1 Koningen 19
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen Achab nu aan Izébel vertelde, wat Elias gedaan had, en hoe hij al de profeten met het zwaard had gedood,
1Як же Ахаб оповів Езабелї все, що вчинив Ілия, та як він повбивав усї пророки мечем,
2zond Izébel een bode naar Elias met de boodschap: Zo mogen de goden mij doen en nog erger, als ik u morgen niet vermoord, zoals gij hen.
2Післала Езабель посли до Ілиї сказати: Нехай те й те заподїють менї боги, коли я завтра о сїй добі не зроблю з твоєю душею те, саме, що сталось із душею кожного з них.
3Toen werd hij bevreesd en ging haastig heen, om zijn leven te redden. Te Beër-Sjéba in Juda aangekomen, liet hij daar zijn knecht achter,
3Дізнавшись про се, рушив він і пійшов з відти, щоб рятувати життє своє, й прийшов у Берсабію, що в Юдеї, і лишив там слугу свого,
4en trok zelf een dagreis ver de woestijn in. Hier zette hij zich onder een bremstruik neer, en bad om de dood. Hij verzuchtte: Nu is het genoeg, Jahweh! Neem mij het leven; want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
4Сам же пійшов у пустиню, за день ходи звідти, прийшов та й сїв під яловецьким корчем, і просив смертї собі й промовив: Буде з мене! тепереньки прийми, Господи мою душу, бо я не лучший над батьки мої.
5En hij legde zich onder de bremstruik neer en sliep in. Maar opeens stiet een engel hem aan, en sprak tot hem: Sta op en eet.
5Та й лїг і заснув під яловецьким вересом. Аж ось торкнув його ангел й рече йому: Вставай, їж!
6Hij keek op, en daar stond aan zijn hoofdeinde een geroosterd brood en een kruik water! Hij at en dronk, en sliep weer in.
6Позирне Ілия, аж у головах у його печений корж і кінва з водою. І попоїв і напивсь він, та й лїг ізнов спати.
7Maar opnieuw stiet de engel van Jahweh hem aan, en sprak: Sta op en eet; want anders is de reis u te lang.
7Ангел же Господень прийшов удруге, торкнув його й рече: Вставай та попоїж, бо дорога тобі далека.
8Nu stond hij op, at en dronk; en door de kracht van die spijs liep hij veertig dagen en veertig nachten, tot hij de godsberg Horeb bereikte.
8І встав він, попоїв і напивсь, а покріпившись їдою сією, мандрував сорок день і сорок ночей аж до Божої гори Гореба.
9Daar ging hij een grot binnen, om er te overnachten. Nu werd het woord van Jahweh tot hem gericht: Wat komt gij hier doen, Elias?
9Там же ввійшов у печеру та й обночувався в нїй. Аж ось прийшло до його слово Господнє, й сказано йому: Чого ти тут, Ілиє?
10Hij antwoordde: Ik heb vurig geijverd voor Jahweh, den God der heirscharen. Want de Israëlieten hebben U verlaten, uw altaren verwoest, en uw profeten met het zwaard gedood; ik alleen ben overgebleven, en nu willen ze ook mij het leven benemen.
10Він відказав: Запалав я щиростю про Господа, Бога Саваот, сини бо Ізрайлеві понехали заповіт твій, жертівники твої поруйнували й пророки твої повбивали мечем; зіставсь я один, та вони настають і на мою душу.
11Maar Jahweh sprak: Kom naar buiten, en ga op de berg staan voor het aanschijn van Jahweh. En opeens ging Jahweh voorbij. Voor Hem uit ging een hevige storm, die bergen kraakte en rotsen verbrijzelde; maar in de storm was Jahweh niet. Op de storm volgde een aardbeving; ook in de aardbeving was Jahweh niet.
11І сказано йому: Виходь ізвідсї та й стань на горі перед Господом. І ось, Господь проходити ме: велика сильна буря роздираюча гори й розбиваюча скелї, перед Господом; та не в бурі Господь; після бурі трус землї, та не в землетрусї Господь;
12Op de aardbeving volgde de bliksem; ook in de bliksem was Jahweh niet. Maar na het bliksemen suisde er een zachte bries.
12По трусї земляному огонь, та не в огнї Господь; після огня тихе віяннє, (аж там Господь).
13Zodra Elias dit hoorde, bedekte hij zijn gelaat met zijn mantel. En er klonk een stem hem tegen, die sprak: Wat komt ge hier doen Elias? (b) En hij ging naar buiten, en bleef staan aan de ingang van de grot.
13Почувши се Ілия, затулив лице собі плащем, і вийшов і став у ввіходу в печеру. Тодї заговорив до його голос: Чого ти тут, Ілиє?
14Hij antwoordde: Ik heb vurig geijverd voor Jahweh, den God der heirscharen. Want de Israëlieten hebben U verlaten; zij hebben uw altaren verwoest en uw profeten met het zwaard gedood; ik alleen ben overgebleven, en nu willen ze ook mij het leven benemen.
14Відказав він: Запалав я був щиростю про Господа, Бога Саваот, сини бо Ізрайлеві понехали заповіт твій, поруйнували жертівники твої й постинали мечем пророки твої, тільки я зостався, та вони настають і на мою душу.
15Nu sprak Jahweh tot hem: Keer op uw schreden terug, en ga Chazaël zalven tot koning van Aram.
15Господь же рече до його: Йди, вернися твоєю дорогою через пустиню у Дамаск, а як прийдеш туди, помаж Азаїла в царя над Сириєю.
16Dan moet ge Jehoe, den zoon van Nimsji, tot koning van Israël zalven, en daarna Eliseüs, den zoon van Sjafat uit Abel-Mechola, tot profeet in uw plaats.
16Егуя ж Намессієнка помаж в царя над Ізраїлем, а Елисея Сафатенка, з Абел-Мехоли, помаж в пророка намість себе;
17Wie dan aan het zwaard van Chazaël ontkomt, zal door Jehoe worden gedood; en wie aan het zwaard van Jehoe ontkomt, dien zal Eliseus doden.
17І станеться: Хто втече від меча Азаїлового, того вбє Егуй, а хто втече від меча Егуєвого, того вбє Елисей.
18Maar zeven duizend man zal Ik in Israël sparen; allen die voor Báal hun knieën niet hebben gebogen, en hem met hun mond niet hebben gekust.
18Впрочім я зоставив між Ізрайлитянами сїм тисяч; усїх тих колїна не пригинались перед Баалом, і уста їх не цїлували його.
19Toen hij vandaar was vertrokken, trof hij Eliseus, den zoon van Sjafat, terwijl deze aan het ploegen was. Twaalf koppel ossen gingen voor hem uit; hij zelf bevond zich bij het twaalfde. En terwijl Elias hem voorbijging, wierp hij hem zijn mantel om.
19Пійшовши ж ізвідти, найшов Елисея Сафатенка, що саме орав плугом; дванайцять пар (волів) було перед ним, а сам він був при дванайцятій; а коли Ілия приступив до його, кинув на його свій плащ.
20Terstond verliet Eliseus de ossen, liep Elias achterna, en sprak: Laat mij eerst mijn vader en moeder vaarwel kussen, dan zal ik u volgen. Hij antwoordde: Ga, maar keer onmiddellijk terug; ge weet, wat ik u heb gedaan.
20Сей же, покинувши воли, пійшов слїдом за Ілиєю й сказав: Дай менї перш поцїлувати панотця мого й панїматку мою, тодї пійду за тобою. Він відказав йому: Йди й вертай назад, бо що належало до мене, те я вчинив тобі.
21Hierop liep hij terug, nam de koppel ossen, slachtte ze, kookte ze op het ploeghout, en gaf het vlees aan de knechten. Toen ze gegeten hadden, stond hij op, en volgde Elias, om hem te dienen.
21І вернувши до його, узяв пару волів та й заколов їх, а плугом волів зварив мясо їх та й роздав людям, щоб їли. Тодї рушив і пійшов за Ілією й служив йому.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.