イザヤ書
Chapter 66
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1主はこう言われる。 「天はわたしの王座、地はわたしの足台である。 あなたがたは、わたしのためにどのような家を建てるのか。 わたしの休む場所はどこにあるのか。
1Zo spreekt Jahweh: De hemel is mijn troon, En de aarde mijn voetbank! Waar wilt ge dan een huis voor Mij bouwen, En waar is de plaats, waar Ik zou rusten?
2わたしの手がこれらすべてを造ったので、 これらすべてが存在するようになった」と主は言われる。 「しかし、わたしが目を留めるのは、 貧しく、霊の打ち砕かれた者、 わたしの言葉に震える者である。
2Mijn eigen hand heeft dat alles gemaakt, Van Mij is dit alles, spreekt Jahweh! Neen, slechts op hem zie Ik neer, Die nederig is en deemoedig van hart, Die van vrees voor mijn woord is vervuld!
3牛をほふる者は、人を殺す者のようであり、 子羊をいけにえとしてささげる者は、犬の首を折る者のようであり、 ささげ物を供える者は、豚の血をささげる者のようであり、 乳香をたく者は、偶像を祝福する者のようである。 まことに、彼らは自分たちの道を選び、 彼らは忌まわしいものを喜んでいる。
3Maar wie een stier slacht, doodt ook een mens; Die een schaap offert, wurgt ook een hond; Wie een spijsoffer brengt, draagt ook zwijnebloed op; Wie wierook brandt, vereert ook een afgod. Welnu, zoals zij hun eigen wegen verkiezen, En hun lust in hun gruwelen vinden,
4わたしも彼らを惑わせるものを選び、 彼らの恐れるものを彼らにもたらす。 わたしが呼んでも、だれも答えず、 わたしが語っても、彼らは聞かなかったからだ。 彼らはわたしの目に悪いことを行い、 わたしが喜ばないことを選んだ。」
4Zo zal Ik hun onheil verkiezen En gruwelen over hen brengen. Want niemand gaf antwoord, toen Ik riep; Zij luisterden niet, toen Ik sprak.
5主の言葉に震える者たちよ、 主の言葉を聞け。 「あなたがたを憎み、 わたしの名のためにあなたがたを追い出した兄弟たちは言った。 『主が栄光を受けられるように。 われわれがあなたがたの喜びを見ることができるように。』 しかし、恥を受けるのは彼らである。
5Hoort Jahweh’s woord, Gij die van ontzag voor zijn woord zijt vervuld! Uw eigen broeders, die u haten, En om mijn Naam u verstoten, hebben gezegd: Laat Jahweh zijn glorie eens tonen, Dan kunnen wij uw vreugde eens zien; Maar ze zullen beschaamd komen staan!
6町から騒ぎの声がする。 神殿から声がする。 敵にふさわしい報いを返す主の声である。
6Hoort, geraas uit de stad, gerommel uit de tempel: Het is de donder van Jahweh, Die wraak op zijn vijanden neemt!
7シオンは産みの苦しみを味わう前に産み、 痛みが来る前に男の子を産んだ。
7Maar Sion zal baren, eer zij krijt, Brengt haar zonen ter wereld, eer de weeën over haar komen!
8だれがこのようなことを聞いたことがあるか。 だれがこのようなことを見たことがあるか。 一つの地が一日のうちに生まれるだろうか。 一つの民が一度に生まれるだろうか。 シオンは産みの苦しみを味わうやいなや、 その子どもたちを産んだからだ。
8Wie heeft er ooit van gehoord, Ooit zo iets mogen zien; Werd ooit een land op één dag gebaard, Een volk op eenmaal geboren? Maar als Sion weeën krijgt, heeft zij haar zonen al gebaard!
9わたしが胎を開いておきながら、産ませないことがあるだろうか」と主は言われる。 「産ませるわたしが、胎を閉ざすことがあるだろうか」と、あなたの神は言われる。
9Of zou Ik de moederschoot openen, En niet laten baren, spreekt Jahweh; Hem sluiten, Ik die laat baren, zegt uw God?
10「エルサレムとともに喜び、彼女を愛するすべての者よ、彼女のために楽しめ。 彼女のために嘆いていたすべての者よ、彼女とともに大いに喜べ。
10Verheugt u met Jerusalem, En jubelt met haar, Gij allen, die haar bemint; Juicht van blijdschap met haar, Gij allen, die over haar treurt;
11あなたがたが、その慰めの乳房から乳を飲んで満たされ、 十分に飲み、 その豊かな栄光を喜ぶためである。」
11Opdat ge tot verzadiging moogt zuigen Aan de borst van haar troost, En met verrukking moogt zwelgen Aan de boezem van haar glorie.
12主はこう言われる。「見よ、わたしは平和を川のように彼女に注ぎ、 国々の栄光をあふれる流れのように注ぐ。 あなたがたは乳を飲む。 あなたがたは脇に抱かれ、 膝の上であやされる。
12Waarachtig, Jahweh heeft het gezegd! Zie, Ik leid haar de vrede toe als een stroom, De glorie der volken als een bruisende vloed. Haar zuigelingen worden op de heup gedragen, En op de knieën vertroeteld.
13母が自分の子を慰めるように、 わたしはあなたがたを慰める。 あなたがたはエルサレムで慰められる。」
13Zoals men door zijn moeder getroost wordt, zal Ik u troosten, En zult gij in Jerusalem worden verkwikt.
14あなたがたはこれを見て、心は喜び、 骨は若草のように生き生きとする。 主の御手は、そのしもべたちの間で知られ、 主は敵に憤りを示される。
14Als ge het ziet, zal uw hart zich verheugen, Uw gebeente bloeien als het jonge groen. Dan zal Jahweh’s hand worden geopenbaard aan zijn dienaars, Maar zijn toorn aan zijn vijanden!
15見よ、主は火をもって来られ、 その戦車はつむじ風のようである。 激しい怒りを注ぎ、 火の炎をもって叱責するためである。
15Want zie, Jahweh komt als een vuur, Zijn wagens als een orkaan, Om zijn gramschap te tonen in vuur, zijn dreigen in vlammen;
16主は火と剣によって、すべての人を裁かれる。 主に殺される者は多い。
16Want te vuur en te zwaard houdt Jahweh gericht over alle vlees, En onder de slagen van Jahweh vallen tallozen neer.
17「園へ行くために身を聖別し、身を清め、中央にいる一人に従い、豚の肉と忌まわしいものとねずみを食べる者たちは、ともに滅びる」と主は言われる。
17En zij die zich heiligen en reinigen, om naar de tuinen te gaan, Achter een leider, die zich in hun midden bevindt; Die zwijnevlees eten, ongedierte en muizen, Ook zij zullen gelijk met hun werken en plannen vergaan: Is de godsspraak van Jahweh!
18「わたしは彼らの行いと、その思いを知っている。すべての国々と、あらゆる言語を話す民を集める時が来る。彼らは来て、わたしの栄光を見る。
18Maar dan zal Ik komen, om te verzamelen Alle volken en tongen! Ze zullen komen, en mijn glorie aanschouwen,
19「わたしは彼らの間にしるしを置く。彼らのうち逃れた者たちを、国々へ、タルシシュ、弓を引くプルとルド、トバルとヤワン、また、わたしの名声を聞いたことも、わたしの栄光を見たこともない遠い島々へ遣わす。彼らは国々の間で、わたしの栄光を告げ知らせる。
19En zal Ik tekenen onder hen doen. En die onder hen zijn gespaard, zal Ik tot de volken zenden, Naar Tarsjisj, Poet en Loed, naar Mésjek en Rosj, Naar Toebal en Jawan en verwijderde kusten, Die nog nooit mijn Naam hebben gehoord, Nooit mijn glorie aanschouwd: En zij zullen mijn glorie onder de volken verkonden!
20彼らは、イスラエルの子らが清い器にささげ物を入れて主の宮に携えて来るように、あなたがたのすべての兄弟を、馬、戦車、輿、らば、らくだに乗せ、すべての国々から、わたしの聖なる山エルサレムへ、主へのささげ物として連れて来る」と主は言われる。
20Dan brengen ze al uw broeders weer terug, Met een offer voor Jahweh van alle volken, Op paarden, wagens, karossen, Op muildier en dromedarissen, Naar mijn heilige berg, Naar Jerusalem, spreekt Jahweh: Juist zoals Israëls zonen hun spijsoffer brengen, In reine vaten naar het huis van Jahweh!
21「わたしは彼らの中からも祭司とレビ人を選ぶ」と主は言われる。
21En ook uit hen zal Ik Mij priesters kiezen, En levieten, zegt Jahweh!
22「わたしが造る新しい天と新しい地が、わたしの前に残るように」と主は言われる。「あなたがたの子孫と、あなたがたの名も残る。
22Want zoals de nieuwe hemel, En de nieuwe aarde, die Ik ga scheppen, Voor mijn aanschijn blijven bestaan: is de godsspraak van Jahweh; Zo zal ook uw kroost blijven bestaan en uw naam!
23新月から次の新月まで、安息日から次の安息日まで、すべての人がわたしの前に来て礼拝する」と主は言われる。
23En van maan tot maan, van sabbat tot sabbat Zal al wat leeft Mij komen aanbidden, zegt Jahweh!
24「彼らは出て行き、わたしに背いた者たちの死体を見る。そのうじは死なず、その火は消されない。彼らはすべての人に忌み嫌われるものとなる。」
24En als zij opgaan, zullen ze de lijken aanschouwen Van de mannen, die Mij hebben verzaakt: Want hun worm zal niet sterven, hun vuur niet worden geblust; Een gruwel zijn ze voor al wat leeft!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.