й сьвятам її й новим місяцям її й суботам її та й усїм сьвяточним часам її.
12Ik zal haar wijnstok vernielen, En haar vijg, waarvan ze gezegd heeft: Dit zijn de geschenken, Die mijn minnaars mij gaven; Ik zal er woeste struiken van maken, En de wilde dieren vreten ze kaal.
12І попустошу в неї сади виноградні й фиґовину, що про них вона мовляла: се в мене подарунки, що полюбовники мої менї дарували; все те оберну я в лїс; польові зьвіри живитись муть ними.
13Ik zal haar de dagen der Báals doen boeten, Waarop zij offers aan hen heeft gebracht, En zich tooide met ringen en snoeren; Waarop zij haar minnaars achterna is gelopen, Maar Mij heeft vergeten: Is de godsspraak van Jahweh!
13Я скараю її за ввесь час, що вона Баалам служила, їм кадило палила, а нарядившись в намисти та ланцюжки, за полюбовниками своїми ходила, про мене ж забула, говорить Господь.
14Zie, daarom zal ook Ik haar lokken, Haar brengen in de woestijn, en spreken tot haar hart.
14Та ось, і я заманю її в пустиню до себе, й буду їй до серця промовляти.
15Dan geef Ik ze haar wijngaarden terug, Het Akordal als poort der hoop.
15І верну їй звідти виноградники її, й долина Ахор (сумна) буде їй дверима до надїї, і сьпівати ме знов, як у своїх молодощах, як тодї, коли виходила з землї Египецької.
16Dan zal ze weer jubelen als op de dag van haar jeugd, Toen ze optrok uit het land van Egypte. Op die dag zal het zijn, Is de godsspraak van Jahweh, Dat ze Mij zal noemen: “mijn man”, En niet meer “mijn báal”!
16І буде так із того часу, говорить Господь, що мене ти звати меш „чоловіче мій,‟ а не звати меш „Баале‟ (пане мій).
17Want Ik zal de namen der Báals uit haar mond doen verdwijnen, Zodat ze nooit meer worden genoemd.
17І викину з уст її імена Баалів, та й не буде вже більше згадувати назви їх.
18Op die dag sluit Ik voor haar een verbond Met de beesten op het veld, Met de vogels in de lucht, En met de kruipende dieren op aarde. Boog, zwaard en krijgsmacht zal Ik uit het land verwijderen, En zorgen, dat men er veilig kan rusten.
18І вчиню тодї вмову задля них із зьвірми польовими, з птаством під небом і всїм тим, що човгає по землї; й закину луки та мечі й війну з землї, й дам їм жити безпечно.
19Ik zal Mij verloven met u, Verloven voor eeuwig: Naar recht en naar wet, In goedheid en liefde;
19Я одружу тебе зо мною на віки, одружу тебе в справедливостї й судї, в ласкавостї й милосердю,
20Mij verloven met u in onwrikbare trouw, En gij zult Jahweh leren kennen!
20Одружу тебе зо мною в вірностї, й спізнаєш, що я — Господь.
21Op die dag zal Ik mijn gunsten verlenen, Is de godsspraak van Jahweh! Ik zal goedgunstig zijn voor de hemel En die zal het zijn voor de aarde;
21І буде того часу: я вислухаю, говорить Господь, вислухаю небо, а воно вислухає землю,
22De aarde weer voor het koren, de wijn en de olie, En zij weer goedgunstig voor Jizreël!
22Земля ж вислухає збіжє, вино й оливу; а сї вислухають Езрееля.
23Ik zal haar weer zaaien in het land: Mij weer ontfermen Over “Zonder ontferming”; Spreken tot “Niet langer mijn volk”: Ge zijt weer mijn volk; En hij zal zeggen: Mijn God!
23І я посїю його на землї про себе, й помилую Непомилувану, й скажу Немій-людові: Ти — мій люд, а він скаже: Ти — мій Бог!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.