イザヤ書 50
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1主はこう言われる。 「あなたがたの母を離縁した、その離縁状はどこにあるのか。 わたしは債権者のだれにあなたがたを売ったのか。 見よ、あなたがたは自分たちの咎のために売られ、 あなたがたの背きのために、母は離縁された。
1Zo spreekt Jahweh: Waar is de scheidingsbrief van uw moeder, Waarmee Ik haar zou hebben verstoten; Of aan wien van mijn schuldeisers zou Ik u hebben verkocht? Neen, om uw misdaden zijt ge verkocht, Om uw zonden is uw moeder verstoten!
2わたしが来た時、なぜだれもいなかったのか。 わたしが呼んだ時、なぜ答える者がいなかったのか。 わたしの手は、贖うことができないほど短くなったのか。 わたしには救い出す力がないのか。 見よ、わたしが叱ると海は干上がる。 わたしは川々を荒野とする。 水がないため、その魚は悪臭を放ち、 渇きのために死ぬ。
2Waarom was er niemand meer, toen Ik kwam; Gaf niemand antwoord, toen Ik riep? Of was mijn hand soms te kort om te verlossen, Of miste Ik de kracht om te redden? Zie, de zee leg Ik droog door mijn dreigen, Verander de stromen in een woestijn; Hun vissen versmachten, omdat het water ontbreekt, En zij sterven van dorst;
3わたしは天を暗闇で覆い、 粗布をその覆いとする。」
3De hemelen sla Ik het rouwkleed om, En geef hun als mantel een zak!
4主なる神は、教えを受けた者の舌を私に与え、 疲れた者を言葉で支えるすべを教えられた。 朝ごとに私を目覚めさせ、 教えを受ける者のように聞く耳を開かれる。
4Jahweh, de Heer, heeft Mij de tong van een leerling gegeven, Om tot de ontmoedigden te kunnen spreken;
5主なる神は私の耳を開かれた。 私は背かず、 後ろへ退かなかった。
5Jahweh, de Heer, heeft Mij het oor geopend, Om als een leerling te horen. 50:4c Elke morgen wekt Hij mijn woord, Elke morgen wekt Hij mijn oor: En Ik spreek niet tegen, Keer Mij niet af.
6私は打つ者たちに背を差し出し、 ひげを抜く者たちに頬を差し出した。 辱めとつばから顔を隠さなかった。
6Mijn rug bied Ik hun, die Mij slaan, Mijn wangen, die Mij de baard uitrukken; Ik houd mijn gelaat niet verborgen Voor smaad en bespuwing.
7主なる神が私を助けてくださる。 それゆえ、私は辱められなかった。 それゆえ、私は顔を火打ち石のようにした。 私は失望しないと知っている。
7Want Jahweh, de Heer, staat Mij bij, Daarom schaam Ik Mij niet; Daarom heb Ik mijn gelaat als een keisteen verhard, En weet, dat Ik niet te schande zal staan.
8私を義と認める方は近くにおられる。 だれが私を訴えるのか。 われわれはともに立とう。 私と争う者はだれか。 私のもとに近づけ。
8Mijn verdediger is nabij! Wie is mijn tegenpartij: Laten wij ons met elkander meten; Wie klaagt Mij aan: Hij trede tegen Mij op!
9見よ、主なる神が私を助けてくださる。 だれが私を罪に定めるのか。 見よ、彼らはみな衣のように古び、 蛾が彼らを食い尽くす。
9Zie, Jahweh, de Heer, is mijn helper: Wie zal Mij schuldig verklaren? Neen, ze zullen allen vergaan als een kleed, En de mot vreet ze weg!
10あなたがたのうち、だれが主を恐れ、 そのしもべの声に聞き従うのか。 闇の中を歩み、 光を持たない者は、 主の御名に信頼し、 自分の神に頼れ。
10Wie van u dan Jahweh vreest, Hij luistere naar de stem van zijn Dienaar: Wie in duisternis wandelt, En geen lichtstraal meer ziet, Laat hij op de Naam van Jahweh vertrouwen, En steun gaan zoeken bij zijn God.
11見よ、火をたき、 自分の周りにたいまつを並べる者たちよ。 自分たちの火の炎の中を歩み、 自分たちがともしたたいまつの間を歩め。 わたしの手からあなたがたが受けるものはこれである。 あなたがたは苦しみのうちに横たわる。
11Maar gij allen, die een vuur hebt ontstoken, En fakkels doet branden: Weg met u in de gloed van uw vuur, In de fakkels, die gij ontsteekt; Door mijn eigen hand zal u dit overkomen, Op het bed van smarten zult ge liggen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.