イザヤ書 55
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1「さあ、渇いている者はみな、水のところに来なさい。 金のない者も来て、買って食べなさい。 さあ、金も代価も払わずに、ぶどう酒と乳を買いなさい。
1Gij allen, die dorst lijdt: ach, komt tot de wateren; Die geen geld hebt, komt wijn en melk kopen, en eten om niet.
2なぜ、パンでないもののために金を払い、 満たすことのできないもののために働くのか。 わたしによく聞き従い、良いものを食べよ。 豊かなもので、あなたがたの心を喜ばせよ。
2Waarom weegt ge uw zilver voor iets wat geen brood is, Uw zwaarverdiend geld voor wat niet verzadigt? Luistert naar Mij, dan eet ge het goede, En uw ziel zal in overvloed zwelgen;
3耳を傾けて、わたしのもとに来なさい。 聞け。そうすれば、あなたがたは生きる。 わたしはあなたがたと永遠の契約を結び、ダビデへの確かな慈しみを与える。
3Spitst uw oren en nadert tot Mij, Hoort, en uw ziel leeft weer op! Ik sluit met U een eeuwig Verbond, En schenk u de gunsten aan David verzekerd:
4見よ、わたしは彼を諸国の民への証人、 諸国の民の指導者、司令官として立てた。
4Zie, hèm heb Ik tot getuige voor de volken gesteld, Tot vorst en gebieder der naties;
5見よ、あなたは自分の知らない国を呼び、 あなたを知らなかった国が、あなたのもとへ走って来る。 あなたの神、主のゆえに、 イスラエルの聖なる方のゆえに。 主があなたに栄光を与えられたからだ。」
5Maar gij roept volkeren op, die ge niet hebt gekend, En naties, die u niet kenden, spoeden zich naar u toe: Terwille van Jahweh, uw God, Israëls Heilige, die u verheerlijkt.
6主を見いだすことのできる間に、主を求めよ。 主が近くにおられる間に、呼び求めよ。
6Zoekt Jahweh, nu Hij zich vinden laat, Roept Hem aan, nu Hij dichtbij is:
7悪人は自分の道を捨て、 不義を行う者は自分の思いを捨てよ。 主に立ち返れ。そうすれば、主は彼をあわれんでくださる。 われわれの神に立ち返れ。神は豊かに赦してくださるからだ。
7Laat de zondaar toch zijn wegen verlaten, De slechtaard zijn boze gedachten; Laat hij zich tot Jahweh bekeren, Opdat Hij zich zijner ontfermt; Tot onzen God zich bekeren, Want Hij is mild in vergeven!
8「わたしの思いは、あなたがたの思いとは異なり、 あなたがたの道は、わたしの道とは異なる」と主は言われる。
8Neen, mijn gedachten Zijn niet uw gedachten; Uw wegen zijn mijn wegen niet, Is de godsspraak van Jahweh!
9「天が地より高いように、 わたしの道はあなたがたの道より高く、 わたしの思いはあなたがたの思いより高い。
9Want zoals de hemel zich boven de aarde verheft, Zo liggen mijn wegen boven de uwen, Mijn gedachten veel hoger Dan uw gedachten!
10雨や雪が天から降り、 そこへ戻らず、地を潤し、 芽を出させ、実らせ、 種をまく者には種を、食べる者にはパンを与えるように、
10Want zoals regen en sneeuw uit de hemel valt, En daar niet terugkeert zonder de aarde te drenken, Haar vruchtbaar te maken, en met groen te bedekken, Zaad om te zaaien te geven, en brood om te eten:
11わたしの口から出るわたしの言葉も、そのようである。 むなしくわたしのもとに戻ることはなく、 わたしの望むことを成し遂げ、 わたしが送り出した目的を果たす。
11Zo is het ook met het woord uit mijn mond; Niet ledig keert het tot Mij terug, Maar wat Mij behaagt, richt het uit, Het volbrengt, waartoe Ik het zond!
12あなたがたは喜びをもって出て行き、 平和のうちに導き出される。 山々と丘々は、あなたがたの前で喜び歌い、 野のすべての木々は手を打ち鳴らす。
12Dan zult ge vertrekken in vreugde, En in vrede worden geleid; Bergen en heuvels zullen uitbreken in jubel, u tegemoet. Alle bomen op het veld in de handen klappen.
13いばらの代わりに糸杉が生え、 茨の代わりにミルトスが生える。 それは主の名声となり、 断ち切られることのない永遠のしるしとなる。」
13Voor doornen schieten cypressen op, Voor distels een mirt: Het zal een glorie wezen voor Jahweh, Een eeuwig teken, niet te verdelgen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.