イザヤ書 29
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1アリエルに災いがある。ダビデが陣を敷いた町、アリエルに。年に年を重ね、祭りを巡らせよ。
1Wee Offerhaard, Gods Offerhaard, Stad, waar David zijn tenten opsloeg! Voegt nog een jaar bij de jaren, En laat de feesten hun kringloop volbrengen:
2その時、わたしはアリエルを苦しめる。そこには悲しみと嘆きがあり、彼女はわたしにとって祭壇の炉となる。
2Dan zal Ik Gods Offerhaard benauwen, Doen kreunen en kermen, En maak er een echte offerhaard van!
3わたしはあなたを取り囲んで陣を敷き、見張りの部隊であなたを包囲し、あなたに向かって攻城の土塁を築く。
3Ik zal u van alle kant belegeren, U met wallen omringen, En verschansingen tegen u bouwen.
4あなたは低くされ、地の中から語る。あなたの言葉はちりの中からつぶやく。あなたの声は地の中から聞こえる霊媒の声のようになり、あなたの言葉はちりの中からささやく。
4Dan zult ge op de grond liggen roepen, Uw woord zal worden verstikt door het stof; Uw stem zal uit de aarde komen als die van een spook, Uw spreken knarsen uit het zand.
5しかし、あなたの敵の大群は細かなちりのように、横暴な者たちの大群は吹き飛ぶもみ殻のようになる。それは一瞬のうちに、突然起こる。
5De zwerm uwer vijanden zal zijn als een stofwolk, De drom der verdrukkers als opstuivend kaf; En plotseling, heel onverwacht
6万軍の主は、雷、地震、大きな物音、つむじ風、嵐、焼き尽くす火の炎をもって彼女に臨まれる。
6Zult ge door Jahweh der heirscharen worden bezocht: Met donder, geraas en gedaver, Met wervelwind en orkaan, Met verslindende vlammen.
7アリエルと戦うすべての国々の大群、彼女とその要塞を攻め、彼女を苦しめるすべての者は、夢のように、夜の幻のようになる。
7En als een droom en een nachtmerrie Zal het heir aller volken, die tegen Offerhaard strijden, Al zijn burchten en torens benauwen.
8飢えた人が夢を見て、見よ、食べているのに、目を覚ますと空腹が満たされていないように、渇いた人が夢を見て、見よ、飲んでいるのに、目を覚ますと、見よ、力がなく、なお渇いているように、シオン山と戦うすべての国々の大群もそのようになる。
8Het zal hem gaan als een hongerige, die droomt, dat hij eet, Maar zijn maag is leeg bij het ontwaken, Of als een dorstige, die droomt, dat hij drinkt, Maar die ontwaakt, uitgeput en versmacht: Zo zal hem het heir aller volken zijn, die Sion bekampen!
9立ち止まって驚け。自分の目をくらませ、見えなくなれ。彼らは酔っているが、ぶどう酒によるのではない。よろめいているが、濃い酒によるのではない。
9Verhardt, opdat ge verstart, Wordt blind, opdat ge niet ziet; Weest dronken, maar niet van wijn, Waggelt, maar niet van drank.
10主があなたがたの上に深い眠りの霊を注ぎ、あなたがたの目、すなわち預言者たちを閉ざし、あなたがたの頭、すなわち先見者たちを覆われたからだ。
10Want Jahweh heeft over u uitgestort Een geest van verdoving; Hij heeft uw ogen gesloten, profeten, Zieners, uw hoofden gesluierd.
11すべての幻は、あなたがたにとって、封印された書物の言葉のようになった。人々がそれを文字の読める者に渡して、「どうか、これを読んでください」と言うと、その人は「封印されているので、読むことができません」と答える。
11Zo wordt u dit hele visioen Als de inhoud van een verzegeld boek: Men geeft het iemand, die lezen kan, En zegt: ge moet het eens lezen; Dan antwoordt hij: Ik kan niet, want het boek is verzegeld.
12また、その書物を文字の読めない者に渡して、「どうか、これを読んでください」と言うと、その人は「文字を読むことができません」と答える。
12Of men geeft het boek iemand, die niet leest, En zegt: ge moet het eens lezen; Dan antwoordt hij: Ik kan niet lezen.
13主は言われた。「この民は口ではわたしに近づき、唇ではわたしを敬うが、その心をわたしから遠ざけている。彼らがわたしを恐れることは、人から教えられた戒めにすぎない。
13En de Heer zegt: Omdat dit volk Mij nadert met de mond, En Mij eert met de lippen alleen, Maar zijn hart heel ver van Mij houdt, En zijn vrees voor Mij enkel bestaat Uit mensenwijsheid, van buiten geleerd;
14それゆえ、見よ、わたしは再びこの民の間で驚くべき業を行う。まことに、不思議な業を行う。彼らの知恵ある者たちの知恵は滅び、悟りある者たちの悟りは隠される。」
14Daarom blijf Ik heel wonderlijke dingen doen aan dit volk: De wijsheid zijner wijzen vergaat, Het vernuft van zijn verstandigen verduistert.
15自分たちの計画を主から深く隠し、その行いを闇の中で行い、「だれがわれわれを見ているのか」「だれがわれわれを知っているのか」と言う者たちに災いがある。
15Wee hun, die diep voor Jahweh Hun plannen willen verbergen; Die hun werken in het duister verrichten, En zeggen: wie ziet ons, wie kent ons!
16あなたがたは物事を逆さまにしている。陶器師が粘土と同じものとみなされてよいのか。造られた物が、それを造った者について「彼は私を造らなかった」と言い、形造られた物が、それを形造った者について「彼には悟りがない」と言ってよいのか。
16Wat dwaasheid! Is dan de pottenbakker gelijk aan het leem, Dat het maaksel van zijn maker zou zeggen: Hij vormde mij niet; En de pot van den pottenbakker zou zeggen: Hij heeft er geen verstand van?
17ほんのしばらくすれば、レバノンは実り豊かな畑に変わり、実り豊かな畑は森とみなされるではないか。
17Doch het is nog maar een korte tijd, En de Libanon zal in een boomgaard veranderen, De boomgaard lijken op een woud!
18その日、耳の聞こえない者たちは書物の言葉を聞き、目の見えない者たちの目は、暗がりと闇を抜けて見るようになる。
18Dan zullen de doven horen wat in het boek staat geschreven, De blinde ogen zien, van donker en duister verlost;
19へりくだった者たちは主にあって喜びを増し、人々の中の貧しい者たちはイスラエルの聖なる方を喜ぶ。
19De ongelukkigen zich telkens meer in Jahweh verheugen, De armsten onder de mensen in Israëls Heilige juichen.
20横暴な者はいなくなり、あざける者は絶え、悪を行う機会をうかがう者たちはみな断ち滅ぼされるからだ。
20Want de tyran is verdwenen, de spotter is weg; Allen vernield, die onheil brouwen, En anderen op hun woord beschuldigen;
21彼らは言葉によって人を罪に定め、門で人を戒める者に罠を仕掛け、偽りの証言によって罪のない者から公正を奪う。
21Die den rechter strikken leggen onder de poort, En de onschuldigen door leugen verdringen.
22それゆえ、アブラハムを贖われた主は、ヤコブの家についてこう言われる。「ヤコブはもはや恥を受けず、その顔が青ざめることもない。
22Daarom spreekt Jahweh, De God van het huis van Jakob, Hij, die Abraham heeft verlost: Niet langer zal Jakob worden beschaamd, Niet langer zijn aangezicht blozen;
23彼が、自分のただ中にいる子どもたち、すなわちわたしの手の業を見る時、彼らはわたしの名を聖なるものとする。まことに、ヤコブの聖なる方を聖なるものとし、イスラエルの神を恐れる。
23Maar wanneer zijn kinderen Het werk mijner handen in hun midden aanschouwen, Dan zullen zij mijn Naam vereren, Den Heilige Jakobs aanbidden, Den God van Israël vrezen;
24霊に迷う者たちも悟りを得、不平を言う者たちも教えを受ける。」
24En de dolenden zullen inzicht bekomen, De mopperaars zullen de lessen verstaan!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.