Hosea
Chapter 13
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Zolang Efraïm sprak naar mijn wet, was hij in Israël een vorst; Maar toen hij zich aan Báal bezondigde, zonk hij omlaag.
1從前 以法蓮 說話,人都戰兢, 他在 以色列 中居處高位; 但他在 事奉 巴力 的事上犯罪就死了。
2En nu hebben ze nog zwaarder gezondigd, Zich een beeld van hun zilver gemaakt. En dat maaksel van den werkman, Heel en al timmermanswerk; Dat noemen ze goden, en brengen het offers, En mensen gaan kalveren kussen!
2現今他們罪上加罪, 用銀子為自己鑄造偶像, 就是照自己的聰明製造, 都是匠人的工作。 有人論說, 獻祭的人可以向牛犢親嘴。
3Daarom zullen ze zijn als een morgenwolk, Vergankelijk als de ochtenddauw; Als kaf, dat van de dorsvloer dwarrelt, Als rook uit de schoorsteen.
3因此,他們必如早晨的雲霧, 又如速散的甘露, 像場上的糠詷被狂風吹去, 又像煙氣騰於窗外。
4Want Ik ben Jahweh, uw God, Van Egypteland af; Geen God buiten Mij zult ge kennen, Niemand dan Ik kan u redden!
4自從你出 埃及 地以來, 我就是耶和華-你的上帝。 在我以外,你不可認識別神; 除我以外並沒有救主。
5Ik weidde u in de woestijn, In het dorre land lag hun veld;
5我曾在曠野乾旱之地認識你。
6Maar toen ze waren verzadigd, werd hun hart overmoedig, Zo vergaten ze Mij!
6這些民照 我所賜 的食物得了飽足; 既得飽足,心就高傲, 忘記了我。
7Daarom word Ik voor hen als een leeuw, Lig als een panter langs de weg op de loer;
7因此,我向他們如獅子, 又如豹伏在道旁。
8Ik overval ze als een beer, van zijn jongen beroofd, En rijt hen de borstkas vaneen. Dan zal Ik ze als een jonge leeuw verslinden, Als wilde beesten verscheuren;
8我遇見他們必像丟崽子的母熊, 撕裂他們的胸膛。 在那裏,我必像母獅吞吃他們; 野獸必撕裂他們。
9Israël, Ik zal u vernielen: Wie zal u tegen Mij helpen?
9以色列 啊,你與我反對, 就是反對幫助你的,自取敗壞。
10Waar blijft dan uw koning, Die u in alle steden kan helpen; Waar zijn uw rechters, van wie ge gezegd hebt: Geef mij een koning en vorsten!
10你曾求我說: 給我立王和首領。 現在你的王在哪裏呢? 治理你的在哪裏呢? 讓他在你所有的城中拯救你吧!
11In mijn toorn heb Ik u een koning gegeven, In mijn woede neem Ik hem terug:
11我在怒氣中將王賜你, 又在烈怒中將王廢去。
12Wèl opgestapeld is Efraïms schuld, Goed opgeborgen zijn zonde!
12以法蓮 的罪孽包裹; 他的罪惡收藏。
13Wel gaan hem de barensweeën vooraf, Maar hij is een onverstandig wicht, Dat te bestemder tijd niet verschijnt, Om geboren te worden.
13產婦的疼痛必臨到他身上; 他是無智慧之子, 到了產期不當遲延。
14Zou Ik hem bevrijden uit de klauw van het graf, Van de dood hem verlossen? Dood, waar blijft toch uw pest, Graf, waar blijft uw verrotting? Neen, de ontferming is aan mijn ogen onttrokken:
14我必救贖他們脫離陰間, 救贖他們脫離死亡。 死亡啊,你的災害在哪裏呢? 陰間哪,你的毀滅在哪裏呢? 在我眼前絕無後悔之事。
15Al tiert hij tussen het oevergras; De oostenwind komt, De storm van Jahweh steekt op uit de steppe! Die zal zijn wel verstoppen, Zijn bron doen verdrogen, Plunderen de schat Van heel zijn kostbaar bezit.
15他在弟兄中雖然茂盛, 必有東風颳來, 就是耶和華的風從曠野上來。 他的泉源必乾; 他的源頭必竭; 仇敵必擄掠他所積蓄的一切寶器。
16Samaria zal worden verwoest, Omdat het zijn God heeft getart; Door het zwaard zullen ze vallen, hun kinderen verpletterd, Hun zwangere vrouwen worden opengescheurd.
16撒馬利亞 必擔當自己的罪, 因為悖逆她的上帝。 她必倒在刀下; 嬰孩必被摔死; 孕婦必被剖開。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.