イザヤ書 13
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1アモツの子イザヤが見た、バビロンについての宣告。
1De godsspraak over Babel, die Isaias, de zoon van Amos, ontving:
2木のない山の上に旗を掲げよ。 彼らに向かって声を上げよ。 手を振って、 彼らを高貴な者たちの門に入らせよ。
2Plant een banier op een open berg; Schreeuwt het hun toe, En wenkt met de hand, Dat ze de poorten der tyrannen binnenrukken!
3わたしは聖別した者たちに命じた。 わたしの怒りを遂げるために、勇士たちを呼び集めた。 わたしの威光を誇り喜ぶ者たちを。
3Ikzelf in mijn woede Heb mijn heilige troepen ontboden, Opgeroepen mijn helden, Mijn triomferende strijders!
4山々に大群衆の声がする。 大いなる民のような声が。 集められた諸国の王国の、 騒がしい声がする。 万軍の主が、 戦いのために軍勢を召集している。
4Een donderend geraas op de bergen, Als van een geweldige legertros; Het rommelen van vorstendommen, Van volken, die zich verzamen! Jahweh der heirscharen monstert zijn troepen,
5彼らは遠い国から、 天の果てから来る。 主と、その憤りの武器が、 全土を滅ぼすために来る。
5Van verre gekomen, van de grenzen des hemels: Jahweh met de werktuigen van zijn toorn, Om de hele aarde te teisteren!
6泣き叫べ。 主の日が近いからだ。 それは全能者から来る滅びのように襲う。
6Huilt! Want de dag van Jahweh is nabij; Hij komt als een stortvloed van den Almachtige!
7それゆえ、すべての手は力を失い、 すべての人の心は溶ける。
7Alle handen verslappen er van, Elk mensenhart smelt er van weg;
8彼らはおびえる。 苦痛と苦しみが彼らを捕らえる。 彼らは産みの苦しみにある女のように痛む。 彼らは驚いて互いを見つめ、 その顔は炎のようになる。
8Ze schokken van krampen, en weeën grijpen hen aan, Ze wringen zich als een barende vrouw; Verbijsterd zien ze elkander aan, Hun gezichten gloeien als vlammen.
9見よ、主の日が来る。 残酷で、憤りと激しい怒りを伴い、 地を荒れ果てさせ、 そこから罪人たちを滅ぼすために来る。
9Zie, de dag van Jahweh komt, Wreed, verbolgen en woedend: Om de aarde in een woestijn te veranderen, Haar zondaars te moorden.
10天の星々とその星座は、 その光を放たない。 太陽は昇る時に暗くなり、 月もその光を輝かせない。
10De hemelsterren en haar wachters Laten haar licht niet meer stralen; De zon is bij haar opgang al donker, En de maan geeft geen glans.
11「わたしは、その悪のために世界を罰し、 その咎のために悪人を罰する。 高ぶる者の傲慢をやめさせ、 暴虐な者の高ぶりを低くする。
11Ik zal de wereld haar boosheid vergelden, En de zondaars hun schuld, Een eind aan het zwetsen der grootsprekers maken, En de trots der geweldenaars breken.
12わたしは人を純金よりもまれにし、 人間をオフィルの純金よりも少なくする。
12Het volk maak Ik schaarser nog dan het goud, De mannen zeldzamer dan de metalen van Ofir;
13それゆえ、わたしは天を震わせる。 万軍の主の憤りのゆえに、 その激しい怒りの日に、 地はその場所から揺り動かされる。
13De hemelen trillen er van, De aarde wordt uit haar voegen gerukt: Om de gramschap van Jahweh der heirscharen Op de dag van zijn gloeiende toorn!
14追われるかもしかのように、 集める者のいない羊の群れのように、 彼らはそれぞれ自分の民のもとに向かい、 それぞれ自分の国へ逃げる。
14Als een opgejaagd hert, Als een kudde, die niemand bijeenhoudt, Keert iedereen terug naar zijn eigen volk, En vlucht weg naar zijn land.
15見つかった者はみな刺し通され、 捕らえられた者はみな剣に倒れる。
15Wie men ontdekt, wordt doorboord, Wie wordt gegrepen, valt door het zwaard;
16彼らの幼子は目の前で打ち砕かれ、 家々は略奪され、 妻たちは犯される。
16Hun kinderen worden voor hun ogen verpletterd, Hun huizen geplunderd, hun vrouwen onteerd.
17見よ、わたしは彼らに対してメディア人を奮い立たせる。 彼らは銀を重んじず、 金を喜ばない。
17Zie, Ik hits de Meden tegen hen op, Die zilver niet tellen, en goud niet begeren!
18彼らの弓は若者たちを打ち砕く。 彼らは胎内の子をあわれまず、 子どもたちを見ても容赦しない。
18De knapen worden door de bogen getroffen, De meisjes verkracht; Geen erbarmen voor de vrucht van de schoot, Geen genade voor kinderen!
19王国の栄光、 カルデア人が誇る美しいバビロンは、 神がソドムとゴモラを覆した時のようになる。
19Dan wordt Babel, de parel der koninkrijken, Het pronkjuweel der Chaldeën, Door God tot de grond toe verwoest, Als Sodoma en Gomorra.
20そこには永遠に人が住まず、 代々にわたってだれも住み着かない。 アラビア人もそこに天幕を張らず、 羊飼いもそこで群れを休ませない。
20Het blijft voor immer verlaten, Ontvolkt van geslacht tot geslacht; De Arabieren slaan er hun tenten niet op, De herders legeren er niet.
21荒野の獣がそこに伏し、 その家々はジャッカルで満ちる。 だちょうがそこに住み、 野やぎがそこで跳ね回る。
21Maar jakhalzen hebben er hun holen, En uilen vullen hun huizen; De struisen komen er nestelen, Baarlijke duivels dansen er rond.
22ハイエナがその城塞で鳴き、 ジャッカルが豪華な宮殿で鳴く。 その時は近づき、 その日々が延ばされることはない。
22In hun burchten janken de honden, In hun lustpaleizen de wolven: Zijn tijd is gekomen, Zijn dag niet verschoven!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.