Zacharias 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Weer sloeg ik mijn ogen op, en zag toe. Zie, daar was een vliegende boekrol.
1І підвів я знов очі й побачив, аж се летить писаний звиток.
2Hij sprak tot mij: Wat ziet ge? Ik zeide: Ik zie een vliegende boekrol, twintig el lang en tien el breed.
2І спитав він у мене: Що ти бачиш? а я кажу: Бачу летючий писаний звиєць, двайцять локот завдовжки й десять локот завширшки.
3Hij sprak tot mij: Dit is de vloek, die rondwaart door het hele land. Want, naar er op geschreven staat, wordt van dit ogenblik af iedere dief weggevaagd, iedere meinedige weggevaagd van dit ogenblik af.
3І промовив він до мене: Се прокляттє, що виходить на всю країну кожен, що крадекривдить, буде вигублений, як се написано на одній стороні; так само хто ложно кленеться буде вигублений, як написано на другій сторонї.
4Ik heb hem ontketend, is de godsspraak van Jahweh der heirscharen; hij zal het huis van den dief binnendringen, en het huis van hem, die meinedig zweert bij mijn Naam; hij zal in dit huis overnachten, en het vernielen met balken en stenen.
4Я допущу те прокляттє, говорить Господь Саваот, і ввійде воно в господу злодїя і в господу того, що моїм імям ложно божиться, й оселиться воно в їх домівках, і вигубить їх укупі з їх деревяною й камяною роботою.
5Toen verscheen de engel, die tot mij sprak, en zeide tot mij: Sla uw ogen op en zie, wat daar te voorschijn komt.
5І вийшов ангел, що розмовляв ізо мною, й промовив до мене: Підведи очі твої й подивись, що се за проява?
6Ik zeide: Wat is het? Hij sprak: Dat is de korenmaat, die te voorschijn komt. Hij vervolgde: Dit is hun schuld in het hele land!
6Кажу ж я: Що се? А він відказав: Се виходить мірка, й додав: се образ їх у всій країні.
7Toen werd een loden deksel opgelicht, en zie, in de korenmaat zat een vrouw!
7Аж ось, піднялась оловяна покришка, а там у єфі седить женщина.
8Hij sprak: Dit is de goddeloosheid! Toen drukte hij haar in de korenmaat terug, en sloeg het loden gewicht op de opening dicht.
8І промовив він: Отся — то сама безбожність і пхнув її в ефу, та й накрив оловяною покришкою.
9Ik sloeg mijn ogen op, en zag toe. En zie, daar verschenen twee vrouwen; ze hadden vleugels als die van een ooievaar, en de wind blies in haar vleugels. Ze hieven de korenmaat op tussen aarde en hemel.
9І зняв я очі свої й побачив: аж ось проявились дві женщини, й вітер дув у крила їм, а крила в їх були наче в канї; й підняли вони ефу та й понесли її між землею й небом.
10Ik vroeg den engel, die tot mij sprak: Waar brengen ze de korenmaat heen?
10І поспитав я в ангела, що розмовляв ізо мною: Куди несуть вони єфу?
11Hij gaf mij ten antwoord: Ze gaan haar een huis in Sjinar bouwen. Wanneer dit gereed is, wordt ze daar op haar plaats gezet!
11Він же відказав менї: Щоб виготовити їй пробуток у Сеннаар-землї й як осядеться вона там, то поставиться на своїй підставцї.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.