1 Koningen
Chapter 3
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1verbond hij zich door een huwelijk met Farao, den koning van Egypte. Hij huwde Farao’s dochter en bracht haar naar de Davidstad, totdat hij de bouw van zijn paleis, van de tempel van Jahweh en de muren om Jerusalem zou hebben voltooid.
1Як же окріпло царство в руцї в Соломона, посвоячився Соломон із Фараоном, Египецьким царем, і взяв за себе дочку Фараонову й привів її в Давидів город, покіль не скінчить будови палати своєї й храму Господнього й муру навкруги Ерусалиму.
2Nog offerde het volk op de offerhoogten; want er was toen nog geen tempel voor de Naam van Jahweh gebouwd.
2Тодї приносив люд жертви ще на висотах, до того бо часу не був ще збудований дім імени Господньому.
3En ofschoon Salomon Jahweh liefhad en zich daarom aan de voorschriften van zijn vader David hield, offerde ook hij en brandde hij reukwerk op de hoogten.
3Соломон любив Господа і ходив в установах отця свого Давида, але й він приносив жертви й палив кадило на висотах.
4Zo ging de koning dan naar Gibon, om daar te offeren; want dat was de voornaamste offerhoogte. Nadat Salomon duizend brandoffers op het altaar te Gibon had opgedragen,
4І подався царь у Габаон, щоб там жертвувати, бо се була найповажнїща жертівна висота. Тисячу всепалень принїс Соломон на тому самому жертівнику.
5verscheen Jahweh hem s nachts in een droom, en God sprak: Doe een verzoek; wat zal Ik u geven?
5У Габаонї ж обявивсь Господь Соломонові вночі вві снї, й рече Бог: Проси, що дав би я тобі.
6Salomon antwoordde: Gij zijt mijn vader, uw dienaar David, zeer goedgunstig geweest, omdat hij trouw en rechtschapen en met een oprecht hart voor U heeft geleefd. En Gij hebt hem ook deze grote gunst bewezen, dat Gij hem een zoon hebt geschonken, die nu zetelt op zijn troon.
6І відказав Соломон: Ти виявив мойму отцеві Давидові велику милость, і за те, що він ходив перед лицем твоїм у щиростї, побожностї й в чистотї серця, ти додержав йому цю велику милость і дарував йому сина, що седїв би на його престолї, як і є воно тепер.
7Maar nu hebt Gij, Jahweh mijn God, uw dienaar in de plaats van mijn vader David tot koning gemaakt, ofschoon ik toch maar een jeugdige knaap ben, die nog niet weet, hoe hij handelen moet.
7Оце ж, Господи, Боже мій, вчинив єси раба твого намість отця мого Давида царем; але я ще молодик і не знаю нї виходу, нї ввіходу;
8Zo staat uw dienaar te midden van uw volk, dat Gij hebt uitverkoren: een talrijk volk, dat om zijn grootte niet is te tellen, niet is te schatten.
8І раб твій обертається серед народу твого, що вибрав ти собі, такого великого народу, що за множеством його неможна його нї злїчити, нї переглянути;
9Geef dus uw dienaar een opmerkzaam hart, om uw volk te kunnen oordelen, en onderscheid te maken tussen goed en kwaad; want wie is anders in staat, dit machtig volk van U te besturen?
9То ж дай слузї твойму розумне серце, щоб йому правити народом твоїм і вміти розбірати між добрим і лихим; бо хто зможе правити сим величезним народом?
10Dit verzoek van Salomon behaagde den Heer.
10І вподобав Господь, що Соломон просив сього.
11En God sprak tot hem: Omdat gij Mij dit verzoek hebt gedaan, en Mij niet een lang leven of rijkdom, noch de dood uwer vijanden gevraagd hebt, maar inzicht, om het recht te verstaan:
11І рече йому Бог: За те, що ти просив сього, а не випрошував довгого віку, або багацтва, або смертї ворогів твоїх, а прохав розуму, щоб уміти судити,
12daarom voldoe Ik aan uw verlangen, en geef Ik u een wijs en verstandig hart, zodat uws gelijke voor u niet geleefd heeft en na u niet meer zal opstaan.
12То я вволю твою волю: даю тобі мудре й розумне серце, так що рівнї тобі нї перше тебе не було, нї послї тебе не зявиться.
13Maar ook wat ge niet gevraagd hebt, zal Ik u geven: rijkdom en roem, zodat geen koning aan u gelijk zal zijn, zolang gij leeft.
13Ба й тим, чого не прохав єси, надїляю тебе: і багацтвом, і славою, так що рівнї тобі не буде між царями, покіль віку твого;
14En wanneer ge mijn wegen bewandelt, en mijn verordeningen en geboden onderhoudt, zoals uw vader David gedaan heeft, dan zal Ik u ook nog een lang leven schenken.
14І коли ходити меш путьми моїми, пильнуючи установ моїх і заповідей моїх, як отець твій Давид ходив, так дам тобі й вік довгий.
15Toen ontwaakte Salomon en bemerkte, dat het een droom was. Hij begaf zich naar Jerusalem, ging voor de verbondsark van den Heer staan, droeg brandoffers en vredeoffers op, en richtte een feestmaal aan voor heel zijn hof.
15І прокинувся Соломон, і зрозумів, що се сновидїннє. Вернувшися ж у Ерусалим, приступив перед скриню закону Господнього, й принїс жертви всепалення та жертви мирні, й зладив велику гостину про всї слуги свої.
16Eens kwamen er twee lichte vrouwen bij den koning, om voor hem te verschijnen.
16Тодї прийшли дві молодицї-блудницї до царя.
17De ene vrouw zei: Met uw verlof, mijn heer! Ik en deze vrouw wonen in één huis. Nu kreeg ik bij haar in huis een kind,
17І каже одна молодиця: Прошу, пане мій! я й оця молодиця живемо в одній хатї, й я породила при нїй в тій хатї;
18en drie dagen na mij kreeg ook deze vrouw een kind. Wij waren samen in huis, en er was niemand bij ons; alleen wij tweeën waren in huis.
18На третий же день, як я породила, злягла й ся молодиця. І були ми вдвох; нїкого чужого з нами в хатї не було;
19Nu stierf ‘s nachts de zoon van deze vrouw; want ze was op hem gaan liggen.
19І вмер синок сієї молодицї вночі, бо вона приспала його;
20Maar midden in de nacht stond ze op, en terwijl uw dienstmaagd sliep, nam ze mijn zoon bij mij weg en legde hem in haar arm, doch haar doden zoon legde ze mij in de arm.
20Вона ж устала серед ночі, узяла мою дитину зпід мого боку, тим часом, як служебка твоя спала, та положила її до свого лоня, свою ж мертву дитину положила до моєї грудї;
21Toen ik nu ‘s morgens opstond, om mijn zoon te voeden, vond ik hem dood; maar toen ik hem bij het licht goed bekeek, zag ik, dat het mijn zoon niet was, dien ik ter wereld had gebracht.
21Як же встала я вранцї годувати дитинку мою, коли ж воно мертве. Та як я придивилась до його вранцї пильно, бачу, що се не моя дитинка, що я вродила.
22Maar de andere vrouw verzekerde: Niet waar; de levende is mijn zoon, en de dode is van u. De eerste echter hield vol: Neen, de dode is van u, en de levende is mijn zoon. En zo bleven ze voor den koning kijven.
22Друга ж молодиця каже: Нї! моя дитина жива, а твоя дитина мертва. А та править: Нї! твоя дитина мертва, а моя живенька. І змагались так перед царем.
23Toen sprak de koning: De een zegt: Deze, die leeft, is mijn zoon, en de dode is van u; en de andere zegt: Neen, de dode is uw zoon, en de levende is van mij.
23І рече царь: Ся править: ось моя дитина живенька, а твоя мертва, а та править: нї! твоя дитина мертва, а моя живенька.
24En de koning ging voort: Haal mij een zwaard. En men bracht den koning een zwaard.
24І повелїв царь: Подайте менї меча! Як же принесено меча перед царя,
25Nu sprak hij: Hakt het levende kind in tweeën, en geeft ieder de helft.
25Повелїв царь: Розітнїть живе хлопятко надвоє, та й дайти сїй половину, а тій половину.
26Maar de vrouw, van wie het levende kind was en wier hart ineenkromp om haar zoon, riep tot den koning: Ach mijn heer; geef haar het levende kind dan maar, en dood het niet. Maar de andere sprak: Noch ik noch zij moet het dan maar hebben; hakt het maar door!
26І каже тодї молодиця, та, що дитина в її була жива, цареві — бо серце її заворушилось з жалю за синком своїм: Благаю тебе, добродїю мій, оддай їй живеньку дитинку, не вбивай! А друга промовила: Нехай не буде нї менї, нї тобі, розтинайте!
27Toen zei de koning: Geeft haar het levende kind, en doodt het niet; zij is de moeder.
27І розсудив царь: Оддайте тій першій живу дитину, не вбивайте! та її мати.
28Heel Israël hoorde het vonnis, dat de koning geveld had, en had ontzag voor den koning; want men begreep, dat hij goddelijke wijsheid bezat, om recht te spreken.
28Як же почув увесь Ізраїль про царський присуд, сповнились усї шаною й страхом перед царем; зрозуміли бо, що в йому був Божий розум, щоб судити.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.