イザヤ書
Chapter 52
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1目覚めよ、目覚めよ。 シオンよ、あなたの力をまとえ。 聖なる都エルサレムよ、 美しい衣をまとえ。 無割礼の者と汚れた者は、 もはや二度とあなたの中に入らないからだ。
1Ontwaak, ontwaak! Sion, bekleed u met kracht, Jerusalem, heilige stad, trek uw feestgewaad aan; Want nooit meer treedt bij u binnen Onbesnedene of onreine!
2ちりを振り払え。 エルサレムよ、起き上がって座れ。 捕らわれたシオンの娘よ、 首の縄を解け。
2Schud het stof van u af, en sta op, Gevangene, Jerusalem; Slaak de boeien van uw hals, Gevangen dochter van Sion!
3主はこう言われる。 「あなたがたは代価なしに売られた。 それゆえ、金を払わずに贖われる。」
3Want zó spreekt Jahweh, de Heer; Om niet zijt ge verkocht; Niet voor de prijs van zilver Zult ge worden gelost!
4主なる神はこう言われる。 「初め、わたしの民は寄留するためにエジプトへ下って行った。 その後、アッシリア人が理由もなく彼らを虐げた。
4Want zó spreekt Jahweh, de Heer: Mijn volk trok eertijds naar Egypte, Om daar te verblijven, En Assjoer heeft het zonder reden verdrukt.
5それゆえ今、ここでわたしはどうすべきか」と主は言われる。 「わたしの民は代価もなく連れ去られている。 彼らを支配する者たちはあざけり、 わたしの名は一日中、絶えず冒涜されている」と主は言われる。
5Maar hier, zegt Jahweh, wat heb Ik hier nog te doen? Mijn volk is er heengesleept zonder enige grond; Zijn tyrannen razen, zegt Jahweh; Dag in, dag uit wordt mijn Naam er gelasterd!
6「それゆえ、わたしの民はわたしの名を知る。 それゆえ、その日、彼らは知る。 語っているのはわたしであることを。 見よ、わたしである。」
6Waarachtig, mijn volk zal er mijn Naam leren kennen; Ja, op die dag zal het weten, Dat Ik het ben, die zegt: Hier ben Ik!
7良い知らせを伝え、 平和を告げ知らせ、 良い知らせを伝え、 救いを告げ知らせ、 シオンに「あなたの神は王である」と言う者の足は、 山々の上でなんと美しいことか。
7Hoe lieflijk zijn op de bergen De voeten van den vreugdebode, Die vrede meldt, de blijmare brengt, het heil verkondigt, Tot Sion zegt: Uw God gaat heersen!
8あなたの見張りたちは声を上げ、 ともに喜び歌う。 主がシオンに帰られる時、 彼らはそれを目の当たりに見るからだ。
8Al uw wachters verheffen hun stem En jubelen in koren; Want ze zien met hun ogen, Dat Jahweh terugkeert naar Sion.
9エルサレムの荒れ果てた場所よ、 喜びの声を上げ、ともに歌え。 主がご自分の民を慰め、 エルサレムを贖われたからだ。
9Juicht en jubelt in koren Puinen van Jerusalem; Want Jahweh erbarmt zich over zijn volk, En gaat Jerusalem verlossen.
10主はすべての国々の目の前で、 ご自分の聖なる御腕をあらわにされた。 地のすべての果ては、 われわれの神の救いを見る。
10Jahweh ontbloot zijn heilige arm Voor het oog aller volken; En alle grenzen der aarde aanschouwen Het heil van onzen God!
11去れ。去れ。 そこから出よ。 汚れたものに触れてはならない。 彼女の中から出よ。 主の器を担う者たちよ、身を清めよ。
11Terug, terug! Trekt er uit weg; Raakt niet aan wat onrein is; Trekt weg uit zijn midden, en maakt u weer rein, Die Jahweh’s vaten moet dragen!
12あなたがたは急いで出ることも、 逃げるように去ることもない。 主があなたがたの前を進み、 イスラエルの神があなたがたのしんがりとなられるからだ。
12Maar trekt niet weg in wilde haast, En snelt niet als vluchteling heen: Want Jahweh gaat aan uw spits, Uw achterhoede is Israëls God!
13見よ、わたしのしもべは賢く行動する。 彼は高く上げられ、引き上げられ、 非常に高くされる。
13Zie, mijn Dienaar zal stijgen in aanzien, En worden verhoogd en verheven; Even hoog zal Hij stijgen, Als velen verslagen over Hem stonden.
14多くの者があなたを見て驚いたように、 その姿は人とは思えないほど損なわれ、 その形も、人の子らのものとは思えないほど損なわれていた。
14Nu is zijn gelaat wel onmenselijk verwrongen, En heeft zijn gestalte niets menselijks meer;
15そのように、彼は多くの国々をきよめる。 王たちは彼の前で口を閉ざす。 彼らは、自分たちに告げられていなかったことを見、 聞いたことのなかったことを悟るからだ。
15Maar eens zullen vele volken bij zijn aanblik ontroeren, En koningen hun mond voor Hem sluiten. Want dan zullen ze zien wat hun nooit was verkondigd, Aanschouwen wat ze nimmer nog hadden gehoord;

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.