Hosea
Chapter 13
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Zolang Efraïm sprak naar mijn wet, was hij in Israël een vorst; Maar toen hij zich aan Báal bezondigde, zonk hij omlaag.
1Як говорить, було, Ефраїм, то всї тремтїли. Він був поважний ув Ізраїлї; та він провинив через Баала — та й погиб.
2En nu hebben ze nog zwaarder gezondigd, Zich een beeld van hun zilver gemaakt. En dat maaksel van den werkman, Heel en al timmermanswerk; Dat noemen ze goden, en brengen het offers, En mensen gaan kalveren kussen!
2А тепер чинять вони ще нові провини: поробили собі з свого срібла виливані боввани по свому розуму — все ремісницька робота, — та й навчають людей, що приносять жертву: Цїлуйте биків!
3Daarom zullen ze zijn als een morgenwolk, Vergankelijk als de ochtenddauw; Als kaf, dat van de dorsvloer dwarrelt, Als rook uit de schoorsteen.
3За те ж вони позникають, наче мрака вранцї, наче роса, скоро улїтаюча, як полова, що її вітер з току розвіває, та як дим із комена.
4Want Ik ben Jahweh, uw God, Van Egypteland af; Geen God buiten Mij zult ge kennen, Niemand dan Ik kan u redden!
4Нї! я — Господь, Бог твій з часів землї Египецької, і нїяк тобі знати иншого Бога окрім мене, й нема Спасителя окрім мене.
5Ik weidde u in de woestijn, In het dorre land lag hun veld;
5Я ж признав тебе за свого в пустинї, у тій землї спраги.
6Maar toen ze waren verzadigd, werd hun hart overmoedig, Zo vergaten ze Mij!
6Маючи поживу, вони їли до ситу; а коли засичувались, підіймалось у гору їх серце, й забували про мене.
7Daarom word Ik voor hen als een leeuw, Lig als een panter langs de weg op de loer;
7За те ж станусь я їм левом — левчуком, що чатує при дорозї.
8Ik overval ze als een beer, van zijn jongen beroofd, En rijt hen de borstkas vaneen. Dan zal Ik ze als een jonge leeuw verslinden, Als wilde beesten verscheuren;
8Нападати буду їх, як ведмедиця, що забрано їй дїти, — як левиця, роздирати й виїдати місце, де серце їх бється; дикі зьвірі будуть їх розторгувати.
9Israël, Ik zal u vernielen: Wie zal u tegen Mij helpen?
9Ти самий, Ізраїлю, погубив себе, бо тілько в менї — опора твоя.
10Waar blijft dan uw koning, Die u in alle steden kan helpen; Waar zijn uw rechters, van wie ge gezegd hebt: Geef mij een koning en vorsten!
10А де ж царь твій? Нехай би тепер рятував тебе по всїх містах твоїх! Де ж суддї твої, що про них ти мовляв: Дай нам царя і старшину?
11In mijn toorn heb Ik u een koning gegeven, In mijn woede neem Ik hem terug:
11Я ж дав тобі царя у гнїву мому, та й — одняв у досадї моїй.
12Wèl opgestapeld is Efraïms schuld, Goed opgeborgen zijn zonde!
12О, Ефраїмове беззаконство звязане в узол, сховано його гріх, не забудесь!
13Wel gaan hem de barensweeën vooraf, Maar hij is een onverstandig wicht, Dat te bestemder tijd niet verschijnt, Om geboren te worden.
13Прийдуть на нього муки породїлї; він — нерозумний син, инакше не ждав би, аж прийдеться родити дїтей.
14Zou Ik hem bevrijden uit de klauw van het graf, Van de dood hem verlossen? Dood, waar blijft toch uw pest, Graf, waar blijft uw verrotting? Neen, de ontferming is aan mijn ogen onttrokken:
14Та я вибавлю їх із потали пекла, відкуплю їх від смертї. Де жало твоє, смерте? а ти, пекло, де твоя побіда? жалю зза сього у мене не буде.
15Al tiert hij tussen het oevergras; De oostenwind komt, De storm van Jahweh steekt op uit de steppe! Die zal zijn wel verstoppen, Zijn bron doen verdrogen, Plunderen de schat Van heel zijn kostbaar bezit.
15Хоч Ефраїм між братами й плодющий, та з востоку підійметься буря, підійметься буря Господня з пустинї, — і висхне джерело його, й зсякне виплив його; вона опустошить скарбівню всього посуду дорогого.
16Samaria zal worden verwoest, Omdat het zijn God heeft getart; Door het zwaard zullen ze vallen, hun kinderen verpletterd, Hun zwangere vrouwen worden opengescheurd.
no verse 16 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.