イザヤ書
Chapter 34
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1国々よ、近づいて聞け。 諸国の民よ、耳を傾けよ。 地とそこに満ちるすべてのもの、 世界とそこから生じるすべてのものは聞け。
1Treedt nader volken, om te horen, Naties, geeft acht; Laat de aarde luisteren met wat ze bevat, De wereld met wat er op tiert.
2主はすべての国々に激しく怒り、 そのすべての軍勢に憤っておられる。 主は彼らを完全に滅ぼし、 ほふられるままにされた。
2Want Jahweh is op alle volken vergramd, Op heel hun heir verbolgen; Hij heeft ze ten dode gedoemd, En ter slachting gewijd.
3彼らの殺された者たちは投げ捨てられ、 その死体から悪臭が立ち上る。 山々は彼らの血で溶ける。
3Hun doden worden weggesmeten, Hun lijken liggen te rotten; De bergen vloeien weg in hun bloed,
4天のすべての軍勢は消え去り、 天は巻物のように巻かれる。 そのすべての軍勢は、 ぶどうの木やいちじくの木から葉がしおれ落ちるように、しおれ落ちる。
4Alle heuvels smelten er van. De hemel wordt opgerold als een boekrol, Heel zijn heir stort omlaag, Zoals het blad van de wijnstok valt, Het verdorde loof van de vijg.
5わたしの剣は天で十分に血を飲んだ。 見よ、それは裁きのために、 エドムと、わたしが呪った民の上に下る。
5Want Jahweh’s zwaard Is in de hemel gewet; Zie, het suist op Edom neer, Op het volk ten oordeel gewijd.
6主の剣は血で満ち、 脂肪に覆われている。 子羊と雄やぎの血、 雄羊の腎臓の脂肪で覆われている。 主がボツラでいけにえをささげ、 エドムの地で大いなる虐殺を行われるからだ。
6Jahweh’s zwaard zit vol bloed, En het druipt van vet: Bloed van lammeren en bokken, Vet uit de nieren der rammen. Want Jahweh houdt een offer in Bosra, Een geweldige slachting in het land van Edom:
7野牛も彼らとともに倒れ、 若い雄牛も力強い雄牛とともに倒れる。 その地は血に酔い、 そのちりは脂肪でぬれる。
7Buffels storten met varren neer, En ossen met stieren. Hun land is dronken van bloed, Hun bodem druipt van vet:
8主には復讐の日、 シオンの訴えに報いる年があるからだ。
8Want het is voor Jahweh een dag van wraak, Een jaar van straf voor den hater van Sion.
9エドムの川々は瀝青に変わり、 そのちりは硫黄に変わり、 その地は燃える瀝青となる。
9Zijn beken worden veranderd in teer, Zijn bodem in zwavel, zijn land in pek, Dat dag en nacht brandt,
10それは夜も昼も消されず、 その煙は永遠に立ち上る。 代々にわたって荒れ果て、 いつまでも、そこを通る者はいない。
10En nooit wordt geblust. Zijn rook stijgt eeuwig omhoog, Van geslacht tot geslacht; Het ligt verwoest voor altijd en immer, Niemand trekt er doorheen.
11ペリカンとやまあらしがそこを所有し、 ふくろうとからすがそこに住む。 主はその上に混沌の測り縄を伸ばし、 空虚の下げ振りを下ろされる。
11Kraai en reiger nemen het in hun bezit, Uil en raaf gaan er wonen: Het meetsnoer der woestheid is er overheen getrokken, En het paslood der leegheid.
12その高貴な者たちを王に立てようとしても、そこにはだれもいない。 その高官たちはみな、無に帰す。
12Seïr is zonder bewoners geworden, Zijn adel is er niet meer; Niemand, die men tot koning kan kiezen, Al zijn vorsten zijn heen.
13その宮殿にはいばらが生え、 その要塞にはいらくさとあざみが生える。 そこはジャッカルの住みか、 だちょうの庭となる。
13Doornen woekeren in zijn paleizen, In zijn burchten netels en distels; Het is een hol voor de jakhals, En een park voor de struisen.
14荒野の獣は狼と出会い、 野やぎは仲間を呼ぶ。 そこには夜の生き物も住み着き、 自分の休む場所を見つける。
14Wilde katten ontmoeten er honden, Baarlijke duivels treffen elkaar; De schimmen spoken er rond, En vinden hun rust.
15矢蛇はそこに巣を作って卵を産み、 それをかえし、自分の陰の下に集める。 とびもそれぞれ連れ合いとともに、そこに集まる。
15Daar nestelt de slang, en legt er haar eieren, Bedekt ze en broedt ze; Daar komen ook de gieren bijeen, En zoeken elkaar.
16主の書を調べて読め。 これらのうち、一つも欠けることはなく、 連れ合いを欠くものもない。 わたしの口が命じ、 主の霊がそれらを集められたからだ。
16Jahweh roept ze in volle getale, Er ontbreekt er geen een, er wordt niemand gemist; Want zijn mond heeft ze ontboden, En zijn geest brengt ze bijeen.
17主はそれらのためにくじを引き、 御手で測り縄を用いて、その地を分け与えられた。 それらは永遠にそこを所有し、 代々にわたってそこに住む。
17Hij heeft voor hen het lot geworpen, Zijn hand met het snoer hun deel gemeten; Ze zullen het eeuwig bezitten, Van geslacht tot geslacht erin wonen.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.