Zacharias
Chapter 9
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Een godsspraak: Het woord van Jahweh is over het land van Chadrak gekomen, Het zet zich in Damascus neer: Want Jahweh behoren de steden van Aram,
1Пророче слово Господнє, проти міста Гадрах, та й на Дамаск воно наляже бо око Господнє на всїх людей (позирає), як і на ввесь рід Ізраїлський,
2Met Chamat, dat er aan grenst, Met Tyrus en Sidon, Die zo wijs willen zijn.
2Та й на Емат примежний, на Тир, і на Сидон; вони бо себе аж надто мають за мудрих.
3Tyrus heeft zich een vesting gebouwd, Zilver opgehoopt als stof, En goud als slijk op de straten:
3Тир побудував собі замки й намножив стілько срібла, як пороху, а волота, як на улицї грязї.
4Toch zal de Heer het veroveren, Zijn bolwerk in de zee verpletteren, Dan wordt het verteerd door het vuur.
4Та ось, Господь зробить його бідним й зломить силу його на морі, та й самого його пожере огонь.
5Asjkelon aanschouwt het vol angst, Gaza krimpt ineen van ontzetting, Ekron ziet zijn verwachting bedrogen. Gaza zal geen koning meer hebben, Asjkelon onbewoond blijven liggen,
5Гляне на те Аскалон и здрігнеться, і Газа затремтить укупі з Екроном; бо надїя його вийде йому на сором: не стане царя в Газі, Аскалон же запустїє.
6In Asjdod zal de Bastaard wonen. Zo breek Ik de trots der Filistijnen,
6Чужинці оселяться в Азотї, і зломлю гордощі Филистіїв.
7Haal zijn bloed uit zijn mond, Zijn gruwelen tussen zijn tanden uit. Dan valt ook hij onzen God ten buit: Hij wordt een geslacht, dat tot Juda behoort, En Ekron als de Jeboesiet.
7Вирву мясо кріваве з уст у його, жертву погану з зубів у його, й привернеться він до Бога нашого, й будуть вони, мов тисячники, в Юди передувати, та й Екронт буде, як Евузій.
8Dan sla Ik mijn legerplaats op Als een wachtpost voor mijn huis Tot afweer van hen, die komen en gaan. Dan zal geen dwingeland Hem meer overvallen: Want met eigen ogen zie Ik toe!
8І поставлю чату перед моїм храмом проти війська, проти проходячих туди й назад, і не буде проходити грабіжник; я бо тепер наглядати му моїми очима за тим.
9Juich van vreugde, dochter van Sion, Jubel, Jerusalems dochter: Zie, uw Koning komt naar u toe! Hij is Rechtvaardig en een Verlosser, Nederig, op een ezel gezeten, Op een veulen, het jong van een ezelin!
9Веселися, Сионова дочко, викликай радісно, дочко Ерусалимська: Се Царь твій надходить до тебе, справедливий і спасаючий, тихий — сидячи на ослятї, синї яремної осліцї.
10Uit Efraïm neemt Hij de strijdwagens weg, De paarden uit Jerusalem; De oorlogsboog wordt in stukken gebroken. Vrede zal Hij de volken verkonden; Van zee tot zee zal Hij heersen, Van de Rivier tot de grenzen der aarde!
10Тодї я поторощу вози боєві в Ефраїма й боєві конї в Ерусалимі та й поломаний буде лук воєнний; він бо проповідати ме мир народам, і зацарює од моря до моря, від ріки та й до концїв землї.
11En gij? Om het bloed van uw verbond Heb Ik uw gevangenen bevrijd Uit de put zonder water.
11І кровю завіту твого вибавлю я вязнїв твоїх із ями, що в нїй води нема.
12Zij keren terug naar de Burcht, Gevangenen, die nog hopen kunnen: Ook nu nog blijf Ik bij u!
12Вертайтесь до твердинї, ви вязнї, жиючі в надії! що тепер оповіщаю, дам вам удвоє.
13Dubbel zal Ik het u vergelden: Waarachtig, Juda span Ik als mijn boog, En Efraïm leg Ik daarop als pijl. Uw zonen, Sion, vuur Ik aan, Tegen de kinderen van Kewan: Ik maak van u een heldenzwaard!
13Бо, неначе лука, натягну собі Юду, а сагайдака наповню Ефраїмом, і підійму синів твоїх, Сионе, проти твоїх синів, земле ти Йонська, та й зроблю тебе мечем у силача.
14Jahweh zal boven hen verschijnen, Zijn pijl zal vliegen als de bliksem, De Heer Jahweh blaast de bazuin. Hij schiet uit als een orkaan uit het zuiden:
14І зʼявиться над ними Господь, і блискавицею вилетить стріла його, й загуде Господь трубою, та й ступати ме бурею, віючою з полудня.
15Jahweh der heirscharen zal hen dekken Als met een schild! Dan zullen de stenen uit zijn slinger Hun vlees verslinden, En aan hun bloed zich bedrinken. Ze worden verhit als door wijn, Raken vol als een offerschaal, En als de hoeken van een altaar.
15І хоронити ме їх Господь Саваот, а вони будуть валити і підбивати під себе каміннєм із пращі, будуть пити до перепою, нїби вином, ї переповняться, як ті кубки жертовні, як угли в жертовника.
16Dan zal Jahweh, hun God, hen verlossen, Hen weiden als zijn kudde op die dag; Want omdat zij geen herder hadden, Waren zij over zijn land verstrooid.
16І спасе їх Господь Бог у ті часи, спасе нарід свій, як овець, і, мов дорогі каменї в вінцї, заблищать вони на землї його.
17Hoe goed zal het zijn, En hoe heerlijk! Het koren zal den jongeman, De wijn de maagden doen bloeien;
17О, яка ж велика доброта його, що за красота його! Хліб додаватиме духа молодикам, а вино — дівчатам!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.