Job
Chapter 16
Louis Segond 1910
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Job 16

Louis Segond 1910
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Job prit la parole et dit:
1Job antwoordde, en sprak:
2J’ai souvent entendu pareilles choses; Vous êtes tous des consolateurs fâcheux.
2Zulke beweringen heb ik nu al meer dan genoeg gehoord; Gij zijt allemaal onuitstaanbare troosters!
3Quand finiront ces discours en l’air? Pourquoi cette irritation dans tes réponses?
3Komt er dan nooit een eind aan die bluf, Wat prikkelt u toch, om te praten?
4Moi aussi, je pourrais parler comme vous, Si vous étiez à ma place: Je vous accablerais de paroles, Je secouerais sur vous la tête,
4Ik zou juist eender als gij kunnen spreken, Waart gij in mijn plaats; Mooie woorden tegen u kunnen zeggen, Het hoofd over u kunnen schudden;
5Je vous fortifierais de la bouche, Je remuerais les lèvres pour vous soulager.
5U met de mond kunnen troosten, En met de lippen beklagen.
6Si je parle, mes souffrances ne seront point calmées, Si je me tais, en quoi seront-elles moindres?
6Als ik spreek, wordt mijn leed er niet door verminderd; Maar wat komt er van mij, als ik zwijg?
7Maintenant, hélas! Il m’a épuisé… Tu as ravagé toute ma maison;
7De kwaadwillige zou mij aanstonds weerloos maken En heel zijn bent greep mij aan;
8Tu m’as saisi, pour témoigner contre moi; Ma maigreur se lève, et m’accuse en face.
8Mijn lasteraar zou tegen mij getuigen, Tegen mij optreden, mij aanklagen;
9Il me déchire et me poursuit dans sa fureur, Il grince des dents contre moi, Il m’attaque et me perce de son regard.
9Zijn toorn verscheurt en bestookt mij, Hij knerst de tanden tegen mij! Mijn tegenstanders zouden mij met hun ogen doorboren,
10Ils ouvrent la bouche pour me dévorer, Ils m’insultent et me frappent les joues, Ils s’acharnent tous après moi.
10Hun monden tegen mij opensperren, Smadelijk mij op de wangen slaan, Als één man tegen mij optrekken!
11Dieu me livre à la merci des impies, Il me précipite entre les mains des méchants.
11Want God levert mij aan deugnieten over, En werpt mij in de handen der bozen;
12J’étais tranquille, et il m’a secoué, Il m’a saisi par la nuque et m’a brisé, Il a tiré sur moi comme à un but.
12Ik leefde in vrede: Hij heeft me gebroken, Bij de nek gegrepen en neergesmakt; Hij heeft mij tot zijn doelwit gemaakt,
13Ses traits m’environnent de toutes parts; Il me perce les reins sans pitié, Il répand ma bile sur la terre.
13Zijn pijlen snorren om mij heen; Meedogenloos doorboort Hij mijn nieren, En stort mijn gal over de bodem uit.
14Il me fait brèche sur brèche, Il fond sur moi comme un guerrier.
14Hij schiet mij de ene bres na de andere, Als een krijgsheld stormt Hij op mij los;
15J’ai cousu un sac sur ma peau; J’ai roulé ma tête dans la poussière.
15Ik heb een rouwkleed over mijn huid genaaid, Mijn hoorn in het stof laten zakken;
16Les pleurs ont altéré mon visage; L’ombre de la mort est sur mes paupières.
16Mijn gelaat is rood van het wenen, En over mijn wimpers ligt de schaduw des doods.
17Je n’ai pourtant commis aucune violence, Et ma prière fut toujours pure.
17Maar omdat er geen geweld aan mijn handen kleeft, Klinkt mijn rein gebed naar omhoog:
18O terre, ne couvre point mon sang, Et que mes cris prennent librement leur essor!
18Aarde, houd mijn bloed niet bedekt En smoor mijn jammerklacht niet!
19Déjà maintenant, mon témoin est dans le ciel, Mon témoin est dans les lieux élevés.
19Maar nog leeft mijn Getuige in de hemel, Mijn pleitbezorger in den hoge!
20Mes amis se jouent de moi; C’est Dieu que j’implore avec larmes.
20Mijn jammeren dringt door tot God, Mijn oog stort tranen voor zijn aanschijn.
21Puisse-t-il donner à l’homme raison contre Dieu, Et au fils de l’homme contre ses amis!
21O, mocht er een scheidsrechter zijn tussen den mens en God, Als tussen den mens en zijn naaste!
22Car le nombre de mes années touche à son terme, Et je m’en irai par un sentier d’où je ne reviendrai pas.
22Want luttel zijn de jaren, die mij nog resten, Eer ik de weg bewandel, waarlangs men niet terugkeert.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.