Efesiers
Chapter 4

Efesiers

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Ik, de gevangene voor de zaak des Heren, vermaan u dus, dat gij u gedraagt overeenkomstig uw roeping;
1Благаю ж оце вас я, вязник у Господї, ходити достойно поклику, яким вас покликано,
2dat gij elkander in liefde verdraagt met alle ootmoedigheid, zachtheid en geduld;
2з усякою смирнотою й тихостю, з довготерпеливістю, терплячи один одного в любови,
3dat gij uw best doet, de eenheid des geestes te bewaren door de band van de vrede.
3стараючись держати єдиненнє духа в мирному союзї.
4Eén lichaam en één geest, zoals gij ook geroepen zijt tot één hoop, die aan uw roeping ontspruit;
4Одно тїло й один дух, яко ж і покликані в одній надїї вашого покликання;
5één Heer, één geloof, één doopsel;
5один Господь, одна віра, одно хрещеннє,
6één God en Vader van allen, die boven alles, door alles, en in alles is.
6один Бог і Отець усїх, що над усїма й через усїх і в усїх вас.
7Aan ieder van ons is de genade geschonken naar de maat, die Christus heeft toegemeten.
7Кожному ж з нас дана благодать по мірі даровання Христового.
8Daarom wordt er gezegd: “Opgestegen ten hoge, Heeft Hij gevangenen buitgemaakt, Gaven uitgedeeld aan de mensen.”
8Тим же глаголе: Зійшовши на висоту, полонив єси полонь, і дав дари людям.
9Welnu, dit “Hij is opgestegen,” wat betekent het anders, dan dat Hij ook is neergedaald naar de onderste delen der aarde.
9(А те [слово] зійшов, що ж воно [значить], коли не те, що перш зійшов у найнищі сторони землї?
10Hij, die is neergedaald, is Dezelfde als Hij, die hoog boven alle hemelen is opgestegen, om alles tot volheid te brengen.
10Хто зійшов додолу, се Той, що й зійшов вище всїх небес, щоб сповнити все.)
11Hijzelf is het geweest, die sommigen tot apostelen heeft aangesteld, anderen tot profeten, evangelisten, herders en leraars;
11І Він настановив инших апостолами, а инших пророками, а инших благовістниками, а инших пастирями та учителями,
12maar met het doel, om de heiligen tot volmaakte plichtsvervulling te brengen, om op te bouwen het Lichaam van Christus;
12на звершеннє сьвятих, на дїло служення, на збудуваннє тїла Христового,
13tot de tijd, dat wij allen tot de eenheid des geloofs en der kennis van Gods Zoon zijn gekomen, een volwassen man zijn geworden, en de mannenmaat van den volmaakten Christus hebben bereikt.
13доки дійдемо всї до зʼєдинення віри і познання Сина Божого, до чоловіка звершеного, до міри зросту сповнення Христового,
14Dan zullen we geen onmondige kinderen meer zijn, die heen en weer worden geslingerd en voortgestuwd door elke windvlaag van lering, door het bedrog van de mensen, door sluwe verleiding tot dwaling.
14щоб більш не бути малолїтками, хвилюючись і кидаючись від усякого вітру науки, в оманї людській, у лукавстві до підступного заблуду,
15Maar we zullen de waarheid bewaren in liefde, en zó in ieder opzicht opgroeien voor Hem, voor Christus, die het Hoofd is.
15а ходячи поправдї в любови помножаймо все в Того, котрий єсть голова, Христос,
16Door Hem wordt het ganse lichaam samengevoegd en samengehouden, omdat elk gewricht zijn taak vervult met de kracht, die ieder lid in ‘t bijzonder is toegemeten; en zó voltrekt zich de groei van het lichaam tot eigen opbouw in liefde.
16котрого все тїло зложене і звязано всякою увяззю спромоги по дїйству, (яке є) в мірі кожної части, робить зрост тїла на збудуваннє самого себе в любові.
17Daarom zeg ik en bezweer ik u in den Heer, dat gij niet langer een leven moogt leiden, zoals de heidenen in hun ijdele gezindheid dit doen.
17Се ж оце глаголю і сьвідкую в Господї, щоб вам більш не ходити, яко ж і инші погане ходять у суєтї ума свого,
18Want hun verstand is verduisterd en ze zijn vervreemd van het leven van God, omdat er onwetendheid onder hen heerst en hun hart is verstokt.
18оморочені мислями, відчужені від життя Божого через невіжество, що єсть в них, через окаменїннє сердець їх.
19Ze hebben zich afgestompt en zich aan losbandigheid overgegeven, zodat ze uit hebzucht allerlei ontucht bedrijven.
19Вони, зробившись безчувственними, оддали себе розпусту, щоб робити всяку нечистоту в зажерливости.
20Maar zó hebt gij Christus niet leren kennen.
20Ви ж не так познали Христа:
21Gij hebt toch van Hem gehoord, en zijt in Hem onderwezen, wat de waarheid in Jesus is:
21коли ж бо чули Його і в Йому навчились, що істина в Ісусї,
22met betrekking tot uw vroeger gedrag moet gij den ouden mens afleggen, die door bedriegelijke begeerten te gronde gaat;
22щоб відложити вам по першому життю давнього чоловіка, що тлїє в похотях лукавих,
23gij moet u vernieuwen naar de inwendige geest;
23а обновлятись духом ума вашого,
24gij moet den nieuwen mens aantrekken, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid.
24та й одягнутись у нового чоловіка, створеного по Богу в праведности і сьвятости правди.
25Legt daarom de leugen af en spreekt de waarheid tot den naaste, ieder voor zich; want ledematen zijn we van elkander.
25Тим же, відкинувши лож, говоріть правду кожен до ближнього свого; бо ми один одному члени.
26Wordt gij toornig, zondigt dan niet; de zon ga niet onder over uw toorn;
26Гнївайтесь та й не грішіть: нехай сонце не зайде у гнїві вашому.
27geeft geen vrij spel aan den duivel.
27Анї давайте місця дияволу.
28De dief mag voortaan niet meer stelen, maar moet arbeiden, om met eigen handen de kost te verdienen, en iets over te houden, om het weg te schenken aan wie er behoefte aan heeft.
28Хто крав, більш не крадь, а лучче працюй, роблячи руками своїми добре, щоб мав що подати тому, хто в нуждї.
29Uit uw mond kome geen vuile taal, maar goede woorden alleen, die zo nodig stichten kunnen, zodat ze voordeel brengen aan hen die ze horen.
29Всяке гниле слово нехай не виходить з уст ваших, а тільки таке, що годить ся на збудуваннє віри, щоб подало благодать тим, хто чує.
30Bedroeft ook niet Gods heiligen Geest, waarmee gij verzegeld zijt voor de Dag der Verlossing.
30І не засмучуйте Духа сьвятого Божого, котрим ви запечатані в день викупу.
31Verre van u alle bitterheid, gramschap, toorn, geschreeuw, laster en alle andere boosheid.
31Усяка гіркість, і гнїв, і ярость, і крик, і лайка нехай зникне од вас із усїм лихим.
32Maar weest minzaam en hartelijk jegens elkander; vergeeft elkander, gelijk ook God u door Christus vergiffenis heeft geschonken.
32Бувайте ж один до одного добрі, милосерні, прощаючи один одному, яко ж і Бог у Христї простив вам.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.