Zacharias 13
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Op die dag zal er voor het huis van David en voor de bewoners van Jerusalem een bron ontspringen tegen zonde en onreinheid.
1Того часу відкриється домові Давидовому й осадникам Ерусалиським криниця на змиттє гріха й нечистї.
2Op die dag, is de godsspraak van Jahweh der heirscharen, vaag Ik de namen der afgoden weg uit het land. zodat ze niet meer worden vermeld; eveneens zal Ik de profeten uit het land verdrijven met de geest van onreinheid.
2І буде того часу, говорить Господь сил небесних, повикоренюю імення ідолів із сієї землї, так що вже їх і згадувати не будуть, а так само повиганяю з землї ложних пророків і нечистого духа.
3En als iemand zich nog uitgeeft voor profeet, dan zullen zijn vader en moeder, die hem hebben verwekt, tot hem zeggen: Gij blijft niet leven, want ge spreekt leugens in Jahweh’s Naam; en zijn vader en moeder, die hem hebben verwekt, zullen hem doorboren, wanneer hij optreedt als profeet.
3Коли ж іще хто наважиться пророкувати, тоді сам отець його й мати його, що його породили, казати муть йому: Не жити тобі на сьвітї, бо говориш лож в імя Господнє; і вбють його батько й мати, що вродила його, коли пророкувати ме.
4Op die dag zullen alle profeten zich schamen over hun visioenen, die ze schouwen, en zich niet met de haren mantel durven bekleden, om leugens te spreken.
4І соромити муться пророки видива свого, пророкуючи, й не будуть уже вдягати волосяної гунї, щоб обманювати людей,
5Neen, hij zal zeggen: Ik ben geen profeet, ik ben maar een boer; ik heb een akker gehad van kindsbeen af.
5А казати ме кожен: Я не пророк, я такий собі, що порає землю, бо з самого малку хтось придбав собі мене рабом.
6En als men hem vraagt: Waar komen dan de wonden in uw handen vandaan, zal hij zeggen: Die zijn mij in het huis van mijn vrienden geslagen.
6І як спитає хто в його: Що ж се в тебе за рани на руках? то він відкаже: Се мене бито в дому люблячих мене.
7Zwaard, hef u op tegen mijn herder, tegen den man die Mij nastaat, is de godsspraak van Jahweh der heirscharen! Sla den herder: de schapen worden verstrooid; ook op de herdersknapen leg Ik mijn hand.
7Ой мечу! підіймись на пастиря мого, на близького мені, говорить Господь Саваот; побий пастиря, а вівцї порозбігаються! Я ж направлю руку мою на малих.
8In heel het land, is de godsspraak van Jahweh, zullen twee derden worden uitgeroeid en sterven, slechts één derde blijft erin over.
8І станеться на всїй землї, говорить Господь, що дві третини на нїй будуть вигублені й вимруть, а тілько третина зістанеться на нїй.
9Dat derde deel zal Ik door het vuur laten gaan; ze smelten, zoals men zilver smelt; ze louteren, zoals goud wordt gelouterd. Dan zal het mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren. Dan zal Ik zeggen: Dit is mijn volk; en zij zullen zeggen: Jahweh, mijn God!
9І введу ту третину в огонь, і розплавлю їх, як плавлять срібло, й очищу їх, як чистять золото: Вони будуть призивати ймя моє, а я вислухаю їх і скажу: Ось, се мій нарід, а вони казати муть: Господь — се Бог мій!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.